HERMAN HEIJERMANS
toneelschrijver in zijn en onze tijd

Home | De uitgave | Opzet van het project | Toneelwerken | Achtergronden | Secundair | Interactief

Heijermans' toneelteksten online

Zoek op de site

Het pantser
Romantisch soldatenspel in drie bedrijven

Eerste bedrijf | Tweede bedrijf

 

DERDE BEDRIJF

 

EERSTE TONEEL
Zelfde kamer van eerste bedrijf. Uniform en sabel op een stoel, verder de cello. De jaloezieën zijn neergelaten. De lamp brandt, Stam slaapt in een leunstoel. Martha komt binnen met meitakken.1)

Stam  Wie daar?

Martha  Ik, paatje.

Stam  Heb jij de lamp opgestoken?

Martha  Nee paatje, ik kom juist binnen.

Stam  Hoe laat is het?

Martha  Half tien. Vijf minuten erover.

Stam  Dat kan niet.

Martha  Asjeblief. Nou? Over vierenvijftig minuten taptoe. Ook een takje?

Stam  Dank je. Ben je weer an het kopen geweest?

Martha  Nee, ik heb ze zelf geplukt.

Stam  En dat dan?

Martha  Ja, potjes jam groeien niet an bomen, hahaha! Het zou wel makkelijk wezen, he? lieve, ouwe, erg ouwe brombeer. Is de dokter vanavond geweest?

Stam  De dokter! Een uur gelejen heeft-ie op z'n bas gezaagd.

Martha  Zijn bas! Heerlijk! Als-ie speelt wordt-ie helemaal beter. Mag ik luchten? Ja, he? 't Is hier snikheet.

Stam  Ik heb het koud.

Marthahet raam openend De maan staat prachtig, paatje, je ruikt de seringen en meibloesems. Ruik je niet?

Stam  Nee, ik ruik niks.

Martha  Bij het schoenmakertje is alles donker.

Stam  Zo.

Martha  Ze slapen zeker achter?

Stam  Kan me niet schelen.

Martha  Meen je dat nou? He! De arme stumper van een jongen. Misschien, mischien is-ie wel dood. Anders zie je altijd licht.

Stam  Eigen schuld, er is behoorlijk gesommeerd.

Martha  Paatje...

 

TWEEDE TONEEL
De vorigen, mevrouw Stam

Mevrouw Stam  Karel, drink je hier of benejen een kop thee? Ik wou je niet wakker maken.

Stam  Benejen.

Mevrouw Stam  En wordt het geen tijd, Martha, dat je Fons wegzendt? Mag die zo laat opblijven?

Martha  Pa is op reis, dan luistert-ie toch niet.

Mevrouw Stam  't Is een bengel, een schat van een jongen, ondeugend, brutaal. Je raadt nooit wat-ie straks heeft gedaan. Daar stond ik verbaasd van. Hinder ik je?

Stam  Nee.

Mevrouw Stam  Ik zeg zo, ik zeg zo tegen de meid: al die jongen van de poes hou ik niet, acht jongen dat is teveel, niet? we mosten er wat uit het nest nemen en verdrinken. Een half uur later komt de bengel met zo'n rooie kleur binnen en zegt: mevrouw, ik heb het gedaan. Wat, vraag ik, zes jongen in een doek geknoopt en in het water gesmeten zegt-ie met een plezier alsof-ie een heldendaad gedaan...

Martha  Was u niet kwaad?

Mevrouw Stam  't Was gebeurd, niewaar, en, en ik had het zelf uitgelokt. Dat wordt er eentje.2)

Martha  Ik zal es proberen of de sinjeur alleen weg wil.

 

DERDE TONEEL
Stam, mevrouw Stam

Mevrouw Stambij de rechter deur Mari, leg-ie al?

Mari  Nee, mama.

Mevrouw Stam  Blijf dan niet in het donker zitten, kind.

Mari  Nee, mama.

Stam  Toe maar. Me zoon de kraamvrouw! Breng hem wat zachte eitjes. Een stilte. Waar ga je heen? Blijf hier. Er is weer een knoop van mijn overhemd gesprongen.

Mevrouw Stam  Ik heb toch vanmorgen alles secuur nagekeken.

Stam  Je kijkt wat na! Gister heb ik ook een uur getobd met m'n boord - hou je mond maar. Een stilte. Wat, wat stond er in die brief...

Mevrouw Stam  In welke brief?

Stam  Je begrijpt me wel.

Mevrouw Stam  Nee, ik begrijp je niet.

Stam  De brief van voor-eergister. Doe niet alsof ik Spaans spreek. De brief die drie dagen gelejen is gekomen, een half uur voor hij z'n appelflauwte kreeg.

Mevrouw Stam  Je hebt hem zelf verscheurd.

Stam  Alsof ik niet wist, dat jij...

Mevrouw Stam  Nee, Karel.

Stam  Was die van... Van hemzelf? Uit Algiers?

Mevrouw Stam  Ja, Karel. De vrouw is dood, het kindje uitbesteed, ergens.

