HERMAN HEIJERMANS
toneelschrijver in zijn en onze tijd

    Home | Opzet van het project | Heijermans Toneelwerken | Bronnen | Blog | Retraite | Over ons en contact

Heijermans' toneelteksten online

Zoek op de site

De authentieke speelversie van
Op Hoop van Zegen

Inleiding: I. Het stuk | II. Het souffleursboek | III. De authentieke speelversie | IV. Samenvatting van verschillen ||

De transcriptie | Het regieboek | De speeltekst

 

IV. Een samenvatting van verschillen tussen het souffleursboek en de gedrukte versie

Gezegd moet worden, dat het onderzoek vooral verschillen in detail laat zien. Die variëren van het aanbrengen van extra accenten, tot het schrappen van aanstootgevende zinsneden, zoals wanneer Geert in scène I.14 zijn aanstelling bij de marine een "verbintenis om te moorden" noemt: voor Kniertje komt dat niet te pas. Maar het gaat daarbij wel om vele honderden wijzigingen; er is bijna geen claus die er ongeschonden afkomt. Daarbij moet nog extra worden gelet op veranderingen die zijn aangebracht in het souffleursboek (slechts zelden in het ook overgeleverde regieboek) en die welke pas in de eerste druk verschijnen. De eerste zijn zonder twijfel ontstaan in het repetitielokaal, in het samenspel tussen regisseur en acteurs, en betreffen allerlei: kleine onwaarschijnlijkheden, een minder glad lopende passage, een enkel onvertogen woord. De souffleur notuleerde nauwgezet elke verandering, die soms weer werd teruggedraaid of speciaal werd aangetekend op de linker bladzijde; alleen de allerbelangrijkste coupures en dergelijke werden ook in het regieboek opgenomen. Hij had dus een tweeledige functie: 's avonds in de voorstelling en bij de repetities als een soort regie-assistent.
De tweede categorie wijzigingen ontstond op het bureau van de auteur, klaarblijkelijk bij het corrigeren van de drukproeven, waarvan doorgaans meerdere exemplaren bij Heijermans werden bezorgd. Hoewel de in microscopisch handschrift gestelde autograaf vrijwel geen doorhalingen bevat, zijn de wijzigingen in de gedrukte versie ten opzichte van het typoscript zo talrijk, dat afzonderlijk onderzoek vereist is om de hand van Heijermans in de drukproef te reconstrueren. Dat gaat om ingelaste spel-aanwijzingen, verduidelijkende toevoegingen en verfraaiingen die kennelijk door de literaire mode werden ingegeven, en waarom de auteur zich in de speelversie niet bekommerde. Mogelijk stelde hij zich daar een lezerspubliek bij voor dat niet naar het theater ging: een oplage van 100.000 exemplaren in het eerste jaar is een voor ons onvoorstelbaar aantal voor een toneeltekst.
Naast deze talloze details (waarvan hieronder een bloemlezing) zijn er de grote coupures en wijzigingen die al in de uitgave-Van den Bergh uit 1995 worden genoemd. In het derde bedrijf zijn, heel kenmerkend, juist die passages uit de verhalen van de vrouwen geschrapt, die niet op hun persoonlijk lot betrekking hadden: over de buurjongens van Saart en bij Kniertje een fragment over een gek geworden drenkeling. Die laatste passage werd, kenmerkend genoeg, wel door Heijermans gehandhaafd en is zodoende ook in latere drukken blijven staan. En de slotscènes met Kniertje op het kantoor van de reder zijn door vijf verschillende handen bewerkt, kennelijk nog tot lang na de première.

