HERMAN HEIJERMANS
toneelschrijver in zijn en onze tijd

Home | De uitgave | Opzet van het project | Toneelwerken | Achtergronden | Secundair | Interactief

Heijermans' toneelteksten online

Zoek op de site

Het zevende gebod
Burgerlijke-zeden komedie in vier bedrijven

Eerste bedrijf | Derde bedrijf | Vierde bedrijf

 

TWEEDE BEDRIJF

Een sober gemeubileerde studentenkamer, rechts balkondeuren en raam, links deur, morgen.

EERSTE TONEEL
Engel, Bart, de juffrouw-van-drie-hoog

Engelkomt binnen met een lamp, loert om de slaapkamerdeur, snuffelt in de kast. Bart in huiskleding schrikt haar op. Sjongen! Wat set-u?

Bart  Ik zeg niks. Is Dobbe nog niet thuis?

Engel  Nee, dat siet u wel. Onder tafel sit-ie niet.

Bart  Dat is verduiveld grappig van je, brave Engel. En juffrouw Lotte, al opgestaan?

Engel  Klop u maar es. Nee se is uit. Bel Daar sal je d'r hebbe. Wie daar? Wie daar? Als je nou denkt dat ik al die trappe afsjouw. Wie daar? Wat sè-je? Mot je driemaal schelle! Juffrouw! Juffrouw!

De juffrouw-van-drie-hoog  Joe!

Engel  Ze schelle maar weer es verkeerd. Die's nou al in de sij met d'r kale kak. Of se 't erop anleit. Driemaal voor niks an 't touw getrokke. D'r sijn een paar here voor u gewees.

Bart  De sproetenmeneer?

Engel  Hoe noemt u 'm?

Bart  Die met de bakkebaardjes en de gebogen neus.

Engel  Precies. En dan die...

Bart  Jawel, die lange magere, hou maar op. Heb je ze een paar maanden uitgesteld?

Engel  Die lange heit wat 'n schandaal geschopt, en ik krijg de naam.

Bart bij de balkondeuren Stakker. Zij krijgt de naam.

Engel  En me boekie, meneer...

Bart  Je boekie? Nieuwe overbuurtjes, Engel. Zijje gordijnen en een kanarie.

Engel  Natuurlijk een mintenee. En wat een, ze stikt in 't goud.

Bart  Nou, een mintenee? Het ziet er zo...

Engel  Ach Jesus meneer, je ruikt 't van hier. 's Avonds om tien uur precies staat 'r bakkie stil. 'n Lekker dier, hoor! De kruijenier die mot elleke maand fijftig gulden teveel op 't boekie schrijve. Daar krijgt-ie sijn percente van. So set se d'r minteneur af! Je mot maar lef hebbe. En oud! 's Morges siet se geel as saffraan. En 's avons sou je d'r niet herkenne van de verref. Fijn soort! Ik heb me nooit geverf.

Bart  Ja, jij hebt dat ook niet nodig, Engel, jij heb nou eenmaal een teint. Wil je dat cahier opengeslagen laten liggen en het vooral niet omslaan?

Engel  En me boekie, meneer?

Bart  Je boekie? Als je daar achter komt zal ik es kijken.

Engel  Kijke? Hoor es. Bel. Wie daar? Daar doe 'k niet an! Toe haal de deur achter je gat dicht! Ze sluit de kamerdeur. Alweer 'n diakenie! Godallemachtig, je sou se wat naar d'r herses smijte. Hoor es meneer, u betaalt niet en meneer Dobbe betaalt niet, ik kom er ook niet met stele an.

Bart  Da's jammer genoeg. Als we samen nou es zo'n heel klein inbraakje - wat?

Engel  Met lolletjes betaal ik me slager niet, en me bakker, en me kruijenier...

Bart  Nou, wees maar zoet. Ik ga er na het ontbijt op uit. Is de boel klaar? Ik ben voor niemand thuis, hoor. Af

Engel  Wie daar? Nee koopman, niks nodig. Ach kerel, leg nou niet te sanike! Niks nodig. Toe trek de deur dicht! Kijk nou so'n lammeling, sit je weer met 'n open deur. Ze snuffelt in de kamer en de kast, snijdt een stuk van een worst, snoept uit een jampot, luistert angstig. Lotte op.

 

TWEEDE TONEEL
Lotte, Engel

Lotte  Daar ben ik weer.

Engel  Sjongen, was u uit?

Lotte  Ik heb verse bokking gekocht.

Engel  Nee hoor. Dat sijn socialen. Die ken je niet ete.1) De lamp is gevuld. Nou ga ik voor meneer achter sorrege. O ja, d'r is een heer voor u gewees.

Lotte  Voor mij?

