HERMAN HEIJERMANS
toneelschrijver in zijn en onze tijd

Home | De uitgave | Opzet van het project | Toneelwerken | Achtergronden | Secundair | Interactief

Heijermans' toneelteksten online

Zoek op de site

HET PANTSER

Romantisch soldatenspel in drie bedrijven

Tweede bedrijf | Derde bedrijf

Nieuw! PDF downloaden
Toneellijst
Versiegeschiedenis
Permalink UBA
Zoeken KB

 

"Een stuk, schandelijk van inhoud, dat
een verkeerde indruk moet maken op
elk, die geen kennis heeft van militaire
toestanden; een stuk, dat een blaam
werpt op het leger en op het officierskorps."

Rede van Jhr. G.A. Alting von Geusau voor de
Vereniging ter bevordering van de krijgswetenschap
te Breda, dato 14 februari 1902.

 

Personen

Karel Stam, oud-kapitein
Anna, zijn vrouw
Mari, zijn zoon, 2e luitenant
Kapitein Hoek
Martha, zijn dochter
Alphons, zijn zoontje
Kapitein Brand, garnizoenscommandant
Frans Berens, militair apotheker
Pieper, oppasser bij Mari1)
De schoenmaker
Een meid, tweede bedrijf

Het stuk speelt in een kleine Hollandse garnizoensplaats

 

EERSTE BEDRIJF

Een sober gemeubileerde kamer. Twee vensters in de achterwand, er tussen een boekenkast. Aan beide zijkanten een deur. Een volière. Links een grote schrijftafel met papieren. Ochtend.2)

 

EERSTE TONEEL
Pieper, Mari, mevrouw Stam

Pieperbezig een sabel op te poetsen, luistert. Door de rechter deur klinkt het geluid van een cello, die Gounod's Ave Maria speelt. Dan gaat hij op de volière toe, praat met de vogels:  Piet! Piet! Piete-dan! Nou dan Piet!

Maridriftig de deur openend met de strijkstok in de hand Ruk uit! Hou je bek! Smijt de deur dicht. De cello zet weer in.

Mevrouw Stam   Mari...

Pieper   Sst! Sst, mevrouw!

Mevrouw Stam Heb jij die voeten meegebracht?

Pieper   Die stinge d'r al.

Mevrouw Stam  As je weer binnenkomt, dan trek-ie je schoenen maar uit, hoor? Op de mat, hoor? af

Mari  Wie was daar? Wat donder je toch, vanmorgen!

Pieper  Mevrouw was hier, luint.

Mari  Wie? Welke mevrouw?

Pieper  Mama, luint.

Mari  Voortaan, voortaan... Haal de jaloezie op. Nee, de andere. Doe nou niet als een kat in een vreemd pakhuis. Nieuws?

Pieper  't Wordt zuur, luint.

Mari  Zuur? Met wat?

Pieper  Met de staking. een sigaar aannemend Dank u. Da's een afterdinner.

Mari  Is het nog niet bijgelegd?

Pieper  Nou! Ze hebbe vanmorrege haast een diender gemold. Z'n helm stuk en z'n sabel vort. Een oog zo dik as me knuist.

Mari  Vin jij dat zo lachwekkend?

Pieper  Nee, luint, maar een blauw oog is altijd kemiek.

Mari hoort zacht straatgezang Stil! Wat is dat?

Pieper  Hullie, van de febriek. 't Loopt mis. Die brande d'r pote. Stomme honde!

Mari  Waar heb je m'n laarzen.

Pieper  Achter de... Alsjeblief, luint. De ene hak bobbelt 'n beetje.

Mari  Zo. Laat maar! Die boeken breng je strakkies bij Ringers terug. Een gehouen, begrepen? En, en schuif het raam es op. 't Is hier om te stikken.

Mevrouw Stam  Mari, Mari, hoe kon je nou toch weer...

Mari  Kom over een minuut of tien terug, Pieper.

Pieper  Best, luint. af

 

TWEEDE TONEEL
Mevrouw Stam, Mari

Mevrouw Stam  Gisteravond heeft-ie nog zo...

Mari  Wel ja! Wel zeker! Zeg maar precies hoe je het hebben wil. Als je het verkiest neem ik de cel op m'n rug en ga in de kazerne studeren. Papa hoort liever de wachtparade, de taptoe, de reveille...

Mevrouw Stam  Jongenlief, je kunt mekaar het leven zo makkelijk maken. Je ben om half acht begonnen, en het huis is zo gehorig. Heus in de slaapkamer...

Mari  Bon. Uitstekend. Ik wil niks liever dan zelf een kamer huren. Gisteravond is er weer gesnuffeld. Ik hoef niet te vragen wíe, wíe, wíe!

Mevrouw Stam  En als? Hij zegt dat je dingen leest die een officier... nee, je moet het mij niet kwalijk nemen, ik zou je vrijheid laten, al wou je...

Mari   Mama, ik draag het niet langer, kort en bondig! Het wordt ridicuul. Als ik musiceren wil, musiceer ik, en mijn schrijftafel hebben jullie te respecteren.

Mevrouw Stam  Ja, m'n jongen, je heb gelijk, volkomen gelijk, ik val je niet af - maar de huiselijke vrede, en die - die nare scènes... Je mot niet vergeten dat-ie een man op leeftijd is, en niet zo heel gezond. Hebben de vogels wel zaad? Nou, niet veel. Toe brom maar niet verder. Geef je schaartje es, dat blad mot er af, helemaal geel, en dat. Als ik niet naar de planten keek... Dag schoenmaker.

De schoenmaker onzichtbaar Morgen.

Mevrouw Stam  Drukkend, hè?

De schoenmaker  Ja, ja, d'r zit onweer.

Mevrouw Stam  Nou, kom je daar boven? Martha zou om tien uur... Kijk, haar portret leit onder de papieren. Zo. Over een paar maanden ben je getrouwd, krijg je vanzelf andere kamers. af

 

DERDE TONEEL
Mari, de schoenmaker

Maritrekt de andere jaloezie op. Aan de overzij van het gangetje wordt het raam van de schoenmaker zichtbaar. Alweer an het werk, Willem?

De schoenmaker   Alweer? 'k Heb nog geen bed gezien. De boel most af, meneer.

