HERMAN HEIJERMANS
toneelschrijver in zijn en onze tijd

    Home | Opzet van het project | Heijermans Toneelwerken | Bronnen | Blog | Retraite | Over ons en contact

Heijermans' toneelteksten online

Zoek op de site

De authentieke speelversie van
Op Hoop van Zegen

BOEK VLAARDINGSE REDER
OP LEESLIJST HH

Reder wist van moedwillige schipbreuken
Lees verder
  

   WELKE DRUK IS DE ECHTE?
Er is geen tekst die deugt:
Een samenvatting van verschillen
tussen speeltekst en druk
Inleiding: I. Het stuk | II. Het souffleursboek | III. De authentieke speelversie | IV. Samenvatting van verschillen ||

De transcriptie | Het regieboek | De speeltekst

 

I. Inleiding bij het stuk

Op Hoop van Zegen behandelt de thematiek van onzeewaardige schepen, die op reis worden gestuurd om de verzekeringsgelden te innen, met een aanklagende ondergeschikte die vanwege zijn eeuwige staat van dronkenschap niet hoeft te worden geloofd. Heijermans verdiepte zich als een onderzoeksjournalist (in Amerika sprak men van "muckrakers") in de wereld van visserij en zeilvaart, waarin het min of meer voor vaststaand wordt aangenomen dat een zeeman niet op z'n bed sterft, en het lot van de overblijvenden in Gods handen wordt gelegd.
De jonge Barend is bang voor de zee, maar ander werk is er voor hem niet en zijn moeder Kniertje heeft nog drie monden om te voeden. Als reder Bos hem en zijn broer Geert, die net een half jaar heeft gezeten, een plaats aanbiedt op de "Scheveningen 47", prest zij hem om mee te gaan. Het schip zal vertrekken op Kniertjes verjaardag, maar Barend komt niet opdagen en moet door de politie worden gehaald. Uit schaamte blijft Kniertje thuis.
Als "de Hoop" al ruim zes weken van huis is, woedt er een zware storm, en de vissersvrouwen verzamelen zich in Kniertjes huis. Om beurten vertellen zij hun verhaal, tot Jo, die in verwachting is van Geert, in paniek uitbarst. Kniertjes broer Cobus heeft echter geruchten vernomen over de slechte staat van het schip.
En inderdaad keert het schip maar niet terug, tot er een telegram bij de reder binnenkomt dat het lijk van Barend is aangespoeld tezamen met een luik, waarmee onomstotelijk bewijs is geleverd dat de Hoop van Zegen is vergaan. De scheepmakersknecht meldt zich nu met de boodschap dat hij het altijd al gezegd heeft, maar de dochter van Bos veinst het verhaal niet te kennen. Jo wordt agressief, maar Kniertje reageert geslagen, nu haar niets anders rest dan het verwachte kind van Geert.

"Petrus en de klokkenluider" had het stuk kunnen heten en zo werd er ook in de buitenwereld op gereageerd. De politiek ontkende zich iets gelegen te laten liggen aan de ophef die de voorstelling veroorzaakte, maar zes jaar later werd alsnog een nieuwe Scheepvaartwet ingevoerd. Daarmee werd bevestigd wat insiders allang wisten: het schandaal van de drijvende doodkisten die 1500 slachtoffers per jaar eisten, werd zorgvuldig in de doofpot gehouden. A. Hoogendijk, telg uit een geslacht van reders, had echter al in 1893 in niet mis te verstane termen zijn collega's aangeklaagd en de problematiek van veiligheid op het werk zou later door Heijermans zelf opnieuw aan de orde worden gesteld in het spel van de mijnen Glück Auf! na een rampzalig ongeluk.
Ruim honderd jaar na de geweldige opgang die het stuk maakte, met vertalingen in vele talen en voorstellingen tot in Moskou en New York, kunnen mensen zich nog steeds verplaatsen in de problematiek: zo werd in 2007 een voorstelling gemaakt in Senegal door de Nederlandse Anna Rottier waar per dag 1000 bezoekers op af kwamen.
Voor ons, op het quasi-veilige eiland West-Europa anno 2015, houdt het stuk een andere boodschap in: om niet in de valkuil te stappen van een 'avondje Kniertje kijken', maar zich te confronteren met de woede van opstandige jongeren, met de godvrezende onderworpenheid en de zelfvoldaanheid die nog zo dicht bij ons staan.