Stam  Zo, zo.

Mevrouw Stam  Het portretje had je ook verscheurd.

Stam  Zo.

Mevrouw Stam  Ze lijkt op hem.

Stam  Zo. Schei uit met je... Voortaan, voortaan zal ik brieven verbranden. De kunsten lap je geen tweede keer.

Mevrouw Stam  Je vroeg zelf, Karel...

Stam  Jawel, jawel, hou je mond. Je hebt altijd je praatje klaar, krom of scheef. Een stilte. Anna - geef op.

Mevrouw Stam  Wat? geeft hem het portretje. Ergens bij vreemden. Ze heet Anne.

Stam  Zo. geeft het terug

Mevrouw Stam  Dank je. af

 

VIERDE TONEEL
Stam, Hoek

Hoekbinnenkomend met een krant Vervloekt, het is afgelopen!

Stam  Afgelopen? Wat is afgelopen?

Hoek  Asjeblief! Haagse krant die ik in de trein kocht! Smeerlappen! Waar staat het? Hier. Hier! Troebelen te, te... Naar wij bij geruchten vernemen - bij geruchten! bij geruchten! de ploerten! - heeft zich bij deze staking het curieuze feit voorgedaan - curieus, curieus! de beroerlingen! - dat een jong luitenant...

Stam  Staat dat in een krant...

Hoek  Dat een jong luitenant dienst heeft geweigerd, toen hem werd bevolen uit te rukken. Het geval moet in onderzoek zijn. Welk schoelje heeft die streek uitgehaald! Jij, Brand, ik, en, en die apotheker geven ons woord te zwijgen, te zwijgen omdat je een jongen, die après boire is en als een bezetene staat te gillen niet voor delirium verantwoordelijk wil of kan stellen, de dokter verklaart dat-ie zo overspannen is, dat-ie hem tijdelijk voor ontoerekenbaar houdt, dat als er geen wending komt een behandeling in een inrichting noodzakelijk wordt3), en de schoeljes flappen een kwaadaardige smeerpijperij in een krant! Wie, wie heeft gekletst?

Stam  Wie, ja wie? 't Is afgelopen.

Hoek  Dat is een geniepige toeleg! Ik ga direct naar Brand. Morgen krijg je de regimentscommandant hier. We zijn geblameerd, hij, ik, als het niet tegengesproken wordt. Wat eeen judasstreek! Er is al zo'n spektakel om die schoenmakersjongen, dat schandaal moet er bijkomen! En zijn hele carrière naar de maan, foutu, foutu! terwijl we als tijgers hebben gevochten om hem te sauveren.

Stam  We waren met ons drieën, toen is die Berens er bij gekommen. Zijn eigen vrind zal zijn woord toch niet breken? En, en, mijn vrouw. Dan moet mijn vrouw...

 

VIJFDE TONEEL
De vorigen, Frans

Frans  Bonsoir heren.

Hoek  Op de man af gevraagd, meneer, weet u van het bericht in het dagblad?

Frans  Welk bericht, kaptein?

Stam  Van de staking - van mijn zoon?

Frans  Pardon, ik heb het niet gelezen. Er staat maar een bericht dat de ongelukkige jongen van hiernaast ongeneeslijk...

Hoek  Nee meneer! Lees asjeblief!

Frans  Dat is niet fatsoenlijk. Ik heb natuurlijk geen explicatie te geven, kaptein, onder mannen is een belofte, meen ik, bindend.

Stam  Dan moet mijn vrouw. Ga je mee, Hoek?

 

ZESDE TONEEL

Frans  Mari! Ik, Frans.

Mari  Zijn ze weg? Ik heb daar grappig nieuws gehoord, ze schreeuwden zo dat ik an ruzie dacht. Nee, laat je krant liggen, ik weet het, ik weet het. En het interesseert me niks, niks. Ga zitten. Ik kan ook niet te best blijven staan. Zo zwak ben ik niet, gelukkig niet, wat duizelig. Zei je daar niet, of heb ik het misverstaan, dat de stakker van hiernaast ongeneeslijk...?

Frans  De krant zegt het, de ruggegraat is geraakt. Maar jij...

Mari  Ik, ik, och ik! Het ongeregeld nachtleven, en de drank, die ik anders nooit dronk. Ik was geloof ik de enige geheelonthouder van het kader, dat wreekt zich. Frans, heb je vooreergister gedaan wat ik je 's avonds verzocht?

Franseen brief uit zijn zak nemend Nee. 's Middags een zenuwbui...

Mari  Een zenuwbui!

Frans  En 's avonds nog een brief an het Ministerie posten met je ontslag-aanvraag, het leek overijld. Als je er nog op staat...

Mari  Nee, nou is het niet meer nodig. Meitakken? Meitakken van Martha...

Frans  En een potje jam.

Mari  Frans, ik heb de volgende morgen zelf en vrijpostig het Ministerie getelegrafeerd.

Frans  Waarachtig?

Mari  Pieper bracht het telegram weg, er kan elk ogenblik een raak antwoord zijn.

