HERMAN HEIJERMANS
toneelschrijver in zijn en onze tijd

Home | De uitgave | Opzet van het project | Toneelwerken | Achtergronden | Secundair | Interactief

Heijermans' toneelteksten online

Zoek op de site

Het zevende gebod
Burgerlijke-zeden komedie in vier bedrijven

Eerste bedrijf | Tweede bedrijf | Derde bedrijf

 

VIERDE BEDRIJF

Dezelfde kamer van het derde bedrijf, avond, de gordijnen zijn neergelaten. Grote geopende koffer op de grond, vrouwenkleren over de stoelen.

EERSTE TONEEL
Engel, de juffrouw-van-een-hoog, de kruidenier-van-de-hoek

De kruidenier-van-de-hoek  Vollek! Hallo! Vollek!

Engelop de gang Is daar iemand?

De kruidenier-van-de-hoek  Kruijenier!

Engel  Ja, je kan nou niet hore. Soveel verstand most je toch hebbe.

De kruidenier-van-de-hoek  De koffer gepakt, en ik naar me cente fluite? Om de verdommenis niet!

Engel  Susjt! Hij leit in de slaapkamer.

De juffrouw-van-een-hoog  Pisjt! Juffrouw!

Engel  Roep u?

De juffrouw-van-een-hoog  Hebbe se 'm nog tijdig bedieend?

Engel  Ampertjes. 't Scheelde geen haar.

De kruidenier-van-de-hoek  Zo wor 'k nou goddome om de dag opgelicht. Maar geen voetstap verzet 'k! O zo.

De juffrouw-van-een-hoog  Zeg, denk nou dat 'r 'n lijk leit. Stel je niet zo beestig an!

De kruidenier-van-de-hoek  Beestig anstelle? Die van driehoog is 'n week gelejen met de noorderzon vertrokke. Drieëntwintig gulden. Fluite! Van hieroverr elf gulden vijftig. Fluite! Van de hoek, waar 'k gotbeter zelf onder woon, geen cent los te scheure. En nou laat 'k me geen loer meer draaie. Ik zit. Ik heb de tijd.

Engel  Ongelijk heit-ie niet.

De juffrouw-van-een-hoog  Ach jesis, 't is toch stakkerig, sie je.

De kruidenier-van-de-hoek  Stakkerig? Stakkerig is as je krediet geeft en 'r telkens invliegt. En met haar hoeft u geen meelij te hebbe. Niemand heit 'r gezeid 't pad op te gaan. Morgen neemt ze 'n andere pol1), of twee andere, of misschien wel drie. Hehehe!

Engel  Susjt!

De juffrouw-van-een-hoog  Hoe laat, hoe laat is morrege de begraffenis?

Engel  Tien uur. Een koes voor meneer achter, en een voor de broer die pastoor mot wese. Of de vader komt wete se nog niet.

De juffrouw-van-een-hoog  Wete se nog niet? Nou dat sou ongehoord sijn.

Engel  Ik seg ook: hij komt. Hij komt natuurlijk. En as-die niet komt, nou dan krijgt-ie 'n briefie! Ik moet drieëndertig gulden hebbe.

De juffrouw-van-een-hoog  Hij sal u liefhebbe!

Engel  Laat-ie me niet liefhebbe! As-die maar dokt. En denkt u soms dat 'k niks reken voor me beddegoed? De lakes die kenne gewasse worde, maar 't bed, splinternieuw en enkel witte veren, en 'n echt paardeharen matras, wil u daar nog op slape?

De juffrouw-van-een-hoog  Ik sou u danke, nee, waar 'n dooielucht in sit daar blijft-ie in sitte.

Engel  En me dekes? 'n Gestikte deken, en twee wollen dekes, en 'n moltonnen deken, motte die niet gestoomd worden? 'k Mag lijjen dat God me straft as 'k geen honderdvijftig gulden schaai heb, buiten me boekie.

De kruidenier-van-de-hoek  Schrijf 't maar op je buik.

Engel  Op me buik? Op me buik? Daar sal je lol van hebbe. So'n rijke sallemander. Ga jij maar gerust naar huis.Betalen mot-ie. En hoe! As de soon minderjarig is, dan wil ik wel is sien dat de vader niet afschuift. 't Staat in de wet.

De juffrouw-van-een-hoog  Ja, as 't in de wet staat, uw mond sal koekies ete.

De kruidenier-van-de-hoek  Ben u daar zo zeker van? Nou maar, strakkies zal 'k dan nog maar es voor alle zekerheid terugkomme.