Engel  Nico heette-die. Kan dat? Om twee uur sou die terugkomme.

Lotte  Nico? Die ken ik niet. Daar ben ik niet voor te spreken.

Engel  Dan ook maar wegsture. Alles maar wegsture. BelWel alle jesus! Die verrekte bel! Wie daar? Mot je twee-hoog wese... Wat? Een stem roept: "Dobbe!" Die is niet thuis! Wat? Stem: "En me dochter?"

Lotte  Da's me vader. Kom u boven.

Engel  Smijt u de deur dich asjeblief.

 

DERDE TONEEL
Ricaudet, Lotte, Engel

Ricaudetbuiten adem Awel, verduveld, da's me'n klim. 't Lijk wel of da'k bij ons liev-heer te noen ga! Bonjour madameke.

Engel  Bejour meneer. Nou dan sal 'k maar. Af.

Ricaudet  En krijgt papake niet een labberdoeske van oe? 't Is zonde en schande.

Lotte  Wat moet je hier?

Ricaudetin een schommelstoel En hoe gaat 't met uwe santé?

Lotte  Zou je niet opstaan? Hij kan elk ogenblik kommen.

Ricaudet  Awel, da's lang niet kwaad, zulle. 'k Wil weleens kennis maken met de man van me dochter. En mamma komt subiet.

Lotte  Komt moeder ook? Voelen jullie dan niet...

Ricaudeteen kistje sigaren opnemend Dat is schoene waar. Mijn schoonzoon smoort ze wel goed. Steekt er een paar in zijn zak. Awel, hebt ge 'n stekske oftewel 'n alumetje? La maar, 'k zie ze al, zulle. Dat is geen non plus ultra. An zo'n sigaar veeg 'k ook m'n botten. Zeg, is dat uw installage? Dan waren de appartementen bij uw vroegere schoner, zulle. 't Lijkt hier wel 'n verkenskot.

Lotte  Bah, je hebt weer teveel gedronken.

Ricaudet  Teveel? An drie gendermkes?2) Trakteer uw vader op 'n pint bier. En, en is dat de corridor naar uw slaapkamer? En dan hebt ge zeker nog 'n badkamer en 'n salon en 'n anti-chambre en 'n cour! Hahaha! Da's 'n goeie om in de open lucht te smoren. Neust rond en bladert in een boek. Uwe man is 'n geleerde, he? "Cum ergo persevarent"... Sakkerju, dat is ook wat anders dan pataten-eten. Nom-de-domme klapt 'm latijn? Neemt een portret van de schrijftafel En is dat van uw nieuwe permetasie? Hebt ge 'n schoonmama met 'n boerinnenkapske, 't lijkt wel zotte Lies! Hahaha!

Lotte  Heb je genoeg gesnuffeld? Ik verzoek je beleefd weg te gaan.

Ricaudet  Dat is wat schoons. Ik heb oe in geen vier maanden gezien. Ge hadt uw adres ook wel eerder kunnen laten weten.

Lotte  Ik heb jullie niks laten weten.

Ricaudet  Dat ies ook niet van node, we vinden oe toch wel. Pakt een fles uit de kast, schenkt zich in. 'n Fijn pruverke! Daar zou 'n dood oud wijf op carnaval 'n cancan van slaan. Zo'n dozijn fleskes kende gij me zaterdag veur m'n naamdag sturen. Weet ge bijgeval niemeer dat 'k zaterdag jarig ben?

Lotte  Ik feliciteer je! Heb je genoeg?

Ricaudet  Genoeg? 'k Bedank verders voor uw snert! D'r zit geen drupske meer in. Sakkerbleu, wat 'n armoe! Mijn dochter de maîtresse van een student zonder cent. Awel, ik ben content. Hahaha! Die mariage is zo schoon, dat de rijmpkes vanzelf kommen, nom-de-domme!

Lotte  Het spijt me voor je dat er hier minder te halen valt.

Ricaudet  Te halen! Ik gleuf dat ik bgeters doe met oe wat te brengen. Me mazat is schoner gemeubileerd. Uw vorige entreteneur, à la bonne heure! Dat was 'nen sjieke vent. Mijn salu! Die had wat an z'n botte. Daar zat vlies an. Ge kost toen uw bullen an iedereen laten zien, en nou...

Lotte  God, god. Kom ik dan nooit van ze af! Bel Toe, ik verzoek je, ik verzoek je vrindelijk - hier heb je me laatste gulden, toe, sta op.

 

VIERDE TONEEL
De vorigen, Antoinette Ricaudet

Ricaudet  Wat heb 'k oe gezegd? Uw mama.