Frans  En weten ze benejen...

Mari  Nee. Niemand nog. Trek maar geen serieuze gezichten. De kogel is door de kerk. Goed dat een kogel voor iets deugt en een kerk ook. Wat zeg je van zo'n geestigheid voor de vuist...

Frans  En je meisje?

Mari  Martha? Martha is een engel. Als ik gelegenheid heb, zal ik met haar praten. Kwestie van een paar jaar wachten, dat doet ze.4) Ja, kerel, ik ben niet meer zo zwaarmoedig als drie dagen gelejen, toen jij bij me binnenviel. De rust heeft me opgekikkerd, me wil gesterkt. Anders zou ik de knoop niet hebben doorgehakt. Hakken, hakken - je kan geen twee woorden zeggen of je doet krijgshaftig! Zou ik me an een sigaar wagen.

Frans  Afblijven!

Mari  Twee trekjes?

Frans  Je weet dat het beroerd voor je is.

Mari  Ja, tijdelijk ontoerekenbaar, overspannen, inrichting, die militaire dokter is een hele specialiteit. Doorgelopen voeten, zonnesteken, syphilis, venerische ziekten... Frans, Frans, zeg op, wat scheelt jou?

Frans  Mij? Niks.

Mari  En je heb Martha gesproken van een, van een paar jaar. Was dat een filosofische taxatie? Nee, je heb me ook zoiets gezegd van een ziek corpus en van, en van je whiskey drinken.

Frans  Ja, ja, iets dergelijks. Ik geloof, als je het leven voor je ziet als een lijn met golvingen, dat mijn lijn dan zo loopt, met een zware bocht naar het vloerzeil.

Mari  Heb je een kwaal?

Frans  Och!

Mari  Of wil je liever niet...

Frans  Ik heb me geïnfecteerd.

Mari  Geïnfecteerd?

Frans  Voorbarig, ja - als je het noemen wil onwetenschappelijk.

Mari  Bij ongeluk?

Frans  Met opzet. Raadselen, wat? Ja, ik ben wat hard van stal gelopen, jongen. Jaren lang had ik bacteriologisch onderzocht, bacilletjes gekweekt, tot ik meende dat ik er was, een voortreffelijk serum bezat. Professor die, dokter die schreven dat het buitengewoon was, maar op levende schepsels durfden ze voorlopig niet. Excellente voorzichtigheid! Het deugde niet. Mijn theorie was een kaartenhuisje.

Mari  En heb je het op jezelf...?

Frans knikt Dus. Ik ben tweemaal geopereerd, en drink whiskey. Grappig de kelder in te gaan, gewond in een mislukte bestorming. Jammer dat er geen lintje overschiet. Bezopen wereld, bezopen wereld! Vanmorgen had Brand het in de kazerne over, over het Veld van Eer toen-ie de soldaatjes gelukwenste met d'r houding van voor-eergister. Stel je de enorme grap voor, van een bericht in de Staatscourant, bij koninklijk besluit enz., benoemd tot ridder, de militaire pillendraaier Frans Berens, wegens betoonde wapenfeiten tegen, tegen bacillen. Hahaha!

Mari  Frans, je ben een verdomd grote kerel. Bij jou voel ik me zo klein, zo misselijk-klein. Weet je, weet je dat ik vanmorgen bij de gedachte an Martha, als die, als die me de bons - dat ik toen naar me revolver keek... Nou vertel jij jouw tragedie zo eenvoudig.

Frans  Domme jongen, domme jongen. Zelfmoord! Voor ieder van ons valt zo'n boel te doen, zo'n boel, de meesten doen niks...

 

ZEVENDE TONEEL
De vorigen, Alphons

Alphons  'k Mag binnenkomme?

Mari  Je kon wel kloppen, bengel!

Alphons  Ze hebben weer ruzie.

Mari  Wie ze?

Alphons  Nou, ze. En mevrouw het nie-eens geklest. Dat heb ik gedaan. Was het dan een geheim, dat je niet schiete wou? Nee, wel?

Mari  Nee. Mot je niet na bed?

Alphons  Ik kom bij jou wat zitte.

Mari  Je ben een ridder! Ga je, Frans?

Frans  Ja, kerel, ik ben wat slap. Tot morgen.

Mari  Blijf nog wat.

Frans  Nee, je hebt uitstekend gezelschap. Hij ruikt de jam.

Alphons  Ik lus nie-eens zoet.

Frans  Bonsoir. Ik vind de weg.

 

ACHTSTE TONEEL
Mari, Alphons

Alphons  Mot meneer daarom nou zo'n hurrie schoppe?

Mari  Om wat?

Alphons  Om wat ik an Pieper heb verteld.

Mari  Verrajer!

Alphons  Ik had dalijk wille zegge: meneer ik ben het, maar hij sloeg met zijn vuist op tafel, en toen begon mevrouw te huile, en toen heb ik 'm gesmeerd.

Mari  Da's dapper. Wat, wat zit er in je buis, hou je maar niet onnozel, daar.

Alphons  O daar, een vogelnessie.