Engel  'k Wou dat 'k so seker was van de honderdduizend. Overmorrege trekt-ie.

De juffrouw-van-een-hoog  Speel u ook 'n twintiggie?

Engel  Nou nee! Altijd vast 'n doorgefourneerd met me broeer samen.

De kruidenier-van-de-hoek  Je mot niet fournere. Als je klassikaal speelt heb je meer kanse.

De juffrouw-van-een-hoog  Da's klesse!

De kruidenier-van-de-hoek  Nee da's geeen klesse! Klesse dat is...

Engel  Susjt! Doe de deur achter je dich, dan kan je beter prate.

 

TWEEDE TONEEL
Lotte, Bart. Lotte komt uit de slaapkamergang, gaat op een stoel zitten.

Bart ,met een bos bloemen Jawel, van de week, van de week. Je most nou... ziet Lotte. Lot, Lotje, die heb ik voor jou... wil jij ze? Toe, leg ze bij Peter. Kan ik je helpen? Kom spreek nou een woordje.

Lotte  Ja, da's goed.

Bart  Heb je het drankje ingenomen? Niet te veel?

Lotte  Nee - ik ben zo moe, zo moe hier, net een band.

Bart  Laat dat nou maar. Zo'n haast heeft het niet.

Lotte  O nee, het heeft haast - als ze kommen, zie je, dan, dan... Zou-ie me niks doen?

Bart  Wie, malle meid?

Lotte  Ik weet niet, ik weet niet - ik ben zo, zo moe. Ik heb moeite mijn ogen open te houden.

Bart  Ga dan wat liggen. De koffer kun je overmorgen, of zaterdag...

Lotte  Nee, nee, nee, nee. Ik heb zo'n boel te pakken, nog wel drie, vier dagen, wat een goed he? Wat een massa goed. Ik geloof dat ik nooit klaar kom, nee nooit. O, m'n hoofd, ik kan niet meer denken. Hahaha! Hahaha! Ik heb geen hersens meer! Da's zo mal! Hahaha! Ik heb geen hersens, Bart.

Bart  Toe Lotte, bedwing je een beetje.

Lotte  Ja, ja, zie je, als ik maar huilen kon. Vroeger huilde ik om een haverklap, en nou is er toch iets vreselijks gebeurd, nee, ik ben niet gek - Peter, Peter Dobbe is dood, de kaarsen staan bij zijn bed, vier, acht kaarsen, en nou kan ik niet, nou kan ik niet huilen, en nou denken jullie natuurlijk dat ik niet van hem hou...

Bart  Nee lieve meid, dat denken we niet.

Lotte  Ik heb z'n haar zo gekamd, toen de zuster weg was, net zoals-ie het droeg, met een krulletje hier, en nou lijkt-ie helemaal niet dood. Je mot es gaan kijken. Ik heb me verbeeld dat-ie bewoog. Maar dat meen je altijd. Mijn grootmoeder die lag ook zo, je zag geen verschil.

Bart  Nou wil ik dat je opstaat en dadelijk. Je mag niet zo zitten.

Lotte  Goed.

Bart  En nou ga je naar mijn kamer.

Lotte  Goed, Bart.

Bart  En daar blijf je, hoor?

Lotte  Ja, en, en de koffer?

Bart  Die laten we hier.

Lotte  Goed, die zal ik dan strakkies...

Bart  Nee, je gaat wat rusten op de canapé.

Lotte  Ja, da's heel best.

 

DERDE TONEEL
Engel, Bart

Engelin de gang Toe, loop 'n trappie op! Dank-ie. 'n Krant en 'n brief.

Bart  Was dat de post?

Engel  Allebei voor u.

Bartopent haastig de brief Niks. Da's onbegrijpelijk.

Engel  Niks?

Bart  Nee, niks.

Engel  Wat 'n schandaal!

Bart  Hij schijnt niet te willen.

Engel  Sulleke vaders moste gestenigd worde.

Bart  Ik snap er geen jota van. De dag van de bloedspuwing heb ik hem geschreven en zondag, toen het bedenkelijk werd, heb ik getelegrafeerd. Goed: zondag is het telegraafbureau daar gesloten, maar dan maandag, en maandag geen woord, en dinsdag weer een telegram met de voorbereiding, en een brief er bovenop. Die hebben ze gekregen, anders zou zijn broer, de pastoor, uit z'n negorij in Friesland niet geseind hebben hoe laat de begrafenis was. Het is in een woord gemeen.

Engel  Of 't? Hoe kan je so haatdragend sijn. Dus u sou denke dat de vader niet komt?