Ant. Ricaudet  Wel so! Wel so! Nou je ben aardig, hoor. So'n liefhebbende dochter mot 'r nog gebore worde. Breng kinderen groot, smoor se in de wieg, dat hei-je voor je dank. Je moch je waarachtig wel schame. Heb 'k je ooit 'n stro in de weg geleid? Nee maar nou mot je 't sègge, en niet staan as Piet Snot. As 'k je ooit een haar van je hoof gekrenkt heb, dan mag 'k lijje dat onse liefe heer me op staande voet mag late doodsitte...

Ricaudet  Awel, moet ge daarom grijzen? Doe dat in uw vrije tijd.

Ant. Ricaudet  Ach leg niet te klesse, 'k kan 't niet uitstaan!

Ricaudet  Sta 't dan in.

Ant. Ricaudet  'n Meid van twintig jaar die je so veringeloort. Stuk ondank! En wat heb je so'n schepsel gedaan? Uitgesloof heb 'k me voor d'r. Tot in de nacht heb 'k voor d'r sitte breie en stoppe. 't Is godgeklaag - de ene dag brengt se d'r fuile was, en wat 'n fuile, en 'n dag later is se fort, en hoe fort, laat in geen fier maande van sich hore. En nog met geen cent ondersteunt se d'r ouwers. Noem jij dat mooi, seg?

Ricaudetmet een bokking Daar hebt ge d'r diner. Twaalf voor 'n dubbeltje. Hahaha!

Ant. Ricaudet  Ach leg niet te klesse! Jij heb 'm weer om. Waar is 't lampeglas? Wel goddorie nog an toe, het-ie 't weer door sijn keel gespoeld?

Ricaudet  Potverdoeme, dat geef ik oe te doen - 'n lampeglas!

Ant. Ricaudet  So geef 'k 'm cente voor 'n lampeglas, so mot-ie 't versuipe. Als je maar sorreg dat 'r 'n glas komp, anders ken je vanavond in 't donker sitte, lamsak!

Lotte  Wil u asjeblief niet zo schreeuwen, er zijn hier buren.

Ant. Ricaudet  Maling an de bure! Se magge hore dat me man suipt en me dochter gekamerd wordt. Sijn dat je eigen meubeltjes?

Lotte  Nee.

Ant. Ricaudet  Staan se niet op jouw naam?

Ricaudet  Zijt ge zot? 't Is maar 'n gewone chambre garnie, geen stukske van hem, geen stukske van haar.

Ant. Ricaudet  En hoeveel krijg je van 'm in de maand?

Lotte  Dat raakt jullie niet!

Ant. Ricaudet  Raakt ons dat niet?

Ricaudet  Awel, dat is wat schoons! 't Is toch uw mama!

Ant. Ricaudet  Se sal mijn wat wijsmake! Ik ben ook niet van gistere. Laat 't me niet rake! D'r ouwe rooie bloesie, en d'r sjeeviotje3), d'r klungels van vroeger. Gek ben je, stapel-krankzinnig! Dat mot mijn gebeure op me ouwe dag - die laat sich mintenere door 'n armoedzaaier.

Lotte  Heb jij geklaagd toen ik je toestoppen kon? Hebben jullie het recht te verwijten, jullie?

Ricaudet  Zal ik oe es wat zeggen: ze is verliefd, ze heeft 'n amant de coeur.

Lotte  Goddank, ja.

Ant. Ricaudet  Verlief! Over 'n paar maand laat-ie je sitte. Wat koop je 'r voor? Heb je nog niet genoeg ondervinding?

Lotte  Meer dan me lief is. Daar dank ik jullie voor. Jou en hem. Ondervinding? Hoe durf jij dat zeggen! Als ik ben wat ik ben, als ik in de modder ben terechtgekomen, dan heb jij me erin getrapt en jij een handje geholpen.

Ant. Ricaudet  Da's je dank.

Lotte  Je dank! Wou je dat ik...? Wie heeft me het huis uitgeranseld? Wie heeft een 'betrekking' voor me gezocht en gevonden in dat krot, waar je tot 's nachts drie uur moest bedienen, bedienen tot Ricaudet bij jouw vriend Nico. Nico! Hij was straks aan de deur. Heb jij hem gezonden? Heb jij m'n adres...

Ricaudet  Iek? Dan zal 'k hier de dood an smoren, als 'k 'm er toch niet an smoor.

Lotte  Maar je hoeft het niet meer te proberen. Ik ben me leven beu, me leven van vroeger.

Ant. Ricaudet  Ja, dat sien we. Je mot niet lache as se 't seit. Se is nou 'n eens van 't heilsleger. Halle-lujah! Nou se dichter bij de hemel woont, is se d'r froegere lefe beu! Je mot mijn 't verschil es vertelle.

Lotte  Van, van... hield ik niet. Die haatte ik. Daar bleef ik bij voor z'n geld, voor m'n kleren, voor alles, voor jullie...