Mari  Heb jij dat uitgehaald, schooier?

Alphons  Wat zou het? Het kreng het me in me hand gebeten, kijk es. Er waren vijf eiere.

Mari  Zitten die ook daar?

Alphons  Ja, maar in een dosie, ze benne uitgeblaze. Da's moeilijk hoor! Sodeju wat krijg je er een pijn van bij je ore.

Mari  En wat is dat voor een haal? Jongen, je zit vol krabbels. Heb-ie gevochten?

Alphons  Da's van de kat - ik heb zes van z'n jongen in een doek verdronke. Je had ze motte zien spartele in het water. Ze piepte nog toen ze zonke. Da's zulk tuig!

Mari  Fons, Fons, wat een lolletjes! Nestjes uithalen, katten verdrinken, vin jij dat een heldendaad?

Alphons  Nou, nou... jij ben wel bang om een geweer af te schiete. Ik zou gedurfd hebbe.

Mari  Ja, dat geloof ik. Jij wil officier worden, he?

Alphons  En na de Oost.

Mari  En als ze je zeggen je pa dood te schieten?

Alphons  Me pa, nee, dat verdraai ik natuurlijk.

Mari  Of de schoenmaker, daar, die je wel es een zuigleertje geeft? Of zijn zoon die suikerballetjes van de fabriek voor je meebrengt?

Alphons  Nee, enkel de smerige Atjehers. We hebben vandaag kraton gespeeld.5) De Atjehers hebbe op d'r falie gehad, nou! De jongen van Willemsen had zo'n blauw oog.

Mari  Gezellig! Jullie doen het secuur. Nou, als je ouwer wordt, zal de liefhebberij er wel afgaan, Fonsje. Ik heb ook zo gedacht als jij, toen ik jouw jaren had.

Alphons  As je kolonel ben, krijg je een paard. En an de generale staf krijg je twee paarde.

Mari  Da's een hele promotie. Fons, Fons, ik wou dat je mijn zoon was.

Alphons  En dan?

Mari  En dan? Dan zou ik je op een dag mee in een trein nemen...

Alphons  Waar na toe?

Mari  Het hele land door, en dan zou ik je laten kijken de velden met graan en met groenten en met aardappelen...

Alphons  En dan?

Mari  Dan zou ik je laten kijken de velden zonder graan, zonder groenten, zonder aardappelen. Dan zou jij vragen: Mari, of vader - vader, he? - vader waarom bouwen ze daar niks? Want van brood en groenten motten we leven, niet?

Alphons  Asjeblief! En van vlees.

Mari  En van vlees, als je het betalen kan. En dan zou ik antwoorden: Fons-lief, dat weet ik niet.

Alphons  Wat weet je niet?

Mari  Wel van die grond, die onbebouwd blijft - als je in een trein zit!

Alphons  O ja, we zitte in een trein.

Mari  En dan zouen we effetjes later bij een stad komen en dan zou je vragen: vader, wat is dat voor een hoog huis? En dan zou ik zeggen dat hoge huis is een paleis. En dat zou je vragen - dat is een kerk zou ik zeggen en in een kerk bidden ze, en dat zou jij weer vragen, dat is een gevangenis zou ik zeggen, en dan jij weer dat? Dat, een kazerne....

Alphons  En verder?

Mari  Verder niks. Paleizen, kerken, gevangenissen, kazernes zie je natuurlijk het eerst als je bij een stad komt. En dan zou jij officier wezen, wat?

Alphons  En dan zou ik officier weze.

Mari  En dan zou jij de soldaten laten excerceren, he? Maar dan zou je voorbij die grond komen, die kale grond, die grond zonder graan...

Alphons  En zonder groenten...

Mari  En dan zou je de soldaten zeggen, hé, hé! Zetten jullie je geweren es neer, en laten we met z'n allen es maken, dat die grond aardappelen krijgt...

Alphons  Ja, want kale grond staat belabberd - as je nou buiten loopt en je ziet het groen, watte?

Mari  Precies. En als de boel rijp was, dan gingen we met-z'n-allen-soldaten an het graan snijen...

Alphons  Met onze sabels, he?

Mari  Ja, met de sabels - en de aardappels rooiden we met...

Alphons  Daar kon je de bajonette voor gebruike, watte? Maar de kanonne, Mari, wat dee je met de kanonne?

Mari  De kanonnen? Dat wordt lastiger. Maar, maar, die zetten we midden in de groenten met het affuit naar boven en op de monding hangen we een ouwe hoed. En dan...

Alphons  Hahaha! Die is goed! Dan denke de vogels dat er een man staat, hahahaha!

Mari  Hahaha! Maar zover zijn we nog niet, Fons.

Alphons  Nee, zover zijn we nog niet. En pa zou het niet wille en de commandant niet.

Mari  Nee, mijn pa ook niet.

Alphons  Dat was een leuk verhaal.

Mari  Dat was een leuk verhaal, jongen.

 

NEGENDE TONEEL
De vorigen, mevrouw Stam

Mevrouw Stam  Lachte jij daar zo?