Mari  En gisternacht...

De schoenmaker   Ja. Ja. Maar strakkies ga ik een paar uurtjes legge. U ben anders ook niet vroeg na bed geweest.

Mari  Ja, 's nachts zien we mekaars schaduw, wat?

De schoenmaker   As ik zo klop en met de machien bezig ben, dan zit ik te prakkizere, wat je zo laat wel doet. Je lamp zie ik en je hoofd zie ik. Half vier ging je licht uit.

Mari  Vijf minuten erover. 't Is verdomd leuk an jou gezelschap te hebben, enkel met het gangetje er tussen. Ben je nou niet kapot van moeheid?

De schoenmaker   Kapot? Me rug die doet zeer. Toen ik pas trouwde, zat ik hele nachte zo. Je mot een berg verstelle eer je een weekloon verdient. Met de ouwe dag wil alleen de rug niet meer. Maar nou, gelukkig, begint me dochter wat te verdiene en me zoon haalt ook z'n vier, vijf guldes op de febriek. Jammer nou met die staking, die beroerde staking. Jij mot niet meedoen, jongen, zeg ik - hij weet niet waar die staan mot, meneer, nee, nee, waarachtig niet.

Mari  Wou je dan dat-ie onderkruiper...

De schoenmaker,   Zeg, zeg u dat?

Mari  Wel ja, waarom niet, Willem?

De schoenmaker  Ja. Ja. Da's ook waar. Nee, onderkruipe mag die niet. En hard werke is het, harder dan ik, ja harder.

Mari  Wat doet-ie?

De schoenmaker   Nou hij werkt op de beenzwartbranderij.3)

Mari  Wordt er beenzwart gebrand op een suikerraffinaderij?

De schoenmaker  Asjeblief meneer! Dan staat-ie, as-ie de nachtploeg het van vijf uur 's avonds tot zeven 's morges in de branderij, en as-ie thuis komt het-ie geen trek in eten van de stof. Stuive doet het schrikkelijk, en warm! Neem nou es zo'n dag as verlejen week, toen most-ie boven op de fornuize weze en zwart scheppe. Dat kon die haast geen honderd telle uithoue zei-die.

Mari  En vier, vijf gulden? En werken er meer jongens in dat zwart?

De schoenmaker  Bij de dertig, dag- en nachtploeg. As ze oppasse gaan ze na de smeltpan en na de filtrage. Nou, m'n jongen past op. 't Kan navraag lijje. Maar met die staking...

Mari  Waarom staken ze, he?

De schoenmaker   Om meer dat. Ze wille twee cente in het uur meer, nou en de febriek mot hope verdiene.

VIERDE TONEEL
De vorigen, oud-kapitein Stam

Stam  Mari...

Mari  Ja, ze keren aardige dividenden uit.

De schoenmaker  Twee cente is niet zoveel.

Mari  Nee, want zij doen het werk.

De schoenmaker  Ja, juist, da's het precies gezeid. Maar nou is de dirrekteur op z'n achterste pote gaan staan, en het stiekem andere late komme, en die slape op de febriek, en da's gemeen - da's smerig. Van dertien cente in het uur na vijftien is niet zo'n stugge sprong, om nie-eens van mijn jonge te prate, die maar vijf cente verdient voor nachtwerk.

Mari  't Is crimineel. Ze motten doorzetten, stevig.

De schoenmaker  Ja, maar as de dirrekteur ze niemeer hebbe wil, helemaal niemeer, dan zit je er mee. Da's een zorg.

Mari  Heb-ie wat te roken? Nee? Wacht ik zal je es even... ziet zijn vader O? Stond u daar al lang? Hier, vang, Willem. Pas op, breek ze niet. Een. Twee. Drie. Vier.

De schoenmaker  Dank u wel.

Mari  Dag Willem.

De schoenmaker  Dag meneer.

Stam  Ik vraag me af, of jij, of jij krankzinnig ben geworden!

Mari  Goeiemorgen.

Stam  Je schijnt, je schijnt niet te weten - wel verdomd, ik heb het tegen je.

Mari  Dat lijkt zo, papa.

Stam  Sinds wanneer kletst, wauwelt een officier op de manier als jij daar. Je vergeet dat je uniform draagt, je doet als een kwajongen.

Mari  Als iemand m'n uniform vergeet, ben u het, niet ik!

Stam  Leuterpraatjes met een schoenmaker! Ze motten maar doorzetten, stevig. 't Is gotbeter...

Mari  Ik verzoek u zo niet te schreeuwen. M'n oppasser is benejen.

Stam  Ik heb lang genoeg gediend, om te weten wat past!

Mari  En ik lang genoeg om niet geduldig je buien te verdragen.

Stam  Lang genoeg? Lang genoeg! Nog geen vier maanden van Breda! Je ben te groen om te...

Mari  Papa!

Stam  Gisteravond heb ik...

Mari  Gesnuffeld!

Stam  Gesnuffeld, ja, ja, ja. En vort ermee! In mijn huis duld ik die drek niet, die zwijnderij, die dollemanspamfletten.

VIJFDE TONEEL
De vorigen, mevrouw Stam, Martha, Alphons

Mevrouw Stam  Karel!

Martha  Goeiemorgen. Ik geloof dat we niet erg gelegen kommen. Nee, paatje, dat doen we zo en niet tegenstribbelen zoent hem. En die rimpels weg, een, twee. Hou je sortering op de grond? Hahaha! Morgen, Mari, ik ben het maar. Nee, asjebief, eerst je uniformjas aan. tot Alphons, die Mari's weggegooide sigaar opraapt Laat je liggen, smeerpoes! O, wat een jongen! Hahaha!

Alphons  Wat fijn! Een endje van Mari. Met een bandje erom. Nee, afblijve!

Mevrouw Stam  Nou Fonsje, da's lang niet netjes.

Alphons  Nou-ou! Ik ben niet vies van Mari. Lekker hoor! Mari, ik heb op een knolhengst gereje!

Mari  Knap, vent!

Alphons  In een half uur heen en weerom na de molen. En toen de smakker niet verder wou...

Stam de sigaar afnemend en weggooiend Asjeblief - da's je nou tweemaal verzocht.

Alphons  He, da's...