Ricaudet  Voor oens? Dat ies sakkerju!

Lotte  Schreeuw zo niet. Van hem hou ik, voor hem laat ik m'n hand afhakken. Hij betaalt niet, goddank...

Ant. Ricaudet  Daar seit se goddank bij!

Lotte  En als je van iemand houdt, dan doe je geen kwaad, dan mag je iedereen ankijken.

Ricaudet  Nom-de-dju, ze heeft gazette-romannekes gelezen, van de arme ridder en de schone maagd. Wanneer laat ge oe schaken?

Ant. Ricaudet  Ach, leg jij niet te klesse! Met je flauwekul! So'n man mot 'r nog gebore worre - as je es ernstig over familie-angelegenhede prate sal, sit hij op z'n gemak flauwsies te verkope. Sij is verlief. Sij sal d'r hand late afhakke. Sij wil niet betaald wese. Sjesis nog toe. Ver sal je 't brenge. So'n kale neet die je laat sitte assie genoeg van je het. As je maar weet, ik was me hande in onschuld, ik sal me d'r niet mee bemoeie.

Lotte  Best, en hoe minder je hier komt...

 

VIJFDE TONEEL
De vorigen, Peter

Peter  Visite?

Lotte  Ja, ja. Meneer Dobbe... m'n, m'n vader... m'n moeder...

Peter  Blijf u zitten.

Ricaudet  Serviteur, mieneer.4) - Awel, wij zijn ons dochterke eens komen opzoeken. Ze was wel content. - 't Is hier een schone etage, mieneer. - En wat 'n superbe uitzicht van uw balkon.

Peter  Ja, nietwaar.

Ricaudet  U rookt lichte couleur. - M'n dochter heeft 'm mij geoffreerd, ik zou natuurlijk zo vrij niet zijn 'm te nemen.

Peter  U is geen Amsterdammer.

Ricaudet  Ik kom van 't Vlamenland, ons gehele familie zijn Belgen, maar iek resteer hier al zolang, da'k-kik 't Vlaams klappen allengs verleerd ben. - Mijn wijfke dat is een Hollandse.

Ant. Ricaudet  Nou dat sou'k segge, as je sefenenfeertig jaar in Holland woont, dan sal je wel 'n Hollander wese. - Daar het u nou me fader, dat was ook 'n Hollander. - Seg es liefeling, je siet 'r pipsies uit. Kom-ie wel genoeg op straat?

Ricaudet  Awel, ze ziet 'r goed uit, ze wordt struis. - We derangeren u toch niet?

Peter  O nee, helemaal niet.

Ricaudet  Anders zegt ge 't maar, zulle, sans gêne, dan gaan we seffens.

Peter  Beroerd weer vandaag.

Ant. Ricaudet  Seit u dat wel. So'n motregen is 't belapperste wat je heppe ken.

Ricaudet  Als ge mijn opinie vraagt, heb'k-kik veel lievers dat 't kraakt van de vorst.

Peter  Ja, voor december is het wel zacht.

Ricaudet  Zacht mieneer, wij branden bijkans geen stoof, 't is bij lange na geen winter.

Ant. Ricaudet  Nou so'n harde winter sal je afgestole worre dat je je laatste cent mot verstoke. Wil u wel gelofe dat 'k twalef cente voor 'n kan olie betaal?

Peter  Twaalf cente?

Ant. Ricaudet  En op hoeveel kan schat u me wel in de week? Sonder te liege, meneer, 't is sonde dat 'k 't woord seg, ik gebruik fijftien kan. Maar siet-u, ik heb 'n driepits.

Peter  Da's een heleboel. Lotte, zet je geen koffie klaar, blijf u meedrinken?

Ant. Ricaudet  Nee, dat salle we nou es niet doen. Ik heb thuis 'n lekker prakkie van arepeltjes en stokvis en daar smelt 'k 'n klontje boter in, en dat smaakt so lekker, meneer, as of 'n engeltje op je tong... nou u weet wel wat 'k segge wil. Kom, sta nou op. Hij wordt so dik, hij kan ampertjes lope.

Ricaudet  Dat ies nou de pot die de moer verwijt, mieneer. Toen wij trouwden hadden wij an een twijfelaar genoeg en nou... hahaha! hahaha! Awel, mieneer, iek was zeer vereerd.

Ant. Ricaudet  Nou liefeling, kind, kom ons nou es gauwsies opsoeke. Meneer mot sich ook maar niet freemd houe. Al sijn we arrem...

Ricaudet  Wel ja, mieneer, kom es 'n lekker glaske drinken, 't is oe gegund, zulle.