Bart  Goeie, beste jongen.

Engel  Dus die sou niet komme...

Bart  Zanik toch niet! Weet je niet hoe de vork in de steel zit? Nee, hij komt niet!

Engel  Wel allemachtig! Wat 'n swijn van 'n vent!

Bart  Susjt!

Engel  't Is toch s'n eigen kind. Krijg u nou niet de smoor in? Je soon maar kalmpies late begrave en net houe of-ie van niks weet...

Bart  Sla nou asjeblief niet zo door. M'n kop staat er niet naar. Ik ga uit.

Engel  En ik seg, dat as de vader morrege niet komt...

Bart  Mens, ik heb een barstende koppijn, redeneer nou met wie je wil, maar niet met mij. Je begrijpt, juffrouw, dat ik kapot, ondersteboven ben. Laat me met rust. Ik ga even naar het telegraafkantoor, voor de laatste maal. Dan heb ik mijn plicht gedaan. Over een klein half uur ben ik terug en als juffrouw Lotte terwijl op mocht staan, hou dan een ogie op d'r en praat een vriendelijk woordje, ze heeft nog helemaal niet gehuild, geen ogenblik, en je zult wel weten hoe gevaarlijk dat is.

Engel  Gevaarlijk, gevaarlijk. 't Hangt 'r vanaf. Ik heb mense gekend, die as se d'r eigen moeder dood sage valle, 'n uur later koek met koffie sate te ete, dat je dach waar late se 't.

Bart  Goed, brave Engel, wie interesseert dat nou? Iedereen wegzenden hoor, tot ik terug ben. Dag.

 

VIERDE TONEEL
Engel, de juffrouw-van-een-hoog

Engelraapt de verscheurde brief op, snuffelt in de koffer Hè?

De juffrouw-van-een-hoog  Ben u hier, juffrouw?

Engel  O, as 'k me niet inhield, juffrouw! Geen asem van de vader, geen boe noch ba. Flessetrekkers sijn 't, oplichters! Me kostelijk beddegoed en de drieënveertig gulden van 't boekie.

De juffrouw-van-een-hoog  Ik sou 'm 'n deurwaarder op s'n dak sende.

Engel  Armoedsaaiers allemaal! Lees me so'n brief-ie es: Amiese - dat seit amiese - amiese! het spijt me je te moete melde, dat ik op 't moment sellef geen cent besit. Valie - Vaalee - Valee. Je vreet je op van senuwe. Je sou - Maar d'r klungels gaan 't huis niet uit, nog geen hemd, nog geen sakdoek! Wil u es sakdoeke sien? Nou? Wat seit u van so'n boch? Daar sou ik de stof niet mee wille afneme. Sakdoeke van sestig cent de twalef!

De juffrouw-van-een-hoog  En da's me 't rokkie wel!

Engel  En 'n hemde! Gemeenste geelkatoen dat je krijge kan, en, heheheee, heheheee, voel die borstrokke es!

De juffrouw-van-een-hoog  Vuiligheid, hoor!

Engel  Seit u maar smeerlapperij!

De juffrouw-van-een-hoog  Is dat sijn portret? Toch 'n knappe jongen.

Engel  Sijn portret en lommerdbriefies! 'n Arme weduwe oplichte! Hup d'r in! Geef u mijn es an! Hup! Hebbe is hebbe. 'k Sal d'r een handje hellepe pakke. Ja, geef u maar an. D'r mantel ook en d'r hoed ook. Sp. Dat heb 'k 'm netjes geflikt. Poppetje gesien, kassie dich. En knap wie de sleutel uit me pote krijgt!

 

VIJFDE TONEEL
Lotte, de vorigen

De juffrouw-van-een-hoog  Och juffrouw, u mot me niet kwalijk neme, 'k ben toch so begaan, 't is alsof 't me eiges is... Af.

Lotte  Dank u.

Engel  'k Ben voor u an 't pakke gewees. Sal ik u nou 'n boterhammetje brenge met 'n koppie koffie? Nee? Mens, je heb nou al in geen vijf dage gegete. Dat hou je niet uit.

Lotte  Nee, nee.

Engel  Sijn vader komt niet. Verstaat u me niet: sijn vader verdraait 't.

Lotte  Da's wel een geluk.

Engel  Ja maar nou vraag ik u, soveel verstand heit u toch ook, met lemetere kom je de wereld niet door, hoe mot ik nou me cente beure?

Lotte  Ik, ik...