Martha  Fons! Gedraag je toch een beetje fatsoenlijk.

Alphons  Ik mag toch...

Stam  Jij mag niks, je mag je mond houen.

Mevrouw Stam  Karel, wor nou een beetje vrindelijk.

Stam  Vrindelijk! Daar heb ik reden voor. Om half acht het gejenk van die verdomde cel...

Martha  Gejenk! Paatje hoe kom je an de uitdrukking!

Stam  Ik hoor net zo lief een stoomzaag.

Mevrouw Stam  As-ie er nou plezier...

Stam  Plezier, wat duivel! Daarnet stond-ie te raaskallen met de schoenmaker van de overzij, over de staking. Hebben we an, an, niet genoeg beleefd? Allemaal jouw kop, jouw nukkige kop.

Mevrouw Stam  Mijn kop. Praat ik ooit tegen?

Stam  Hardop, nee, maar... Sar me niet met je goedheid!

ZESDE TONEEL
De vorigen, Frans

Frans  Pardon. De oppasser zei...

Mari  Frans, kerel, jij hier - dat is een prachtige verrassing!

Frans  Ik kom zo direct van het station. Wil je me even...

Mari  M'n papa, m'n mama, m'n meisje, en die rekel, m'n aanstaande zwager. Blijf van me papieren! Stam af Wel, kerel, wat ben je zwaar geworden! Verlof? Hoe lang?

Frans  Zes hele dagen, goddank. Excuseer mevrouw, de eerste dag van je verlof, na vijf zure maanden in een nest, voel je je alsof je an je zesde whiskey en soda - dat wil zeggen, ik wil niet dadelijk een rare indruk maken...

Martha  Is dat Frans Berens, Mari, de vrind van wie je...

Frans  Ja, die Frans ben ik, juffrouw. Veel kwaad gesproken?

Mari  En zo opgepoetst? Het lijkt eer of je voor middagappèl komt opzetten.

Frans  Ik hou van m'n uniform, beste jongen. Ja, dat begrijpt hij niet, mevrouw. Zo ineens van provisor in een dorpsapotheek eerste luitenant, overal gesalueerd worden: het zijn sterke benen, die de sterretjes dragen. De eerste tijd heb ik wel last van m'n sabel gehad, om de seconde zat-ie tussen m'n benen, vreselijk hardnekkig! Maar nou zie je bij avond geen onderscheid tussen mij en hem, hahaha! ofschoon, dat moet ik zelf zeggen, ik niet positief begrijp, waarom een militair-apotheker zo'n geweldig zwaard nodig heeft.

Martha  Om zoethout en drop mee te hakken, hahaha!

Frans  Koekhakken op een boerenkermis à la bonnen heure, hahaha! Wat is dat? Gefluit en gejoel buiten.

Alphons  Verdikkie!

Martha  Wat is er?

Alphons  Er wordt een vent opgebracht. Kijk ze dringe! He!

Mevrouw Stam  O, wat is dat naar.

Alphons  Ze smijte met stene. Au, die was raak! Ik ga kijke!

Martha  Je blijft hier!

Alphons  Nou, laat me los, schaap!

Mari  Nee, Fons, je mag niet. Da's geen lolletje, buiten.

Alphons  Verdikkeme nog toe!

Martha  Hoor zo'n bengel! Dat rookt en dat vloekt! Ik zal pa straks vertellen, hoe jij...

Alphons  Jij zal... Draak! Mispunt!

Frans  Jij ben een heer!

Martha  Schat. Engel. Heerlijkheid. Au! He, liefie is dat nou aardig?

Alphons  Schei dan ook uit met je mispunte-maniere! Je heb toch een vrijer? Met dat gelik!

Martha  Schatje. Heerlijke jongen!

Alphons  Ah! gelach

Mari  Gaat u heen, mama?

Mevrouw Stam  Ja, je papa, je papa die... Ga je mee na de huiskamer, Martha? af

Martha  Ja, maatje. Die twee hebben mekaar... Mari, je ene snorpunt hangt neer. Je vriend ziet er veel gesoigneerder uit. Ik zal es een Schnurrbartbinder voor je kopen. af

Mari  Bonjour, Fons.

Alphons  Bonjour!

Mari  Ik bedoel: bonjour.

Alphons  O, moet ik weg? Dag schoenpik!

Mari  Wil je je mond houen? Ingerukt mars!

ZEVENDE TONEEL
Mari, Frans

Franseen sigaar aannemend Ziet er goed uit. Merci. Mari, op de man af gevraagd, wat scheelt jou? Ja, er scheelt je wat.

Maride papieren bijeenzoekend Wacht even, de drek, de zwijderij, de dollemans-papieren oprapen.

Frans   De drek?

Mari   "Enquete over de oorlog en het militarisme", drek! "Die Waffen nieder!" - drek! "Geen staand leger maar Volksweer", drek! "Militaire rechtspleging, handleiding ten dienste van officieren en aanstaande officieren", geen drek!4) Zo, en voor het wegwaaien... legt strijkstok en sabel op de papieren Een strijkstok. Een sabel. Hahaha! Hahaha!

Frans  Mari, wat doe je vreemd.

Mari  Vreemd, beste jongen! Gister zou ik op m'n cel spelen, de Zigeunerweise, zonder omkijken wil ik de strijkstok nemen - krijg de sabel in m'n hand. Toen was ik er ineens en voorgoed uit. Mendelssohn, Gounod, Rossini, Haydn, en een ijzeren lat. Geloof jij, dat iemand met een uniform an, muziek kan voelen? Zo, nou kom ik over je zitten. We hebben mekaar in geen maanden, hoelang wel, gezien. Ik stik. Ik stik. Ik heb behoefte uit te praten.

Frans  Als die behoefte zo groot was, had je een brief kunnen posten. Tweemaal heb ik geschreven, geen letter antwoord.

Mari  Nee. Ik kan niet corresponderen. In een brief lieg je altijd, overdrijf je, verzacht je. Wat je 's nachts schrijft, verscheur je 's morgens. Een stemming wordt zo hard zwart op wit. En ik heb zo vervloekt in stemmingen geleefd, dag in, dag uit... Frans, als het nog lang duurt, maak ik me van kant.