Ant. Ricaudet  Ach kles jij niet met je glaske. Nou dag Lot. Daaaag. Afgaand Hou je maar goed. Seg, sal je es an je was denke? Nou daaaag!

 

ZESDE TONEEL
Peter, Lotte

Peter  Zeg je geen woord? Lotte!

Lotte  Ik kan het niet helpen.

Peter  Wat?

Lotte  Ik zou m'n hoofd wel tegen het beschot kunnen bonzen. Ze hebben me zo zenuwachtig gemaakt, zo radeloos zenuwachtig.

Peter  Wist je...

Lotte  Daar heb je het al. Da's verschrikkelijk. Waarom twijfel je dadelijk...

Peter  Ik twijfel niet.

Lotte  En je vraagt of ik het wist! Ik, die mensen hier vragen, die mensen...

Peter  Eerlijk gesproken, heus, ik verwijt het jou niet, vond ik het mal - niet omdat ze een schoonzoon eens kwamen zien, schoonzoon blijft schoonzoon, maar omdat je me zoveel dierbaars verteld had.

Lotte  Hoe weet-ie m'n adres, hoe weet-ie m'n adres.

Peter  Ik zou me er maar niets van aantrekken.

Lotte  En geloof jij nou waarachtig niet...

Peterzoent haar Ik geloof dat je helemaaal niet meer van me houdt.

Lotte  Ach, lieve Peter, nou is het gedaan. Je zult het zien.

Peter  Zo. Zo.

Lotte  Die mensen zijn zo slecht. En elke dag krijg je ze nou hier, tot het jou verveelt, en ik er de dupe van wor.

Peter  Voor jij dupe wordt steek ik er een stokje voor.

Lotte  Dat zeg je vandaag, en morgen...

Peter  Morgen sla ik je met een talhout, morgen raak ik aan de drank, l'assommoir! - morgen wor ik verliefd op de juffrouw-van-drie-hoog, morgen geef ik je rattenkruid in...

Lotte  Ik hou zo krankzinnig veel van je.

Peter  Ja dat merk ik, ik sterf van honger en nog niet eens koffie gezet. Verse bokking? Lot, ik rammel! - Zeg, 't is mis.

Lotte  Heb je niks gekregen?

Peter  Geen cent. Prins was op reis. Bakels had al twee dagen lang hondenkaak gegeten. Simons vroeg me zelf een riks voor ik een woord gezegd had.

Lotte  Wel nou vent, dan breng ik strakkies me horloge weg. Belt.

Peter  Geen sprake van, dan weten we helemaal niet meer hoe laat het is.

Lotte  Zie je, het ergste is het boekje.

Peter  Ja, dat verdomde boekje.

 

ZEVENDE TONEEL
Peter, Lotte, Engel

Engel  Het u gescheld?

Lotte  Zou u de koffie willen brengen, mevrouw, terwijl ik klaarzet.

Engel  Seker mevrouw, in twee tellen. Af.

Peter  Drommels wat mevrouwen jullie vandaag.

Lotte  Zij is het eerst begonnen, en toen heb ik ook maar mevrouw gezeid - het boekje, zie je!

Peter  Da's verduiveld diplomatiek.

Lotte  Wat hoest jij! Vanavond krijg je een stuk grauw papier met kaarsvet op je borst. En suikerwater drinken, hoor.

Peter  Braaf zo, lieve dokter.

Lotte  Nee toe! Eerst dekken. Zet de worst op tafel en wijst Peter!

Peter  Natuurlijk!

Lottebij de jampot Nou?

Engelmet koffie Asjeblief!

Lotte  Dank u mevrouw.

Engel  Kan u me effen an één vijfentwintig hellepe, meneer. D'r staat beneje 'n schoenmakersjongen te wachte.

Peterzoekend Een vijfentwintig? Eén vijfentwintig! Da's een maffie en da's nog een maffie, en da's een dubbie, en twee centen, zijn we er al? Wacht es even. Bart heeft zeker kleingeld. Klopt en fluit. Bart verschijnt met een ei.

 

ACHTSTE TONEEL
Peter, Lotte, Engel, Bart

Bart  Brave Engel, dat ei ruikt alsof er onweer broeit.

Engel  Ruikt dat ei? Wel-alle-jesis, dan weet ik niet meer wat ruike is! Wil u es ruike, mevrouw? Nou vraag 'k u!

Lotte  Nou, heel fris is het niet, mevrouw.

Engel  Wel god-allemachtig! houdt Peter het ei voor As dat ei ruikt!

Peter  Ruiken? Het stinkt!

Engel  Stinke? Stinke? Wou u se hebbe so vers as in mei! As dat ei niet te eten is met 'n beetje peper, dan sal 'k geen gelukkig uur meer hebbe! Al die kouwe complimente! Leg se dan sellef beter! Slaat de deur dicht, weer op Nou, en de schoenmakersjongen?