Mari  Ja, mamaatje.

Mevrouw Stam  He, goddank! Mari er staat een berichtje in de...

Mari  In de krant. Pieper schijnt relaties te hebben in de journalistiek.

Alphons  Zal ik maar?

Mari  Ja, ga jij maar heen, sinjeur.

Alphons  Maar me nessie krijg-ie niet, dat zou je wel wille. Zal ik er morge voor jou een uithale?

Mari  Liever niet, Fons. Die daar op de volière wijzend bouwen er een.

Alphons  Nou, ajuus!

Mari  Ajuus, Fons. Aardige jongen. Je heb weer kwestie gehad, moedertje, met de meneer benejen.

Mevrouw Stam  Zo mot je niet over je vader spreken, dat is geen toon, kind.

Mari  Nee, dat is geen toon. Moedertje, ga over me zitten. Jij ben altijd zo'n beste vriendin van je, van je kinderen geweest, jou kan ik het eerst een minder prettig nieuws vertellen. Ik heb ontslag angevraagd, telegrafisch en mal, eergistermorgen.

Mevrouw Stam  Je ontslag - meen je dat?

Mari  Ja, moedertje. Het spijt je? Je had liever gehad dat ik...

Mevrouw Stam  God, god, als je vader het hoort. Hoe kom je an de moed?

Mari  Niet van jouw kant, moedertje.

Mevrouw Stam  Van mijn kant, nee.

Mari  Voor-eergister was ik nog opgewonden als een krankzinnige, heb ik er dingen uitgeraasd, die ik nou niet meer weet, vandaag voel ik me zo opgelucht alsof ik maanden ziek ben geweest en voor het eerst opzit. Wat ruiken de seringen en bloesems lekker, buiten.

Mevrouw Stam  Is er niks meer an te doen?

Mari  Niks, of Oorlog moet zo'n buitenissig en romantisch officier met geweld willen houen.

Mevrouw Stam  God, je vader...

Mari  Mijn vader... Ken je dan niks dan vrees, vrees voor je man, moedertje. Heb je je dan nooit verzet als je niet anders kon?

Mevrouw Stam  Verzet. Voor verzet heeft-ie...

Mari  Heeft-ie je?

Mevrouw Stam  Ik heb nooit geklaagd, klaag nou ook niet, maar nou je, nou je weggaat, en ik alleen met hem blijf, nou wor ik zo angstig, zo bang als die dag toen-ie met zijn karwats...

Mari  Met zijn karwats, met zijn karwats - en je ben niet weggelopen?

Mevrouw Stam  En jullie, jij en je broer? En misschien, misschien, had-ie gelijk. Ik werd kwaad, kinderachtig kwaad, om die dingen moet een soldatenvrouw niet kwaad worden, dat-ie in de tijd van zijn overplaatsing in Indië met een Indische vrouw... ze doen het allemaal, ze hebben allemaal nonja's6), allemaal kinderen bij die vrouwen, de officieren, de soldaten. Toen vond ik het gemeen, huilde ik, maakte ik scènes, en, in zijn drift sloeg-ie toe, over me gezicht. Vier dagen was het een striem, zei ik me moeder, die nog leefde, dat ik gevallen was. Gelukkig is er geen litteken gebleven. Later, als-ie driftig werd, weer driftig, dacht ik an, an, niewaar?

Mari  Met dezelfde karwats sloeg-ie...

Mevrouw Stam  Ik had het niet moeten vertellen, dat voel ik, je mag een man nooit de kroon van zijn hoofd nemen. Ik was bij hem gebleven om jullie - en nou, met je onberaden stap...

Mari  Onberaden, nee moedertje. Had je gewild, dat ik in plaats van Pronk vuur had gecommandeerd?7) Dat raam daar is elke avond, elke nacht verlicht. Nou is het donker. Een man van eer kan geen beul zijn. De bel. Daar komt schoonpa terug, die heeft met Brand geconfereerd.

Mevrouw Stam  Wanneer wil je het je vader zeggen?

Mari  Morgen of overmorgen en dan gelijk aan haar. Mijn kinderen, moeder, worden geen soldaat.

Mevrouw Stam  Je kinderen, dromer! Zouen die niet moeten loten? En waarvan wil je trouwen?

Mari  Daar denken mensen niet over, die van mekaar houen - houen, trouwen, ik begin te dichten als kaptein Hoek...

 

TIENDE TONEEL
De vorigen, Stam

Stammet een enveloppe in de hand Ga na benejen jij, bij Martha.

Mevrouw Stam  Karel, is er iets...

Stam  Versta je niet? Ruk uit! Ruk uit! Ik heb daar...

Mari leest de brief 

Stam  Heb jij dat angevraagd?

Mari  Ja, papa.

Stam  Je ziet, je ziet niet eervol.

Mari  Nee, papa, dat verwondert me niet, dat had ik niet verwacht.

Stam  Waarom, waarom heb je niet geraadpleegd? Met mij, met Hoek?

Mari  Omdat er een end an moest komen.