Frans  Hoe kom je zo verduiveld overspannen, jongen? Je ben onrustig, en...

Mari  En op. Formeel op. In geen maanden ben ik vroeger dan drie, vier uur naar bed geweest, vannacht nog, toch de dienst - ik ben hier officier van wapening - en het tobben over de dingen.

Frans  Over?

Mari  Over vraagt-ie! Wie heeft het eerst m'n ogen opengescheurd? Jij, goeie satan! Wie heeft me het eerst nakend en plat het militarisme laten zien? Nou? Op mijn woord, Frans-lief, je apothekers-uniform staat je voortreffelijk. Het lakeienpak flatteert je, Hesselfeld.5)

Frans  Bravo!

Mari  Weet je nog, toen ik een half jaar gelejen bij jou was, hoe we hele nachten hebben geredeneerd? Teruggekeerd was het al mis. Op mijn kamer stond de klok stil. Niemand had haar opgewonden. Als de klok stilstaat, is je kamer anders geworden. En er komen momenten, dat het anders blijft. Met een duw an de slinger schiet je niet op.

Frans  We hebben toen nijdig gedebatteerd. Jij was in de contramine.

Mari  Nou niet meer.

Frans  Dat wil zeggen?

Mari  Dat er een end an moet komen. M'n pakje, m'n malle sabel wegen me. Vroeger had ik gezworen bij de rekruten-, de compagnies-, de bataljonschool, de velddienst, de inwendige dienst, de wapen- en schietoefeningen, het tirailleursreglement, vroeger was ik branie met mijn groot tenue - nou ril ik als ik mezelf in de spiegel zie.6)

Frans  Da's een beetje... laten we zeggen, sterk.

Mari  Sterk, Frans! Als een hond nijdig wordt, zet-ie zijn haren op, een woedende kip herken je haast niet. De brave bijbelgod heeft al zijn schepseltjes een extra pluimage gegeven om andere schepseltjes bang, bang te maken. Wij trekken veren uit het achterwerk van een haan, zetten die op ons hoofd, om er machtiger uit te zien, wij lopen met een end ijzer opzij, wij marcheren als idioten achter een annder an, die op het vel van een kalf trommelt, wij kwaadaardige kalven...

Frans  Baantjes, baantjes, beste jongen. Maar, met je verlof, als je je voelt als kwaadaardig kalf, is het nog geen reden om, om je van kant te maken! Hahaha!

Mari  Als je alles wist...

Frans  Vertel op! Ik zit ervoor. Als je het kwijt ben...

Mari  Vertellen? Zie jij kans te vertellen hoe je verliefd raakt, jij, hoe er ineens in je leven, haast zonder overgang, een debacle begint? Van mijn vroegere godjes staat er niet een meer. Het is een fameuze ruïne geworden, een ruïne an alle kanten. En terwijl je het leger, de hele ramp van mannen die geëerd zijn, niks doen dan brutaal opeten wat anderen voortbrengen, begrijpt, daaglijks scherper ontleedt, zit je vastgenageld an je uniform. Vastgenageld! Heb ik in Alkmaar, in Breda, iets geleerd, om een beter, fatsoenlijker beroep aan te pakken? Nee, nee, Frans! Kijk me maar an, hier zit een tweede luitenant, vier maanden gelejen benoemd, hij heeft geen cent, zijn vader heeft geen cent, buiten zijn pensioen, zijn vader heeft hem met commando's oppgefokt, zijn vader dweept met Hesselfelden - hij, dat ben ik nog altijd, is geëngageerd met de dochter van een kapitein, hij, stumper, wordt op een onnozele dag wakker door de ellende die-die overal ziet, door het miserabel leven links en rechts en opzij - dat kloppen daar, is van een schoenmakertje dat nog niet naar bed is geweest -, hij wordt wakker, zeg ik, begint boeken te lezen die-die vroeger niet vermoedde en als-die zover is, als-ie weet dat-ie meedient om ellende ellende te laten, aarzelt-ie om dat af te rukken, bang voor een vader die meer en erg verdriet heeft gehad, bang voor z'n meisje waarvan-ie houdt, bang voor de maatschappij, vooral voor de maatschappij. Zonder mijn uniform ben ik een nul, een nikskenner, minder dan een schoorsteenveger die zijn vak, zijn nuttig vak verstaat.

Frans  Ik zeg nog eens baantje, baantje, kerel. O, ik ben de laatste om je een andere opinie op te dringen. Maar nou je eenmaal in het gegalonneerd schuitje drijft, raad ik je heel kalm niet overboord te wippen. Drijven is beter dan zinken. En och, in ons goeie landje hebben we zo'n vreedzaam leventje, jongen! Als je braaf oppast, breng je het misschien tot minister van oorlog. Da's ook vreedzaam, heel vreedzaam. Als jij ontslag neemt...

Mari  Ik wou dat ik het kon, dadelijk.

Frans  Voor jou honderd anderen! Kwestie van eten. Nee, ik spot niet. In een tijd, waaron ze alles betalen, is het niet meer dan billijk en gewoon dat ze van de "verdediging van land en haard" gesalarieerde postjes maken. Smijt de miljoenen maar in de kiebelton! Wel ja! Hier, daar, overal. An de sigaar die je rookt, zit de ellende van onbekende individuen. An de lucifer die ik afstrijk, zit god weet wat een ellende van... onbekende individuen. Je schrijfpapier komt uit fabrieken, je boeken hebben typografen gezet, allemaal onbekende individuen. Je kan je niet roeren of je voelt, ziet, tast de misdaad - niet de misdaad waarvoor cellen klaar staan, maar de algemene, de beschaafde, de normale misdaad, de vertrapping van individuen, zoals jij en ik. Draag jij gerust een uniform! Er zijn grotere wegen dan het bedanken voor een baantje, dat je nodig hebt - dat erken je zelf.

Mari  Jij praat er zonderling cynisch over, Frans.