Peter  Geef me es even een pop.

Bart  Een pop? Mot dat zo dadelijk? Als je het een kwartier vroeger had gevraagd.

Engel  Nou en ik mot me cente! Bel Hou maar je gemak hoor! Ik mot me cente! Dan mot je maar geen eiere eten. 'n Bereddering van lik-me-vessie en 'n arme weduwvrouw op straat hellepe.

Bart  Brave Engel...

Engel  Jouw brave engel lap 'k an me zole! Wat deksel nog toe!

Bart  Zeg nou an dat ventje beneden. Wacht laat ik het maar zeggen. Pst. Ventje! - Verduiveld Peter, daar is je zuster.

 

NEGENDE TONEEL
Peter, Lotte, Bart, Gaaike, Engel

Peter  Gaaike, jij hier.

Gaaike  Kom ik ongelegen?

Bart  Volstrekt niet, mevrouw! Een ogenblikje. roept omlaag Pst! Klauter jij de trap es op! Hier heb je 'n dubbie voor je moeite, en kom nou de volgende week 'ns terug, hoor je? Dag ventje. Brave Engel, nou heb je weer wat geleerd. En strakjes ga ik kapitaal halen.

Engel  Als 'k 'r maar op rekenen kan! Af.

Gaaike  En, en is dat...

Peter  Mijn zuster... juffrouw Ricaudet.

Lotte  Dag juffrouw.

Gaaike  Ik had me u heel anders... Peter, is dat Lotte?

Peter  Ja, verwondert je dat?

Gaaike  Ik had me zulke, zulke rare voorstellingen gemaakt. Moeder is hier.

Peter  Moeder? Hier?

Gaaike  Bij tante Jet.

Peter  Zonder vader? Dus dan wil ze me zien? Dat is verduiveld aardig. Dat is verdomd aardig... Lotte, waar ga je heen?

Lottede bokking opnemend Ik wou...

Peter  Heeft dat zo'n haast?

Lotte  Ze moeten nog gezouten worden en schoongemaakt.

Peter  En we hebben leverworst, kaas...

Lotte  Dat weet ik wel... Maar zie je, je zuster, die heeft je mogelijk - die heeft je in zo'n tijd niet...

Gaaike  Nee heus, ik heb geen geheimen, ziet u.

Lotte  Geheimen nee, maar toch... ziet u, eventjes maar. 't Is in een ogenblikkie afgelope, ziet u. Af.

 

TIENDE TONEEL
Peter, Bart, Gaaike

Gaaike  Heb ik haar... Is ze boos?

Peter  Hoe kom je erop. Ze is een beetje erg timide, de lieve meid. Dat is weer iets van haar, niet Bart?

Bart  Ze komt vanzelf wel terug. Dat is een hele verrassing, mevrouw.

Gaaike  We zijn vanmorgen aangekomen. Vader is voor twee dagen naar België, en toen wouen we... Peter, jongen, wat heb je allemaal gedaan?

Peter  Gedaan, gedaan! Trekt dan niemand van jullie mijn partij?

Gaaike  Hoe wou iemand je partij trekken? Wij hoorden dat je, dat je met een, met een vrouw van verdachte zeden, excuseer het onaangename woord, als man en vrouw leefde. Ik heb gehuild, moeder elke dag, vader spreekt geen woord, en schrijven mochten we niet.

Peter  God, wat zijn jullie gedwee!

Bart  Pardon, ik geloof dat ik beter doe...

Gaaike  Nummer twee! Blijft u asjeblief.

Bart  Zoals u wilt.

Peter  Jullie zijn van een tamheid, van een onderworpenheid... Driemaal heb ik moeder geschreven. Geen letter antwoord.

Gaaike  Vader heeft...

Peter  Mijn brieven geopend. Prachtig! Ik geloof, als-ie jullie ranselde, dat je nog dankie zou zeggen.

Gaaike  Niet zo overdrijven, niet zo eenzijdig praten, lieve jongen. 's Morgens komen we op je kamer, en alleen wat vuil waswater. Vader vertelde ons alles, alles van jou en van die juffrouw. Hij wil je met de politie terughalen. Dat schandaal hebben we gelukkig voorkomen, Jozef en ik, vooral Jozef.

Peter  Dat weet ik. Hij heeft het me geschreven. Jullie dacht dat ik vanzelf terug zou keren. Er zijn genoeg verloren zoons geweest. Jozef heb ik de zaak uiteengezet, nog eens uiteengezet, hij heeft me niet verder geantwoord. Die was ook al op z'n tenen getrapt. De fout is dat iedereen me voor een kind aanziet, omdat ik jong ben.