Stam  Nou is er een end gekommen. Nou ben je ontslagen, weggejaagd, weggejaagd met een briefje van ontslag als een liederlijke marinier. Nou sta je op de keien, terwijl wij, Hoek, Brand, ik, als volslagen idioten gemanouevreerd hebben om je te sauveren, om je beestig gedrag geheim te houen.

Mari  Dat spijt me papa, ik had een eigen overtuiging, en overtuiging en discipline zijn vuur en water. In oorlogstijd zou ik mogelijk ook geweigerd hebben, ik mis het recht de eerste de beste te doden, die me geen stro in de weg legt, thuis vader, moeder, vrouw...

Stam  Hou je bek met je nonsens! Als een marqué heb je de laatste dagen in je kamer gezeten, je aanvraag is van eergister! Held! Held! Gluperig in het donker werken, gluperig achter onze ruggen om! Mijn naam voor de tweede maal blameren, mijn naam die jij en je broer voor altijd beklad hebben, mijn naam die als een schande in het leger zal klinken, mijn naam...

Mari  Papa, ik heb het gedaan omdat ik moest, en nu het gedaan is, nu ik officieel ontslag heb, kunnen verwijten hoogstens nutteloos verbitteren. In de laatste maanden hebben we als vreemden, als vijanden geleefd. We verstonden mekaar niet. U heeft me nooit verstaan, me bespot in dingen die ik het liefst had. Nou is de wending gekomen. Laten we als mannen van mekaar gaan, met een wrok, als het moet, maar een wrok slijt, en...

Stam  Als mannen van mekaar, als mannen! Dacht je dat ik je nog een ogenblik in het huis duld?

Mari  Daar was ik op voorbereid.

Stam  Jij, en je broer zijn twee ellendelingen, twee karakterlozen...

Mari  Van Maurits moet u niet teveel kwaad spreken. Iemand, die weigert de vrouw in de steek te laten, bij wie-ie een kind heeft, opgejaagd vlucht, is geen karakterloze, allerminst een ellendeling al plaatsen ze hem buiten de wet...

Stam  Jij, jij uit de dienst ontslagen, uit de dienst weggejaagde luitenant van vier maanden, jij durft over eerkwesties je vader brutaliseren, je vader die krom heeft gelegen om je in Alkmaar en Breda te laten studeren, je vader, die op zijn gezicht het teken draagt van een dapper soldaat?

Mari  Papa, je prikkelt tot heftigheden die tot niks leiden. Ik zal morgen gaan. Misschien dat je...

Stam  Morgen? Vanavond nog.

Mari  Vanavond.

Stam  In jouw plaats had ik me...

Mari  Had u dat liever gehad - vader?

Stam  Gek! Stomme dwaas! Onnozele hals! Met rottingslagen had ik ze moeten regeren! Lafbek die je ben, lafaard, zwakke stumper, jij vindt het wel ongewoon, dat er ouwe soldaten zijn die bentings8) bestormen, klewanghouwen oplopen? Jij prefereert pantoffels...

Mari  Toen ik een jongen was, als Fons, ja toen had ik ontzag voor je litteken, maar nou, nou vind ik het hideus. Je heb me te dikwijls verteld wat Paja Bakoeng een bloed heeft gekost, dat er zeventig dooien van de vijand, de vijand! gebleven zijn, dat er vrouwen, kinderen bij waren, dat kampongs vernield werden, dat je oppasser een klomp bloed was, dat de sloebers als honden werden geschoten. Als ik je zo zie bij de lamp, bij de lamp met die gleuf in je gezicht, dan wor ik bang, bang van je, dan is het alsof er een ander achter je staat, alsof een gemene, helse schaduw over je gezicht valt - alsof je gemerkt ben, en, en een mes achter je rug houdt...

Stam  Jij zou in staat zijn iemand angstig te maken met je, met je waanzinnige, meer dan waanzinnige uitvallen, jij zou in staat zijn... Als je zelf...

Mari  Zelf, nee. Goddank. Papa, je heb het uitgelokt, ik had mijn mond gehouen - ik zal straks gaan. Als ik daar woorden heb gezegd... Hij steekt de hand uit. Stam verlaat de kamer.

 

ELFDE TONEEL
Mari, Martha. Mari pakt zijn spullen

Martha  Mari, Mari, wat heb je gedaan!

Mari  Huil je?

Martha  Je ma huilt, je pa is zonet benejen gekomen, heeft geen woord gesproken, is in een leunstoel gaan zitten, met zijn gezicht naar het raam - toen ik naar hem keek, snoot-ie zijn neus, alsof-ie moeite dee... Je had me zo beloofd...

Mari  Ja, Martha.

Martha  Is het ontslag er heus?

Mari  Ja, Martha.

Martha  Helemaal onherroepelijk?

Mari  Onherroepelijk en als een gratie, ze hadden erger kunnen doen na mijn brutale depêche en na het bericht in die krant.

Martha  Heeft kaptein Brand dan toch rapport gemaakt?