Frans  Cynisch! Wou je dat... Werther! Werther! In me jonge jaren heb ik ook die buien van woede en haat gekend, heb ik wel gezeten met me kokende kop in me gloeiende handen, me verwonderend over de gelatenheid, waarmee al die slaven en beesten kreperen. Maar nou, in me nest, in me dooie garnizoensplaats, geef ik niet meer toe an driften en passie. Jaren lang heb ik gestudeerd in het beste dat de mensen kennen, nou op me kamer vegeteer ik als militair pillendraaier, lange avonden, lange nachten - een ziek corpus. Ik permitteer me de luxe met geeuwhonger te volgen wat de tijd doet en 's nachts in me bedstee, als ik honds eenzaam lig - en niet teveel whiskey gezopen heb - waag ik het, er ongevaarlijk op los te dromen.

Mari  Ik heb de dwaasheid overdag te dromen. Het loopt mis, dat voel ik.

Frans  Malligheid! buiten gezang Opstootje?

Mari  Staking op een suikerraffinaderij. Ze vragen twee cent meer.

Frans  En?

Mari  En de directie heeft onderkruipers aangenomen. Ouwe historie.

Frans  Is dat je hele uitzicht?

Mari  Tja! Hier loopt een gangetje naar de straat, een typisch gangetje, daar, een hoog woont een schoenmaker, die slaapt nou denk ik, daar een wasvrouw. Voor de inkijk hou ik de jaloezie meestal gezakt.

Frans  En een volière? En bloemetjes. En geen wapenrek? Geen portretje van H.M.?

 

ACHTSTE TONEEL
De vorigen, mevrouw Stam

Mevrouw Stam  Mari, kapitein Hoek is beneden.

Mari  Schoonpapa, zo vroeg?

Mevrouw Stam  Of je even... Ik zal meneer wel een ogenblik gezelschap houen.

Mari  Dat kan weer gezellig worden. Excuseer, Frans.

 

NEGENDE TONEEL
Mevrouw Stam, Frans

Mevrouw Stam  U heb drukkend weer meegebracht.

Frans  Ja! een stilte

Mevrouw Stam  Het wil anders om deze tijd van het jaar...

Frans  Ja, mei zet zich warm in.

Mevrouw Stam  Hier heeft u een asbakje.

Frans  Da's wel vriendelijk. As morsen is naar.

Mevrouw Stam  Dan denkt u er wel anders over dan Mari. Die...

Frans  Hoort u wat?

Mevrouw Stam  Nee - een gewoonte van me. M'n man en me zoon...

Frans  Daar heeft Mari me het een en ander van verteld.

Mevrouw Stam wrijft de sabel na Heeft-ie... Ja, ja... Blijft u lang hier?

Frans  Een dag of drie, of langer. Familie heb ik niet.

Mevrouw Stam  Geen moeder?

Frans  Die is dood.

Mevrouw Stam  Ach. Ach. Kort gelejen?

Frans  Ik was drie jaar. Voor een achternicht, die me in d'r testament heeft gezet, voor het geval dat ik langer leef dan zij, et pourquoi pas? heb ik vandaag de uniform angehouen. Als ik in politiek kom7), is ze ongelukkig. Nou zijn me fondsen gestegen, omdat ik gister, de hele dag prettig met 'r gewandeld heb door de Kalverstraat en nog eens door de Kalverstraat. Ik was in Amsterdam. Vanmorgen heeft ze me naar de trein gebracht. Een zoen hier en een zoen hier...

Mevrouw Stam  Da's heel lief.

Frans  Ja, heel lief.

Mevrouw Stam  Mari zal wel blij zijn dat u... Hoor u geen stemmen?

Frans  Nee, helemaal niet.

Mevrouw Stam  Telkens verbeeld ik me... Ze zijn zo driftig. En me man meent het zo goed.

Frans  Als ik niet onbescheiden ben, mevrouw: hoort u nog weleens wat van Maurits?

Mevrouw Stam  Maurits? Hoe weet u...

Frans  Ik heb hem gekend, mevrouw, en Mari en ik hebben dikwijls over hem gesproken.

Mevrouw Stam  Nee niks. In geen twee jaar. Menig nachtje denk ik an hem. Kinderen weten niet altijd wat ze een ouwer andoen. En wat Maurits gedaan heeft, is - is niet fatsoenlijk, niet mooi. Het heeft m'n man vroeg oud gemaakt en mij - maar ik tel niet mee, ik ben bijzaak. M'n man had zo'n grote carrière kunnen - en, dan gedwongen worden eervol ontslag te nemen. En geen lettertje, geen lettertje. Ik zou zo graag willen weten of-ie nog leeft... een portretje tonend Daar heb u hem. In m'n medaillon durf ik hem niet dragen, m'n man - al zijn portretten heeft-ie verbrand...

Frans  En de vrouw?

Mevrouw Stam  Zijn, zijn - noemt u zo'n schepsel een vrouw? Nee. Ik niet. Wie een zoon aftroggelt...

Frans  Mevrouw, ze hebben een kind.

Mevrouw Stam  Ja. Ja. Maar je toekomst vergooien en de toekomst van je vader... Mari was toen gelukkig te jong. De dag dat de ban werd uitgesproken vergeten we nooit - nooit. Dat was verschrikkelijk. Vreselijk. Is het dan wonder, meneer, dat m'n man...

 

TIENDE TONEEL
Martha, de vorigen

Martha  Waar zit je toch, maatje? Toe, kom nou benejen. Jullie kruipen vandaag allemaal in hoeken en gaten. Heb-ie gehuild? En je ogen?

Mevrouw Stam  Nee. Heeft - heeft de meid koffie gezet? En wil je wat gebakjes gaan halen?

Martha  De straat op, maatje? Ik zou u danken. Je ziet niks dan politie en volk. Daarnet passeerde een brancard. Nee, laat Dien maar gaan.

Frans  Mag ik het opknappen, mevrouw? Als u maar zegt waar ik wezen moet.

Martha  O, die is leuk! Dan gaan we samen - roomsoezen en zandtaartjes, en het flikje toe mag u, hahaha! allen af

 

ELFDE TONEEL
Pieper, Alphons

Pieper  Luint... Niemand?

Alphons  O, ben jij het! Heb-ie lucifers?

Pieper  Wou jij roke? En heb-ie een zure appel?

Alphons  Zeg, zanik nou niet! Me tweede vandaag. Da's een sodejuus zware.

Pieper  Pas maar op da-je niet in de stal terecht komt.

Alphons  In de stal?

Pieper  Het hospitaal.

Alphons  Mot je nog lang diene?