Gaaike  De fout is, dat jij geen tact hebt. Met wat voorzichtigheid hadd je kunnen voorbereiden.

Peter  Draai toch niet om de waarheid heen, Gaaike. Er is hier geen sprake van tact, en tact dat wil zeggen met een vriendelijk gezicht liegen. Merci voor je raad. Heeft vader naar de antecedenten van, van jouw man geïnformeerd? Informeert één vader naar de avonturen van de meneer an wie hij zijn zegen geeft? Wat raakt hem dan het verleden van mijn vrouw?

Gaaike  Je slaat door, lieve jongen. Je vergeet, dat hij het goed meent.

Peter  Natuurlijk. Alle vaders menen het goed. Hij ook. In elk geval heb ik nu mijn hand niet meer op te houden.

Gaaike  Zit je dik in de schuld?

Bart  Ja mevrouw, wij zitten er dik in.

Gaaike  U ook? Van Peter begrijp ik het. Die heeft in geen maanden geld gekregen, maar u...

Bart  Mijn beurs staat tot zijn beurs als het kwadraat van nul tot de zesdemachtswortel uit nihil.

Gaaike  Ook kwestie met uw papa?

Bart  Sinds drie jaar.

Gaaike  Ook om een liaison?

Peter  Ik hou er geen liaison op na, Gaaike.

Gaaike  Nou lieve jongen, kwaad bedoel ik er niet mee. Wat is hij zwaar op de hand geworden! Als het dan niet om een vrouwenkwestie is...

Bart  Nee! Om een boekenkwestie.

Gaaike  Om een?

Bart  Om een boekenkwestie. Op een dag kwam-ie plotseling over zoals ouwe heren meer doen, die studerende zoons hebben, en keek in mijn boekenkast. Daar vond-ie een plank, die hem kwaadaardig maakte, hij is van de liberale unie5)...

Gaaike  Heus, ik begrijp het nog niet.

Bart  Eén seconde. Hij snuffelde in mijn socialistische bibliotheek.

Gaaike  Is u socialist? Gut, hoe gek.

Bart  Jammer dat die gekheid zo groeiend is.

Gaaike  O.

Bart  Mijn vader was van uw opinie, wou me wel verder laten studeren als ik beloofde mijn "tijdverspilling" eraan te geven. Ik beloofde natuurlijk niks. Liever hing ik me op, en toen sloot hij zijn liberale-unie-portemonnee. Voilà.

Gaaike  Duurt het daarom zolang eer u...

Bart  Gelukkig ja. Het is wel spijtig. Ik had zoveel aanleg voor lid van de Hoge Raad. Je hebt het lelijk te pakken, Peter.

Peterhoestend Kou gevat. Slikt een poeder. Zo. Niet an Lotte zeggen. Die is zo gauw ongerust.

Gaaike  Hou je heus van haar?

Peter  Of ik? Geen uur kan ik buiten haar.

Bart  Het is een charmante meid, mevrouw, een hartje van goud, waarachtig.

Gaaike  Dus is het menens?

Peter  Heb ik dat dan niet getoond?

Gaaike  Jawel, zeker, maar ik wou zo graag...

 

ELFDE TONEEL
De vorigen, Lotte

Peter  Ben je eindelijk klaar?

Lotte  Stoor ik je niet...

Peter  Hahaha! Of ze me stoort? Mijn zuster vindt je zo lelijk.

Gaaike  Nou Peter!

Lotte  Ik wist niet dat u komen zou, en ik heb het zo druk gehad vanmorgen, met de kamers, anders zou ik...

Gaaike  Stoor u toch niet aan die malle jongen, u is een lief huishoudstertje. Ik heb vergeten u een zoen te geven toen ik binnenkwam. Mag ik nu?

Lotte  Ik ruik zo naar bokking.

Gaaike  Daar hou ik juist van.

PeterGaaike omhelzend Jij ben een, jij ben een...

Bart  Is er niemand die mij...

Gaaike  Stakker! En kun je nou meegaan, Peter?

Peter  Drink dan eerst koffie.

Gaaike  Dat kan niet, lieve jongen, we moeten om drie uur weer weg. Als vader er achter komt...

Peter  Vin je het goed, Lotte? Die beste ouwe! Om vier uur ben ik terug.

Lotte  Blijf je niet langer?

Peter  Geen seconde. Geschreeuw achter de deur. Ah, Engel beweert iets. Bart opent de deur.

 

TWAALFDE TONEEL
De vorigen, Engel

Engelin de gang omhoog schreeuwend Watte? We salle es sien wat de huisbaas seit. Jij sal d'r af of ik sal d'r af! Valderappus! Riggeltjestuig! Vee!

Bart  Alweer een ruzietje?