Mari  Nee, Martha, ik heb zelfstandig ontslag gevraagd.

Martha  Zelfstandig? Heb je zelf?

Mari  Ja, Martha.

Martha  Zonder iemand, zonder mij in vertrouwen te nemen?

Mari  Ja, Martha. Ik was bang, dat je me niet zou begrijpen, dat je pressie zou oefenen - ik wou.

Martha  Dus je heb zelf, zelf - en je heb niet an onze toekomst gedacht?

Mari  An onze toekomst heb ik vooral gedacht, Martha.

Martha  Vooral gedacht, heb je dan een andere betrekking?

Mari  Een andere? Ik had er geen die...

Martha  Had je er geen?

Mari  Nee Martha, niet een die ik respecteerde. Trouwen met een grote leugen in je kop, brengt ongeluk.

Martha  Je respecteerde de betrekking niet, waarin onze vaders, jouw, mijn vader... Een grote leugen! Mari, waarom ben je zo egoïst, waarom vergeet je dat je geëngageerd ben?

Mari  Vergeten? Lieve goeie meid, ben je een ogenblik uit mijn gedachten geweest? Begrijp je niet dat een man die de sprong waagt, die ik heb gedaan, ook zijn kracht vindt in een portretje, in jouw eerlijke, prachtige ogen? Denk je dat één daad gebeurt zonder vrouw? Nee, dan weet je niks, niks, niks van je eigen macht. Hele nachten heb ik geaarzeld, gefantaseerd, me jou voorgesteld, zoals je nu over me zit, eventjes down, dan als een echte vrouw met de overtuiging van je jongen meegaand. Niewaar? Niewaar? De servetten, de slopen kunnen nog wat wachten? We zijn jong, we hebben op mekaar gewacht van toen we zo groot waren...

Martha  Natuurlijk, natuurlijk ga ik met je mee. Dacht je, dacht je dat ik terug zou krabbelen? Hoe kom je op de inval? Hoe kan je er twee woorden over vuil maken? Maar, maar...

Mari  Maar?

Martha  Als ontslagen officier...

Mari  Oneervol ontslagen, Martha.

Martha  Niet eervol?

Mari  Wou je dat een officier die weigert te doden, eervol ontslagen wordt? Wat een zonderlinge begrippen van eer heb je.

Martha  Niet eervol? Dat wist ik niet eens. En hoe zul je dan een nieuwe positie krijgen om te kunnen trouwen in onze stand?

Mari  In onze stand? Daar had ik niet aan gedacht.

Martha  Een gepensioneerd officier heeft al zo'n moeite om een burgerbetrekking...

Mari  Zit je dat, en nou al dwars?

Martha  Dwars nee, maar je moet je gezond verstand gebruiken.

Mari  Gezond verstand? Zou jij mijn verstand gezonder hebben gevonden, als die man daar zijn gordijn had kunnen optrekken en me schelden voor moordenaar!

Martha  Moordenaar! Je zegt net zulke holle woorden als, als je vriend. Papa was ook bij zo'n opstootje betrokken, tien jaar gelejen, toen werd ook iemand gewond. Als je zulke woorden meent, ben ik de dochter van een... Zeg je daar niks op, Mari?

Mari  Nee.

Martha  Zeg je daar niks op?

Mari  Ik zeg dat tien jaar gelejen je vader te goeder trouw heeft gehandeld. Maar iemand, die zoals ik geleerd heeft te denken - iemand als ik, die Christus niet langer an het kruis maar achter zwaar geschut ziet, zo iemand gebruikt zijn gezond verstand.

Martha  Wou jij dan alleen de wereld veranderen?

Mari  Alleen? Vandaag alleen! Haha! Kind, je weet niet wat een enormiteiten je beweert omdat je nooit verder dan het epauletten-kringetje heb gekeken. Ik zal je leren kijken.

Martha  Goed Mari, goed Mari - maar als pa hoort...

Mari  Van dat?

Martha  Pa is zo practisch.

Mari  Nog practischer dan jij?

Martha  Verwijt je dat?

Mari  Ik heb geen recht te verwijten.

Martha  Papa zal zeggen...

Mari  Wat zal je papa zeggen?

Martha  Dat...

Mari  Dat je moet breken?

Martha  Dat, dat denk ik zo.

Mari  En dan?

Martha  Dan zal ik natuurlijk weigeren.

Mari  En als ik dan een nieuwe betrekking, betrekking heb, een betrekking om te trouwen in onze stand - van maanlicht, seringen, meibloemen, god, wat een poëtische nacht! kun je niet leven, niet eten, niet koken, niet kleden, dan, dan sommeren we hem voor de kantonrechter, niet?

Martha  Nee, zo'n vaart hoeft het niet te lopen, maar op het moment, dat moet je toegeven, heb je niks, niks, en pa zal de eerste zijn om dat te verwijten.

Mari  Ik dacht, Martha, ik dacht, Martha-lief, dat je in plaats van al die bedenkingen, die me maandenlang hebben weerhouen, die me ziek hebben gemaakt tot vooreergister de crisis kwam, ik dacht dat ik ook iets van warmte, iets van aanmoediging uit jouw mond zou horen. En je praat enkel van het verloren sterretje, van het verloren tractement.