Pieper  Nee, over drie maande ben ik weer poen, als ik niet bijteken - hou je stil! je zou het alleen om de vetsmelterij doen...

Alphons  De wat?

Pieper  Het thuis voor militaire.

AlphonsMari's pet opzettend Nou? Staat, he? Ik ga ook na Alkmaar, en na Indië, tegen de Atjehers.8) En ze op d'r falie komme. Zou het niet gedaan zijn, Pieper, eer ik officier ben?

Pieper  Gedaan? Geen kijk op, jongeheer. Nee, ze binne taai, de krenge. Het duurt nog wel een verreljaar.

Alphonsde sabel trekkend Ik zal ze lere! Ik sla ze d'r kop af - pang! dat het bloed erbij loopt, de smeerlappe!

Pieper  Nou, ik blijf liever hier, op fort Vlooienburg9), ken je geen tik van een klewang krijge, as kaptein Stam.

Alphons  Als ze slaan, dan sla je weerom.

Pieper  Pas maar op met je gezwaai. Dat scheelde geen haar.

Alphons  Heb jij wel es op een paard gezete?

Pieper  Me zuster d'r kromme duim! Ik was al z'n leven bakker. En een bakker op een hengst, hehehe! Nee, alleen een keer toen ik nog kurpraal was.

Alphons  Ben jij korpraal geweest?

Pieper  Wis en waarachtig. Maar tot dubbelde10) heb ik het niet kenne brenge. Jongeheer, je mag wel niet zo op de grond spoege, denk an mevrouw. Ja, ze hebbe me gedegradeerd, ik was nie-eens dronken, maar ze woue niet luistere, dan mot je maar niet de schijn anneme, zee de overste, hehehe! Nou en de schijn was tegen me - ik sting op het tweede pleton en benejen in de sjambree waren ze bezig soep uit de gemel te scheppe, nou en per ongeluk had ik een knijzer in me pote, en die viel per ongeluk in de gemel dat de snert links en rechts sputte, hehehe! hehehe! hehehe! Een gezicht! Ze zatte allemaal vol, en niemand soep, want een knijzer is zo hard as een bikkel en die komt an van een hoogte! Toen wier ik verraje. As je zo ies doet, zei de overste ben je dronken. Nee overste, zei ik, 't was per ongeluk. Kurpraal trek je witte broek an, zei-die en begeef je in voorarrest. Ja jongeheer, veertien dage prevoost, degradatie en een maand later met de compie na hier overgeplaast... Maar die knijzer in de snert en het smoel van de brooddief, hehehe!

Alphons  Hebbe jullie altijd zo'n lol?

Pieper  Lol? God zal me la... Boei me tong! Toen ik nog kurpraal was, kreeg ik een eeltknobbel van het petrouille-lope, toch most ik 's avonds drie kwertier ver rapport gaan hale. De volgende dag lee ik in de stal, en de eerste vraag van de ziekevader, die hoor ik verroest nog: an wie mot ik late wete as je kreppeert? Hehehe! Da's je wellekom. Jongeheer, niet zo spoege! Nee, lol is er niet in dienst. Me baas het al lang een andere knecht genome. As wij er in valle, motte ze thuis maar zien hoe ze vrete, as je mee de kost helpt verdiene. Ik had menig broodje kenne bakke in die tijd. Maar affijn, as god gezond blijft, zelle we verder zien. Wij zinge onder mekaar: "Hij die zijn vader heit vermoord, zijn moeder met 'n mes doorboord, is veul te goed en veul te rein, om as soldaat in dienst te zijn! Doch eenmaal komt de tijd, dat ik die zal verlate. Vervloekt zij"... Boei me tong!11)

Alphons  Nou verder!

Pieper  Boei me tong! Je ziet eruit as een halve luint, as je overklest douwe ze me de pot in, en ik slaap liever onder me wolletje, dan dat ik er veertien pond aan waag, hehehe! As luint nou maar komt. 't Is vandaag potewasse, as er niks tussenbeije...

Alphons  Verdikkie wat sleept zo'n sabel. Nou nog een ransel, he?

Pieper  Wou jij as officier een ransel drage?

Alphons  Wel ja, waarom niet? Wat zit erin?

Pieper  In een ransel stop-ie je onderbroek, een hemmetje, je schoene, je sokke, je handdoek, je kwertiermuts en je eetketel.

Alphons  Met eten?

Pieper  En lekker! Een gebrajen haarkam, een gestoofde kleerborstel, een dosie smulvet, een dosie was en een dosie schoensmeer-sjelei, model gepakt en gevouwe, anders krijg-ie de escouade-commandant12) op je dak.

Alphons  Nou, ik mag lijje da'k gauw van de kostschool na Alkmaar ga. Dan kan jij oppasser bij me worde, wat?

Pieper  As het jou hetzelfde is, wor ik liever voor die tijd met militaire eer begrave. 's Jonges de warreme krentebolle, daar gaat niks boven.

 

TWAALFDE TONEEL
De vorigen, Stam, kapitein Hoek, Mari

Mari  Je kan gaan, Pieper. Hier, neem het pakje. Een gehouen, he? Pieper af

Stam  Wel wat drommel, daar rookt de rakker weer! Vin jij dat goed, Hoek?

Hoek  Zo'n duivelse kwajongen! Hohoho! Leg-ie neer? Hohoho! Leg-ie neer?

Alphons  En anders mag ik! Gister heb-ie zelf een pijp...

Hoek  Kijk zo'n kwajongen! Uit! Uit! Zo. En daar op het asbakkie leggen. Nee, niet in je hand wegmoffelen, hohoho! Schobbejak! Schurk!

Mari  En doe die dingen uit, asjeblief. 't Is hier geen kinderkamer.

Hoek  Nou laat hem, als-ie er plezier in heeft. De aard zit er vroeg in. Buik in! Voorwaarts mars! Tenen strekken! Een, twee, een, twee, hohoho! Je kop op, neer, op, neer, op, halt! Plaats rust! Hohoho! Ras, he?

Stam  Je ben een deugniet, maar, maar... Hier heb je een dubbeltje, niet snoepen hoor, en niet zo met je sabel slepen, je hand op het gevest, goed zo.