Engel  Pas heb 'k me trap geschrobd en nou laat sij steenkolengruis naar boven drage. Kijk so'n trap es. Je sou d'r oge uit d'r kop krabbe, so'n kreng!

De juffrouw-van-drie-hoogonzichtbaar Ik lach om je hoor! Betaal je huur!

Engel  Me huur! me huur! Dat sal je me waar make, witgekalkte Kee. Daar neem 'k getuige op!

De juffrouw-van-drie-hoog  Jouw trap! Jouw trap! Steek je d'r ooit 'n poot an uit? Daar ben je te lui voor! Hij kleeft van 't vet!

Engel  Kleeft-ie van 't vet. Trekke daarom de here 's nachts na twaleve d'r schoene uit as se stiekem naar boven gaan. Tot man met zak Pas maar op dat je je cente krijgt, hoor! Maar je sal d'r af! So waar as god leef! Tuig! Sloerie! Grommend af.

 

DERTIENDE TONEEL
De vorigen, zonder Engel

Barttot Gaaike Ik heb verzuimd u voor te stellen. Dat was Engel.

Gaaike  Ik zou liever geen woorden met haar krijgen.

Bart  Ik ook niet.

Peter  Ziezo. Mijn hoed en mijn jas. Dag Lotje.

Lotte  Toe, nee - nou niet.

Gaaike  Ik zie u misschien in geen tijd terug, en we moeten mekaar toch leren kennen. Wil u mij eens schrijven? Dan zal ik gezellig en heel lang antwoorden.

Lotte  Ik... ik kan niet schrijven.

Gaaike  Niet? Dan dicteert u het maar, wat? Dag Lotte kust haar. Tot weerziens.

Lotte  Dag juffrouw. Dag, Peter.

Bart  Pas u op... Goeie reis!

Lotte gaat naar het balkon.

Bart  Lot, is het goed dat ik met jou ontbijt? Zeg? Zie je ze?

Lotte  Daar gaan ze.

Bart  Lieve vrouw, he? Nou, ik kom dadelijk.

Lotte sluit de balkondeuren, gaat naar de schrijftafel.

Barteen schotel dragend Dat heb ik es netjes voor je uit de keuken gehaald. Waren er geeen kuitjes bij?

Lotte  Jawel.

Bart  Verdriet? Over een uur is-ie weerom.

Lotte  Wat was-ie blij...

Bart  Natuurlijk.

Lotte  Eerst mijn vader en moeder hier, toen... Heb je gehoord dat hij me voorgesteld heeft als, als juffrouw Ricaudet?

Bart  Dat is bar.

Lotte  En die scène met Engel... wat zal ze wel denken.

Bart  Wie?

Lotte  Zijn zuster. Hoe ik me als een gans heb aangesteld... Ze vond me een lief huishoudstertje. En dat ze nou weet dat ik niet schrijven kan... Ik heb het nooit geleerd.

Bart  Toe nou Lot... Lotje!

 

Naar boven | Eerste bedrijf | Derde bedrijf | Vierde bedrijf

 

Noten

1. F. Meijer in Ons Amsterdam, nr. 7-8, 2011: het waren vooral de socialisten begin 20ste eeuw die hun eigen publiek trachtten te herwinnen voor het eten van vis.
2. Gents: borrel (E. Sanders Borrelwoorenboek 1997; etymologiebank.nl).
3. Fijn-wollen kledingstuk.
4. De talrijke stiltes in deze scène zijn aan de spelers overgelaten.
5. De Liberale Unie, die in verschillende samenstelling bestond van 1885 tot 1921, gold als gematigd vooruitstrevend. Onder het kabinet-Pierson (1897-1901) werden enkele sociale wetten aangenomen. (Parlement en Politiek).


HH site
Web

150 JAAR
Herman Heijermans

Jubileumactie

Doneren aan het project

 
colofon
Deze website is gestart op 3 december 2014, de 150ste geboorte­dag van Herman Heijermans Jr. en officieel gelanceerd op 24 september 2015.
De pagina's zijn handmatig gezet in Verdana 14 px. Alle wijzigingen voorbehouden. Deze website gebruikt geen cookies.
copyright en disclaimer
Voor de op deze website gepubliceerde teksten van Herman Heijermans geldt de licentie CC-BY-SA 4.0 (Naamsvermelding-Gelijk Delen). Alle andere materiaal, inclusief ontwerp, opzet en achtergronden, valt onder normaal auteursrecht. Mocht een rechthebbende aan onze aandacht zijn ontsnapt, dan verzoeken we deze zich te wenden tot de redactie. Voor eventuele schade, ontstaan door fouten in de inhoud, aanvaarden wij geen aansprakelijkheid.
contact
email: M.G. Vonder
post: W. Passtoorsstraat 12-1
1073 HX Amsterdam