Martha  Dat is, dat is gemeen. Buiten klinkt het taptoesignaal. Goeienacht, Mari. Het is half elf.

Mari  Goeienacht. Zie ik je morgen?

Martha  Als pa...

Mari  Als je pa wil.

Martha  Zoen je me niet goeienacht?

Mari  Martha - moet je geen grijze haren meer? Martha af 9)

 

TWAALFDE TONEEL
Mari, de schoenmaker

Maripakt zijn spullen, bekijkt zijn revolver, ziet licht achter het gordijn aan de overkant en het silhouet van de schoenmaker achter het raam, tikt tegen het kozijn.10) Willem! Willem!

De schoenmaker  Wie is daar?

Mari  Gaat - gaat je zoon beter? Is er hoop? Wat zegt de dokter?

De schoenmaker  Dat, dat, dat het nog een paar dage dure ken, hij leit naastan - z'n ruggegraat, z'n ruggegraat is geraakt, z'n bene benne verlamd, da's, da's een beroerd gezicht, da's een ellendig gezicht. As-die niet dood gaat, blijft-ie voor altijd gebrekkig. Lamme kenne ze niet op de branderij gebruike. klopt verder

Mari  Hindert dat kloppen hem niet?

De schoenmaker  Nee, hij is niet bij kennis, en dan nog, en dan nog, ik heb in geen drie dage gewerkt, we motte vrete, me klante mag ik niet kwijt rake.

Mari  Kan ik wat voor je doen? Blijf je zo weer de hele nacht? Willem, Willem - ik heb er geen schuld an gehad.

De schoenmaker  Nee, nee. Maar geeft God dan geen vergelding? Geeft God geen vergelding? laat het gordijn zakken

Mari smijt de revolver opzij, neemt zijn valies en zijn hoed, gaat de deur uit. Het silhouet van de schoenmaker arbeidt zwart-dreigend voort..

 

Naar boven | Eerste bedrijf | Tweede bedrijf

 

Noten

1. In de oorspr. tekst staan de aanwijzingen voor Stam en Martha bij de rollen, omdat die afzonderlijk werden gekopieerd.
2. Met zijn wreedheid, verwendheid en gebrek aan discipline wordt Alphons getekend als hèt model voor de aankomende soldaat (Flaxman 1954 p. 102-108).
3. In de oorspr. tekst: koudwaterinrichting.
4. Bedoeld wordt: wachten tot hij een nieuwe betrekking en inkomen heeft. Zie het elfde toneel.
5. Kraton: Indisch ommuurd vorstenverblijf. Voor de Atjeh-oorlog zie tweede bedrijf, noot 3.
6. Bedoeld is concubine, eig. dochter van een blanke met een inlandse.
7. Pronk: wie hebben er precies geschoten? In I, toneel 15 is Pronk luitenant, in II, toneel 9 wordt de infanterie afgelost door marechaussees. M.i. maakte een peloton marechaussees deel uit van het garnizoen.
8. Aarden omwalling, versterking in Atjeh.
9. De scène roept herinneringen op aan HH's verbroken verloving met Betsy Vles, nadat zijn handelsonderneming mislukt was. Zie Goedkoop Geluk p. 46-49.
10. Oorspr. tekst: "Mari (staart hijgend voor zich heen, neemt machinaal boeken en papieren, die hij in het valies laat zakken, grijpt met bewustloos gebaar de revolver, wikkelt 'r uit het leder foedraal, spant aarzlend den haan, schrikt door zacht hameren. Achter het gordijn van den schoenmaker is licht gekomen. Het ouwemannetjes-silhouet scherpt in arbeid op het gordijnwit. Angstig leunt Mari achteruit, staat weiflend op, tikt tegen het raamkozijn)". Voorstudie: "Schim", Schetsen I 1897, p. 117-124.

 


HH site
Web

150 JAAR
Herman Heijermans

Jubileumactie

Doneren aan het project

 
colofon
Deze website is gestart op 3 december 2014, de 150ste geboorte­dag van Herman Heijermans Jr. en officieel gelanceerd op 24 september 2015.
De pagina's zijn handmatig gezet in Verdana 14 px. Alle wijzigingen voorbehouden. Deze website gebruikt geen cookies.
copyright en disclaimer
Voor de op deze website gepubliceerde teksten van Herman Heijermans geldt de licentie CC-BY-SA 4.0 (Naamsvermelding-Gelijk Delen). Alle andere materiaal, inclusief ontwerp, opzet en achtergronden, valt onder normaal auteursrecht. Mocht een rechthebbende aan onze aandacht zijn ontsnapt, dan verzoeken we deze zich te wenden tot de redactie. Voor eventuele schade, ontstaan door fouten in de inhoud, aanvaarden wij geen aansprakelijkheid.
contact
email: M.G. Vonder
post: W. Passtoorsstraat 12-1
1073 HX Amsterdam