Engel  Da's toch, da's toch... 'n Boekie van bij de vijftig en 't beddegoed. Of u daar nou sit en naar 't vuur kijkt. En of u nou uw mond houdt...

Lotte  Ik ben zo moe...

Engel  Ja, dat gloof 'k wel. We sijn allemaal moe. Maar nou kort en bondig, d'r gaat niks me huis uit, geen speld, of 'k mot me cente hebbe. U heit me d'r ingeleid! IJs hale en eiere hale, as 'k 'r over denk, dan, dan... 't Is godgeklaag! 't Is om je hare uit je kop te trekke.

Lotte  Goed, goed...

Engel  Goed? Eén ding sal ik u segge: u komt nog es van 'n slechte reis thuis, so gemeen as ik 'r ingevloge ben! So... Af.

 

ZESDE TONEEL
Ricaudet, Antoinette Ricaudet, Lotte

Ant. Ricaudet  Ach me liefeling! Ach me liefeling! omhelst haar Wat 'n ongeluk so ineens...

Ricaudet  Joa. 't Is potverdoeme 'n misère, en 'k mocht 'm zo geern. 't Was 'n...

Ant. Ricaudet  Leg nou niet te klesse. Ach me liefeling, 'k heb geen hap kenne ete, we sate net an tafel toen we 't hoorde, je raait nooit van wie... Sou jij je hoed afsette in 'n sterfhuis! Dat mot 'm geseit worde. Dat weet ie nog niet eens. - Trek jij je d'r maar niks van an. We sijn allemaal sterfelijk, jij so goed as ik. 't Is me 'n slag as 'k d'r an denk.

Ricaudet  Joa, 't is 'n fameuze slag, 'k sta 'r nog van te lutterbenen. 't Was 'n net menneke, 'k heb nievers zo'n charmante vent gezien, zo goetierig, zo aimabel. Sakker, sakker, 't is gruwzaam dat ons lief-heer zulke jongmensen laat sterven...

Ant. Ricaudet  Je mag de dooie de waarheid nasegge, wat waar is, is waar, 't was 'n besondere goeie heer, niks trossig, niet so'n kale bereddering, en al profiteerde je niet veel van 'm: dat sal 'k 'm altijd nagefe, voor jou is-die opperbes gewees.

Ricaudet  En wat 'n hoof had 'm: 'k geloof hij klapte alle talen.

Ant. Ricaudet  En wat sag-ie d'r altijd netjes uit, sulke mooie witte tande, en s'n haar so mooi gekamd, en s'n snor met twee sulleke puntjes... Nou liefeling, sit nou niet so te teutere. Je moet maar denke: 't is Gos welbehagen.

Ricaudet  En wanneer wordt 'm begraven? Awèl, kunt gij niet praten?

Ant. Ricaudet  Seur nou niet. Se heit natuurlijk geen sin om op alles ja en amen te segge. Is dat sijn koffer, liefie? Watte? Toe nou meid, spreek 's 'n woord! Je mot niet soveel prakkesere. Nou, as je geen mond opendoet, dan gaan we weer weg. - De slag kom je wel over, d'r is geen wond so groot of-tie bloeit in drie dage dood - en helemaal onbesorgd sal-ie je wel niet hebbe achtergelate. Dat sou me erg in 'm tegenvalle.

Ricaudet  Leit 'm daar?

Ant. Ricaudet  Seg, laat asjeblief de deur dich. Maak geen onsin! Daar hou 'k niks van. Met de dood mot je niet spotte.

Ricaudet  Ik ben 'r nie bang voor.

Ant. Ricaudet  Nou maar, je blijf d'r af. Wat seg jij, kind? Sit daar nou niet as verdomde Loewies. Je mot maar denke: voor hem 'n ander. D'r sijn meer here op de wereld. So ruim soppe had je 't ook niet bij 'm! Je heb toch nog 'n onderdak bij je ouwers. En je ben jong, je kan altijd je brood verdiene.

Ricaudet  D'r brood verdiene. Nico neemt 'r geern terug.

Lotte  Nico... Nico...

Ricaudet  Wel jaat en daar zult ge geen visite krijgen van zijn broer de pastoor! Bij oens in Vlamenland daar heet 'm 'n zwarte socialist - of bruurke zwartrok. Hahaha! Hahaha!

Lotte  Lach je? Lach jij, hier, en Peter die daar... D'r uit! Weg!

Ricaudet  Gij zijt razend!

Lotte  Vort!

Ant. Ricaudet  Wel heb 'k van me lefe! Se heit 'n klap van de molen te pakke! So bie je d'r 'n onderdak an en so jaagt se je weg. Da's goddorie wat moois! Je sou d'r...