Mari  Met uw permissie, papa, er zijn voor jongens wel aardiger spelletjes dan het wurmen met een sabel.

Stam  O. Verschil van smaak. Hoor je hem, Hoek, als hij een zoon krijgt, leert-ie hem mazen en breien.

Mari  Pardon, maar ik zal me niet kwaad maken om een sigaar en het andere aanmoedigen.

Stamdriftig Wat andere?

Hoek  Uit. Uit. Geen kwesties!

Stamde strijkstok opnemend Dat is speelgoed, da's, da's...

Mari  Doe uit asjeblief, Fons.

Alphons  Nou, zet niet zulke grote oge op!

Stam  Hij heeft z'n zin. Ja, ga maar naar benejen.

Alphons  Bonjour, allemaal!

 

DERTIENDE TONEEL
Mari, Stam, Hoek

Hoek  Om je de waarheid te zeggen, Stam, amice, vind ik dat er een beetje gespannen verhouding tussen jullie is. Waarom? En juist nou we een datum zouen bepalen voor de kinderen, is er waarachtig toch geen reden tegen mekaar te koppen. Kom! Uit. Een ander gezicht! Me dunkt, we moeten de knoop doorhakken. An lange engagementen heb ik een broertje dood. Wat jij, Mari?

Mari  Ik verlang natuurlijk niets liever, kapitein, Martha en ik kennen mekaar van toen we zo klein waren, en, en ik hou van d'r - maar, maar...

Stam  Maar?

Mari  Maar ik ben mezelf in de laatste maanden gaan afvragen, of ik, of ik wel geschikt ben, voor officier.

Hoek  Ben je dol, kerel! Hoe kom je an de nonsens!

Mari  Als we getrouwd zijn, en ik misschien - ik zeg misschien - je kunt niet weten, als ik eran denken zou, bijvoorbeeld ontslag te...

Stam  Ontslag!

Hoek  Wat praat je nou, Mari? Parole d'honneur, als ik je zo hoor.13) Hohoho! Vier maanden luitenant! Da's hoeveel pensioen, Stam? Grappenmaker.

Mari  En als het geen grap was...

Hoek  Nee, hij is heel goed! Als het geen grap is, is het nog een grap. Of, of - is dat een gentle hint, om te kennen te geven, dat je je mogelijk van mijn dochter wilt retireren.

Mari  Kapitein! Ik hou van Martha, en zonder grote woorden te gebruiken, zou ik het niet buiten d'r kunnen stellen. Maar...

Stam  Wat dan maar?

Mari  Als we over ernstige dingen spreken, is het alles behalve verkieslijk dat u me op die manier afblaft, papa. Telkens schijnt u te vergeten, dat ik...

Stam  Ik vergeet niks, niks van vandaag, niks van gister, niks van de last met, met je broer, met jou, met jullie allemaal! Ik...

Hoek  Amice, is dat de weg om kwesties op te lossen? We hebben allebei een recht op Mari, jij als vader, ik als aanstaande schoonvader. Je permitteert me, nooit heb je gelijk als je aan drift toegeeft. Nee, Karel. Uit. Uit. Nou jij.

Mari  Papa, het is niet in twee woorden te zeggen... Buiten klinkt gezang.

 

VEERTIENDE TONEEL
De vorigen, Martha

Martha  O jee! Je moet dadelijk weg, Mari.

Marineemt een bevelboekje van haar over In marstenue. Vandaag?

Martha  De korporaal van de week wacht.

Hoek  Wat is er an het handje?

Mari  Dadelijk in marstenue op het bureau van de compagniescommandant komen! Da's superbe! Daar heb je het afgetekend.

Hoek  Dacht ik wel. De suikerraffinaderij moet worden afgezet.14)

Mari  De suikerraffinaderij?

Hoek  Verwondert je dat? Gister hebben we het er al met de burgemeester over gehad voor het geval de politie de handen te vol zou krijgen.

Mari  Dan...

Martha  Geef mij maar vast het orderboekje. af

Maride sabel omgespend Ja, als de politie het niet... Moeten we het hele terrein afzetten?

Hoek  Natuurlijk. Een pleton is rijkelijk voldoende.

Mari  Ja, een pleton.

Hoek  En als ik vanavond een partijtje whist kom winnen, dan hou jij je salvovuur van bedenkingen maar vaardig. Wij twee, beste jongen, krijgen geen kwestie. Maak hem je compliment, papa Stam! In zijn uniform mag-ie gezien worden. Denk an je revolver.

Mari  Goed, kaptein, goed papa, vanavond zal ik proberen te zeggen wat me dwars zit. Meer geluid van buiten.

Hoek  Het ergst zijn de nieuwsgierigen en de jongens. Brand zal je wel instructies geven, Mari, maar denk er vooral om, als er iets gebeurt, behoorlijk driemaal te sommeren. En niet driftig worden. Misschien gaat Pronk mee, maar die heeft zo'n zaakje waarschijnlijk ook nooit bijgewoond. Vooral sommeren, anders krijg je later gedonderjaag in de kranten.

Mari  Sommeren? Die mensen...

Hoek  Ik heb het ook es gehad, tien jaar gelejen. Ze wouen met geweld het terrein op, en het endje was, nog gelukkig, een gewonde. Als ze met stenen smijten, weet je hoe laat het is!

Mari  Ja. Maar... Nee.

Hoek  Vooral kalm, Mari. Het zal niet zo'n vaart lopen, als ze soldaten ruiken gaan ze al an de haal, maar mocht het, dan schiet je eerst in de lucht, en dan, vooral niet te vroeg met scherp laden.

Mari  Met scherp! Denk je dat ik... Dat verdom ik.

Hoek  Je verdomt?

Mari  Papa, ik doe het niet.

Hoek  Wat doe je niet?

Mari  Schieten, met scherp op weerloze arbeiders schieten, die in d'r recht... ja, die in d'r recht zijn.

Hoek  Stam, hoe heb ik het met je zoon?

Stam  Je heb het orderboekje voor gezien getekend. Ik gelast je...

Mari  Nee, papa! Ik deug niet voor beul.

Hoek  Meneer Stam, de bêtise heeft lang genoeg geduurd!

Marizijn sabel neerleggend Nee, papa.

Stam  Mari!