De conclusie van mijn onderzoek moet luiden, dat er op twee fronten afzonderlijk aan de tekst van het stuk is gewerkt: voor de première op de repetities en voor de druk door de schrijver, en dat die bewerkingen niet of nauwelijks met elkaar in overeenstemming zijn gebracht. Slechts op enkele punten is duidelijk zichtbaar overleg geweest tussen regie en schrijver; al genoemd is het debat over de versierselen die Barend aan de oren krijgt gehangen en waaraan hij later wordt herkend. Het oorspronkelijke "oorbellen" werd niet gehandhaafd, maar waar de regie uiteindelijk tot "oorijzers" besloot, houdt de uitgave-Van Looy het op "oorringe" (op de keper beschouwd zijn beide varianten inadequaat). In de biografie van Goedkoop is herhaaldelijk gewezen op de stroeve verhouding tussen Heijermans en zijn vaste gezelschap en op het feit dat hij pas op het allerlaatst op de repetities verscheen. Het onderzoek wijst op twee zich van elkaar verwijderende processen, twee uit elkaar groeiende "stammen" uit dezelfde "vrucht". Op de speelvloer gebeurde dat zoals er nog steeds met nieuwe teksten wordt gewerkt: met respect voor het origineel wordt de bron aangepast waar nodig. De schrijver hield anderzijds rekening met een versie die thuis gelezen werd en die dus meer voor zich moest spreken. Het is die gedrukte versie, die sindsdien gespeeld wordt en tevens als basis dient voor nieuwe edities; daarmee zijn de varianten "van de vloer" in vergetelheid geraakt, ook waar ze voor het spelen van de tekst functioneel zijn. In het onderzoek worden de speelvarianten opnieuw belicht.
De vraag resteert, of deze divergentie van speel- en leestekst typisch een verschijnsel is voor het werk van de veelschrijver Heijermans, die zowel proza als toneelwerken produceerde, of dat zij zich voordoet bij elke voor het toneel geschreven tekst. Acteren is immers een toegepaste kunst, waaraan de schrijver met zijn tekst een bijdrage levert en niet meer dan dat. Er zijn dan ook talloze varianten denkbaar tussen het leesdrama en de geïmproviseerde voorstelling die door de theatergeschiedenis worden bevestigd. De stukken van Molière maken in de luie stoel gelezen, een naieve, onbeduidende indruk en komen tot leven zodra zij op de eerste repetitie hardop worden gezegd; het Werkteater gaf van haar voorstellingen gedrukte teksten uit, en een veelzijdig literator als Hugo Claus maakte voorstellingen met acteurs, zoals Serenade.
In de literatuur is echter weinig aandacht besteed aan de verschillende processen waaraan een toneeltekst is onderworpen. Alleen van de werken van Shakespeare is een zo minutieuze bestudering als hier gepresenteerd, gebruikelijk; ook daar staat echter zelden vast welke versie uit de repetities afkomstig is, vandaar wellicht het oude debat over wie de "echte" Shakespeare was. Het souffleursboek van Op Hoop van Zegen (behalve van Op Hoop van Zegen is o.m. ook van Ora et Labora, Het Pantser en Allerzielen werkmateriaal bewaard gebleven, zodat het onderzoek herhaald kan worden) maakt een nauwkeurige vergelijking van deze processen mogelijk.

 

Naar de authentieke speelversie van Op Hoop van Zegen


HH site
Web

150 JAAR
Herman Heijermans

Nieuwsbrief ontvangen

Doneren aan het project

 
colofon
Deze website is gestart op 3 december 2014,
bij gelegenheid van de 150ste geboorte­dag van Herman Heijermans Jr.
De pagina's zijn handmatig gezet in Verdana.
copyright en disclaimer
Voor de content op deze website geldt de licentie CC-BY-SA 4.0 (Naamsvermelding-Gelijk Delen). Mocht een rechthebbende aan onze aandacht zijn ontsnapt, dan verzoeken we deze vriendelijk zich te wenden tot de redactie.
Deze website is met de grootst mogelijke zorgvuldigheid samengesteld. Voor eventuele schade, ontstaan door fouten in de inhoud, aanvaarden wij echter geen aansprakelijkheid.
contact
email: M.G. Vonder
post: W. Passtoorsstraat 12-1
1073 HX Amsterdam