Ricaudet  Awel maak oe niet boos! 't Is om van te lachen. L.R. - d'r eigen koffer staat gepakt. Morgen is ze content, dat ze 'n stukske brood van oe kan krijgen!

Lotte  Liever verdronk ik me! Weg!

Ant. Ricaudet  Weg? Stuur jij ons weg? Dat sal je geen tweemaal segge! Wat 'n slang van 'n meid! Wij, die 't so goed met je mene! Kom nou nog an me deur! Al sou je sterreve van de kou!

Ricaudet  Nom-de-dju, da's wat schoons!

 

ZEVENDE TONEEL
Lotte, de kruidenier-van-de-hoek

De kruidenier-van-de-hoek  Me briefie, juffrouw, eenentwintig gulde drieënvijftig half.

Lotte  Eenentwintig...

De kruidenier-van-de-hoek  Gulden en drieënvijftig halve cent.

Lotte  M'n man is gestorven, en nou...

De kruidenier-van-de-hoek  Jawel! Man. Man. Da's heel verdrietig. Maar daarmee kom ik niet verder. Wil u betale, ja of nee?

Lotte  Ja, ja, maar ik heb niks, ik heb niks...

De kruidenier-van-de-hoek  Maak dat 'n ander wijs. Jij bent 'n oplichtster. Maar 'k zal me maatregele neme. Jij hoort van me! Jij zal goddome me naam onthoue! Ik zal jou zoeke! Al wor je de rijkste mintenee van de stad, vinde zal 'k je, al zat je bij de duvel en z'n moer.

 

ACHTSTE TONEEL
Lotte, Engel

Engel  Juffrouw! Juffrouw! Hoor u me niet? Daar is... Juffrouw! Lotte gaat de sterfkamer in. Engel loopt haar achterna.

Lotte  Wat is er?

Engel  Daar sijn de vader en de moeder en nog 'n dame.

Lotte  Goed juffrouw.

Engel  De familie van meneer.

Lotte  O.

Engel  Goddank se sijn gekommme! En nou woue se hier wese. Se wachte in de kamer van meneer-achter. En of-u nou...

Lotte  En of ik...

Engel  Kom u nou bij mijn 'n kommetje koffie drinke. 'k Heb maar geseid dat u al weg was.

Lotte  Dat ik weg ben?

Engel  As u nou in de keuken komt, dan sal 'k 't u vertelle. Hij vroeg al op de trap: is dat mens d'r nog? Toen sei ik, welnee, enkel d'r koffer. En toen heb 'k se so lang in de kamer van meneer gelaten. Kom u nou gauw mee.

Lotte  Is zijn vader er?

Engel  En wat een bullebak!

Lotte  En zijn moeder?

Engel  Helemaal in de rouw en s'n suster ook.

Lotte  O god, ik zou zo graag blijven...

Engel  Dat kan u strakkies weer, as se weg sijn, se logeree hier toch niet! Kom nou! Vooruit nou! U mot 't sellef wete...

Lotte  Ja, dan ga ik mee.

 

NEGENDE TONEEL
Dobbe, Moeder Dobbe, Gaaike, Engel. Het toneel blijft enige ogenblikken leeg

Engel  Hier is de kamer, meneer. En daar, dat kleine gangetje door, let uw soon. Moeder Dobbe en Gaaike gaan de sterfkamer binnen. En dat is de koffer...

Dobbe  Zo. Voor wat staat-ie daar nog?

Engel  De juffrouw sal 'm wel gauw late hale.

Dobbe  De juffrouw, de juffrouw. Waar is die "vrind" van mijn zoon?

Engel  Uit, meneer.

Dobbe  Hum.

Engel  Het u mijn nog nodig?

Dobbe  Nee. Dank je.

Engel  U sal wel moe van de reis sijn...

Dobbe  Nee.

Engel  Maar de dames, siet u.

Dobbe  Bemoei u met uw eigen zaken.

Engel  Nou, 'k sei 't maar, as u, of mevrouw, of de juffrouw, soms iets gebruike wil...

Dobbe  We gebruiken hier niks.

Engel  De koffie staat anders op.

Dobbe  Eenmaal nee is nee. Basta. Wij drinken geen koffie in een huis van ontucht.

Engel  Wel alle-jesis! Uw soon was d'r anders niet vies van om op mijn sak te tere!

Dobbe  Ruk uit!

Engel  Uitrukke, in me eigen huis? Da's de omgekeerde wereld! Da's voor je dank!