Hoek  Ik spreek op het moment niet als je aanstaande schoonpapa, ik beveel je...

Mari  Nee, kaptein. Als ik voor vier maanden geweten had, dat, dat, dat... Nee, ik wil de kans niet lopen om mensen als jullie en ik, mensen die ik ken met scherp te schieten! Laat Pronk het doen als-die kan, ik schiet liever mezelf voor de kop.

Hoek  Dus je weigert? 't Spijt me, Stam, ik moet er Brand van in kennis stellen. Dat is werkelijk iets ongehoords. af

 

VIJFTIENDE TONEEL
Mari, Stam, mevrouw Stam

Mari  Papa... af

Stam zakt in een stoel neer.

Mevrouw Stam  Karel, is... is? Scheelt je wat? Wil je een glas water?

 

Naar boven | Tweede bedrijf | Derde bedrijf

 

 

Tekstverantwoording

Geschreven Katwijk, okt.-nov. 1901. Fragmenten in De Jonge Gids IV, 1900-1901, p. 728-737 en in De XXe Eeuw, jg. IX, p. 50-63. Voor de eerste maal opgevoerd door de "Nederlandsche Tooneelvereeniging" te Amsterdam op 30 november 1901. Bij het fragment in De Jonge Gids verscheen een toelichting, afgedrukt in Toneelwerken I 1965, p.XXXIV-V. Heijermans noemt het stuk hier een "tendens-spel" en verklaart: "Zo goed als het begrip 'soldaat' in deze maatschappij een machtstendens vertegenwoordigt, zo goed moet een spel in dit lelijk, banaal, duf, anti-intellectueel milieu tendens produceren, vooral als onze levensbeschouwing, die het geheel Levensbewegen, onvermijdelijk en gelukkig, 'tendentieus' aanschouwt, op de tegenoverstaande tendens botst".
De hier afgedrukte tekst is ontleend aan de boekuitgave, Amsterdam: Van Looy 1902. Tekst herzien naar hedendaagse dramaturgische inzichten en met verklarende noten door drs. M.G. Vonder, Amsterdam, ©2015- (zie de Uitgangspunten).

 

Noten

1. Soldaat-huisknecht, nog tot de 1e wereldoorlog gebruik. De strijkstok en de sabel van Mari zijn te zien als "stomme personages", zie Uitgangspunten, punt 2. De sabel was nog tot de 1e Wereldoorlog in gebruik. Ook het roken van sigaren is "couleur locale" van de officiersstand. In het vijfde toneel rookt Alphons een weggegooid stompje.
2. De verdeling in "plans" is hier weggelaten. In deze editie zijn regie-aanwijzingen beperkt tot wat voor goed begrip van het spel noodzakelijk is; zie de PDF-pagina. Ook het in de dialoog verwerken van karaktertrekken, door middel van puntjes en streepjes etc., is geschrapt. Zo spreekt Stam "hortend" om een zenuwaandoening aan te geven, mevrouw Stam is "timide" en kapitein Hoek "lacht zwaar". De dialoog geeft hiervoor voldoende aanwijzingen. Overigens is Het Pantser het eerste stuk dat (mede) door Heijermans geregisseerd werd.
3. Zwartsel van verkoolde beenderen, bijproduct van de raffinaderij.
4. Subversieve lectuur: In de tweede jaargang van Heijermans' tijdschrift De Jonge Gids was een enquête opgenomen over "Nederlands militarisme", met o.m. antwoorden van Elisée Reclus, Karl Kautsky. Ook was een losse brochure gedrukt: L.H.A. Drabbe Het dappere Hollandsche leger, met bijschrift van HH. Die Waffen nieder! is een roman uit 1889 van de vredesactiviste Bertha von Suttner (1843-1914). De schrijfster ontving de Nobelprijs voor de Vrede in 1905.
5. Gevleugeld woord uit Vorstenschool van Multatuli.
6. Mari noemt opeenvolgende opleidingen van soldaten en onderofficieren. "Tirailleur": soldaat in de verspreide vechtwijze, niet aaneengesloten.
7. In burgerkleding.
8. De Atjeh-oorlog van 1873-1914, met name de periode tussen 1896 en 1904, na een door de Atjehers aangericht bloedbad, waarin de generaals Vetter en Van Heutsz met regelmaat krijgstochten voerden. Oorspronkelijk maakte het sultanaat Atjeh geen deel uit van Nederlands-Indië. Met name de expeditie naar de Gajo- en Alaslanden door overste G.C.E. van Daalen (1904) is berucht geworden.
9. Vlooienburg maakte deel uit van de zgn. Tweede Uitleg van Amsterdam, eind 16e eeuw. Hier ironisch gebruikt.
10. Dubbelde: dubbele strepen, sergeant.
11. Heijermans tekent hierbij aan dat het eind van het refrein luidt: "Vervloekt zij 't regiment, behalve de soldaten".
12. Laagste onderofficier, onder korporaal.
13. Bedoeld wordt: erewoord van een officier om te zwijgen, zie tweede bedrijf, scène 11.
14. In Het Antwoord (1898), hier afgedrukt, had Heijermans de inzet van soldaten bij een staking laten zien, van de andere kant.

 


HH site
Web

150 JAAR
Herman Heijermans

Jubileumactie

Doneren aan het project

 
colofon
Deze website is gestart op 3 december 2014, de 150ste geboorte­dag van Herman Heijermans Jr. en officieel gelanceerd op 24 september 2015.
De pagina's zijn handmatig gezet in Verdana 14 px. Alle wijzigingen voorbehouden. Deze website gebruikt geen cookies.
copyright en disclaimer
Voor de op deze website gepubliceerde teksten van Herman Heijermans geldt de licentie CC-BY-SA 4.0 (Naamsvermelding-Gelijk Delen). Alle andere materiaal, inclusief ontwerp, opzet en achtergronden, valt onder normaal auteursrecht. Mocht een rechthebbende aan onze aandacht zijn ontsnapt, dan verzoeken we deze zich te wenden tot de redactie. Voor eventuele schade, ontstaan door fouten in de inhoud, aanvaarden wij geen aansprakelijkheid.
contact
email: M.G. Vonder
post: W. Passtoorsstraat 12-1
1073 HX Amsterdam