Dobbe  En die koffer mot op staande voet weg!

Engel  As 'k eerst me cente krijg!

Dobbe  Je cente? Van wat?

Engel  'n Boekie van over de sestig gulden. En 'n bedorreve bed en bedorreve beddegoed. 'k Sal me late renuwere!

Dobbe  Zo. En denk jij dat ik zo krankzinnig ben? Jij kan...

Engel  Jij? Jij? As ik met u spreek...

Dobbe  Geen rooie duit! Niks!

Engel  Nou dat salle we es sien!

Dobbe  Wil je oprukken?

Engel  Wel allemachtig! Nee dat mot 'k es an juffrouw Lotte vertelle!

Dobbe  Vertel wat je wil!

Engel  Daar stuur 'k so'n arm schaap voor na de keuken...

Dobbe  Wat zeg je?

Engel  Ach kerel, je ben me geen antwoord waard!

 

TIENDE TONEEL
Dobbe, Gaaike

Gaaike  Het is verschrikkelijk... Arm moedertje. Toe, ga u bij haar.

Dobbe  Nee! Vervloekt, het schepsel is nog hier. Dat wijf heeft ons belogen!

Gaaike  Is Lotte...

Dobbe  Ik wil die naam niet meer horen! Roep je moeder!

Gaaike  Moeder wegroepen? Wegroepen van het sterfbed!

Dobbe  En dadelijk! Hier blijven onder een dak, samenblijven met dat opraapsel. Je moeder!

Gaaike  Vadertje, je weet wel dat dat niet kan.

Dobbe  Doe wat ik je zeg!

Gaaike  Nee, onder geen omstandigheden.

Dobbe  Dan zal ik zelf. aarzelt voor de deur. Vervloekt! Vervloekt! Waar wil je heen?

Gaaike  Ik wou...

Dobbe  Hier blijven!

Gaaike  Ik wou even naar de keuken.

Dobbe  Nee. Komt niks van in. Mot je dat, dat creatuur tegen d'r lijf lopen?

Gaaike  En als ik nou vadertje...

Dobbe  Als, als, ben jij dol geworden?

Gaaike  Als u Peter ziet liggen, en haar portret op het nachttafeltje, dan zult u misschien ook een klein beetje medelijden...

Dobbe  Hou je mond! En geen stap uit de kamer!

Gaaike  Laten we geen scènes maken, vadertje. We hebben genoeg leed. Je ben nou wat prikkelbaar door je verdriet...

Dobbe  Ik heb geen verdriet! Beter geen zoon dan...

Gaaike  Susjt! Niet zeggen, toe, niet zeggen. Later heb je er spijt van. Zet je hoed af. Zo! En...

Dobbe  Nou. Genoeg! - Van jou kan ik het minst troost velen.

Gaaike  Van mij het minst, waarom?

Dobbe  Dat weet je wel. Maar wat raakt het jullie! De een loopt van zijn ouders weg, de ander van d'r man...

Gaaike  Vin je dat het hier de plaats is, vadertje, om zulke toespelingen...

Dobbe  Hier en overal! Als je een goeie dochter was, dan zou je je nou, juist nou, juist nou met je man verzoenen - hij wil, hij wil...

Gaaike  En ik niet.

Dobbe  Nee, jij niet, het is om te...

 

ELFDE TONEEL
Moeder Dobbe, de vorigen

Moeder Dobbe  Mijn lieve Peter, mijn ongelukkig kind...

Gaaike  Moedertje...

Moeder Dobbe  O, dat mens - ik hoop dat God haar straffen zal.

Dobbe  Daar kun je zeker van zijn.

Moeder Dobbe  En overal d'r goed. Bij zijn bed hangt een rok en d'r portret staat er nog! En daar liggen schoentjes! Is het niet ongehoord dat jij het toelaat?

Dobbe  Wat toelaat?

Moeder Dobbe  De schade dat ik als moeder in alle hoeken goed van die vrouw moet zien, die ellendige gemene vrouw! Je weet het wel dat ze hier nog is.

Dobbe  Dat weet ik niet!

Moeder Dobbe  Dat weet je wel. Zo'n klap in mijn gezicht...

 

TWAALFDE TONEEL
Engel, de vorigen

Engelmet een tuil bloemen Asjeblief. Zijn die voor u?

Gaaike  Die heb ik besteld, moedertje. Die leggen we nou samen, he?

Moeder Dobbe  O, o, m'n rampzalige jongen, zo helemaal alleen gestorven, zo helemaal alleen...

Gaaike  Toe nou, toe nou. Samen af in de sterfkamer.

 

DERTIENDE TONEEL
Dobbe, Engel

Dobbe  Juffrouw!

Engel  Wat mot u?

Dobbe  Zit die, die, vrouw nog bij u? Zo. Nou, die mot de deur uit! En direct!

Engel  Wel seker! 'n Schaap dat haast gek van verdriet is! En 'n beesteweer, waarin je geen hond eruit sou jage! Ik ben dan nog so veel christen dat 'k voor me medemens voel!

Dobbe  Hou je mond maar! Ik ben niks nieuwsgierig. Heb je een kruier bij de hand voor dat ding?

Engel  'k Sou nog net so lief...

Dobbe  Hoe groot is je boekje?

Engel  Drieënsestig gulden en dan de schaai... en de...

Dobbe  Jawel! Morgen zal ik je betalen.

Engel  Sie je, 'k wist wel dat meneer...

Dobbe  Maar dat schepsel mot er dadelijk af!

Engel  Maar meneer...

Dobbe  Als ik betaal, wie heeft dan de kamer gehuurd? Basta!

Engel  Da's wel waar, maar in sullek weer, 't vriest steen en been...

Dobbe  Dat mot zij weten. Het is hier geen logement.

Engel  Nee, dat is 't hier net niet.

Dobbe  Mijn vrouw samen met zo'n meid-van-de-straat. Als een fatsoenlijke vrouw moest je voelen dat het niet gaat.

Engel  Ja, daar kan 'k niks op segge. 't Is wel hard, maar dat heit se vooruit gewete. En so'n lekkertje was 't niet! As je d'r wat sei, dan kreeg je de wind van voren...

Dobbe  Zo. Zo.

Engel  En alles sleepte se van 'm naar de lommerd, meneer, 'n doos vol briefies... En ik sal 'r geen eed op doen dat 'r geen andere here boven kwamme as uw soon uit was...

Dobbe  Ik vraag je geen bijzonderheden. Schiet op!

Engel  Dus 'r mot 'n kruier komme?

Dobbe  Onmiddellijk. Is alles erin?

Engel  Alles. En mocht 'k soms nog 'n kleinigheidje vinden, nou dan is 't toevertrouwd. Ja maar - ik heb geen sin 't 'r te segge...

Dobbe  Dan maak je maar zin. Geen voet zet ik daar of die mot de deur uit.

Engel  Nou maar, dat doe 'k niet. Se kijkt je so raar an en se hiet nog helemaal niet gehuild...

Dobbe  Voor mijn part.

Engel  Nee, ik sou u danke.

Dobbe  Dan zend je haar maar hier!

Engel  Bij u?

Dobbe  Ja.

 

VEERTIENDE TONEEL
Dobbe, Lotte, Engel. Dobbe gaat in Lottes leunstoel bij de kachel zitten.

Engel  Gaat u maar binne. Se sijn weg. Af. Lotte wil de slaapkamer binnen.

Dobbe  En nou vlug je vodden gepakt!

Lotte  Wie? Wie?

Dobbe  Wie vraagt ze nog!

Lotte  O, lieve God...

Dobbe  Ik geef je geen vijf minuten. En anders met de politie!

Lotte  Met de politie...

Dobbe  Waar is je hoed? En je mantel?

Lotte  Dat weet ik niet. Ik geloof...

Dobbe  Hum, nou krijgen we komedie. Maar die streken hoef je met mij niet uit te halen! Dan ben je an het verkeerde adres. Dat kon je met mijn zoon doen, die te jong was om uit zijn ogen te kijken: mijn zoon, uitvaagsel, die jij vermoord heb en bedorven!

Lotte  Niet zo hard... Ik heb geen hersens meer.

Dobbe  En als je van plan ben een toeval te krijgen of kuren te verkopen, dan zal ik je tonen...

Lottebij de deur Mag ik hem nog even...

Dobbe  Geef je geen moeite. De deur is op slot. Ik zal jou bij mijn vrouw en mijn dochter laten! Jou! Jou!

Lotte  O, eventjes maar.

Dobbe  Nee.

Lotte  Ik heb hem nog niet goeiedag gezegd...

Dobbe  Je heb lang genoeg de tijd gehad. Mars!

 

VIJFTIENDE TONEEL
Engel, een kruier, de vorigen

Engel  De kruier, meneer.

Dobbe  Mooi.

Engel  Die mot je hebbe. Kan je 'm alleen an?

Een kruier  Nou, dat zal wel lukke. Waar mot-ie wezen?

Engel  Waar of die wese mot, juffrouw?

Dobbe  Nou!

Lotte  Ik weet 't niet...

Een kruier  Ja, als u 't niet weet, weet ik 't nog veel minder!

Dobbe  Kom, geen uur! Hoe mot 't ermee? - Dan zet je 'm maar bij jou neer.

Engel  Ja, bewaar u 'm maar so lang. Da's heel vertrouwd, juffrouw. En hier is de sleutel.

Een kruier  Vooruit met de geit.

Engel  Pas op voor me deur! So. Af.

 

ZESTIENDE TONEEL
Dobbe, Lotte

Dobbe  En nou jij!

Lotte  Ja, nou ik...

Dobbe  Er zijn nog wel meer families, die je ongelukkig kunt maken!

Lotte  Waar moet ik heen?

Dobbe  Waar je vandaan ben gekomen.

Lotte  Waar ik vandaan... waar ik vandaan ben gekommen. Dat weet ik niet! Hahaha!

Dobbe  Ze lacht! Heb je geld? Geef antwoord! Hier pak an. Waard ben je 't niet.

Lotteneemt het biljet aan en laat het weer vallen Dank u. Dank u. Ja, dan mot ik maar...

Dobbe  En verder hoef je niet op mijn zak te speculeren.

Lotte  Nee... nee... Barst in snikken uit. O Peterlief, Peterlief, Peterlief!

Dobbe  Kom! Maak er een end an! Langzaam daalt zij de trap af. Hij kijkt haar na. De straatdeur bonst dicht. Aarzelend opent hij de sterfkamer.

 

ZEVENTIENDE TONEEL
Dobbe, Gaaike

Gaaike  Heb u die deur gesloten?

Dobbe  Ja.

Gaaike  Waarom vadertje? Is de koffer weg?

Dobbe  En zij ook! We zijn 'r goddank kwijt.

Gaaike  Heb je d'r... O, vadertje, wat gemeen, hij hield zo van haar...

Dobbe  Hou je mond!

Gaaike  Hij kon geen uur buiten haar, en nou doe je dat, terwijl hij daar ligt...

Dobbe  Ik weet wat ik doe.

Gaaike  Hoe kon je het! Ze was zo goed en zo zacht. Nou durf ik niet meer binnengaan.

 

ACHTTIENDE TONEEL
De vorigen, Bart

Bart  U hier? Ik condoleer u, mevrouw, meneer.

Gaaike  Hij heeft haar weggejaagd...

Bart  Wie?

Dobbe  Die meid!

Bart  Heb je... Is Lotte?

Dobbe  Goddank, ze is vort.

Bart  Met welk recht heb jij, meneer...

Dobbe  Met welk recht?

Bart  O, pardon. Ik verspreek me. Meneer, je bent een, jij bent een... u is een erg fatsoenlijk man, een achtenswaardig burger, een - bah! Slaat de deur dicht.

 

NEGENTIENDE TONEEL
Dobbe, Gaaike, de jonge pastoor. Dobbe gaat de sterfkamer in.

De jonge pastoor  Gaaike-lief.

Gaaike  Laat me maar zitten...

De jonge pastoor  Zijn vader en moeder... opent zijn gebedenboek, zie het biljet op de grond, bukt zich, legt het op tafel, gaat biddend de sterfkamer in.

 

Naar boven | Eerste bedrijf | Tweede bedrijf | Derde bedrijf

 

Noten

1. Bargoens: souteneur, minnaar.


HH site
Web

150 JAAR
Herman Heijermans

Jubileumactie

Doneren aan het project

 
colofon
Deze website is gestart op 3 december 2014, de 150ste geboorte­dag van Herman Heijermans Jr. en officieel gelanceerd op 24 september 2015.
De pagina's zijn handmatig gezet in Verdana 14 px. Alle wijzigingen voorbehouden. Deze website gebruikt geen cookies.
copyright en disclaimer
Voor de op deze website gepubliceerde teksten van Herman Heijermans geldt de licentie CC-BY-SA 4.0 (Naamsvermelding-Gelijk Delen). Alle andere materiaal, inclusief ontwerp, opzet en achtergronden, valt onder normaal auteursrecht. Mocht een rechthebbende aan onze aandacht zijn ontsnapt, dan verzoeken we deze zich te wenden tot de redactie. Voor eventuele schade, ontstaan door fouten in de inhoud, aanvaarden wij geen aansprakelijkheid.
contact
email: M.G. Vonder
post: W. Passtoorsstraat 12-1
1073 HX Amsterdam