 

II. Het souffleursboek

1. De schatkist

In de Heijermans-inventaris aanwezig in de boedel van het voormalige TIN bevindt zich een kleine schatkist. Uiterlijk onooglijk, gerafeld, met versleten hoeken, half uit zijn band, is daar het boek dat de souffleur van Heijermans' gezelschap, Cees Ritman, twintig jaar bij zich droeg tijdens voorstellingen in de Hollandsche Schouwburg en op toernee. Het souffleursboek met de uitgetypte tekst, vol onderstrepingen en doorhalingen, bijgeschreven tekst en met tekeningetjes op de linker bladzijden, aantekeningen van een extra matinee op Hemelvaartsdag 1917 en een becijfering van de exacte lengte van de voorstelling.
Dat boek bevat de volledige tekst van Op Hoop van Zegen zoals die werkelijk werd gespeeld, avond aan bejubelde avond van Emmen tot Zierikzee; de tekst van de ingespeelde voorstelling in de regie van Henri van Kuyk, goedgekeurd door de schrijver zelf. Of liever: van die goedkeuring zal nog moeten blijken.


Het stuk duurde 2 uur en 24 minuten, zonder changementen en pauze (na het 3e bedrijf).
Becijfering van C. Ritman in het souffleursboek tegenover 4e bedrijf, scène 21.

 

2. Ontstaansgeschiedenis van "De Hoop"

Het is interessant om te zien hoe Heijermans aan de inspiratie en het materiaal voor Op Hoop van Zegen is gekomen. Daarover doen heel wat gissingen de ronde, die over het algemeen onjuist blijken te zijn.
"Het Spel geschiedt in een Noordzee-vissersplaats". Dat is wat de eerste druk uit 1901 aangeeft. Heijermans zelf trachtte hierover de eerste misvattingen uit de weg te ruimen, beducht als hij was voor beschuldigingen als zou hij bepaalde mensen of beroepsgroepen in een bepaalde plaats op de korrel hebben willen nemen. Hoewel de première werd gespeeld in Scheveninger kostuums, liet Heijermans in het programmaboekje drukken: "de Scheveningse kostuums duiden niet aan dat de handeling daar ter plaatse voorvalt". Van 1904 tot 1908 woonde Heijermans in Scheveningen, in een villa aan de kust; maar dat was enkele successtukken en vele opvoeringen in het buitenland later. Scheveningen valt af als plaats van ontstaan.
Losjesweg wordt in veel uitgaven dan maar verteld, dat het stuk in Katwijk zou zijn geschreven. Welja, ook Katwijk mag zich erop beroemen tot de woonplaatsen van Heijermans behoord te hebben; de oudheidkamer ter plaatse getuigt er nog van. In 1901, royaal na de première en de eerste boekdruk, en dus kan het stuk daar niet zijn geschreven. Waar wel?
De biografie van Goedkoop geeft ook hier uitsluitsel: op de sofa in de woning, waarheen hij in 1898 verhuisde.1) Die sofa waarop hij altijd enige tijd ging liggen om de "ziening" te laten gebeuren, om dat wat hij ging schrijven in zich te laten doordringen. "Daar moet ook Op Hoop van Zegen dus ontstaan zijn: tegen een plafond aan de Amsterdamse Ringkade". Hij begon aan het handschrift op 15 oktober, werd een tijdlang gehinderd door een zingende bovenbuurvrouw (zie de latere eenakter Buren) en leverde op 5 december - ook deze datering is aan veel twijfel onderhevig geweest - de eerste drie bedrijven in bij zijn Tooneelvereeeniging. Wel, dat staat dus vast: Op Hoop van Zegen is geen kust-stuk.
Maar een stuk wordt nooit geconcipieerd op de dag waarop de eerste bladzij wordt geschreven. De talrijke verhalen, wetenswaardigheden, het leven aan zee, het harde bestaan van de vissers en hun weduwen, dat alles was jaren eerder in Heijermans' geheugen gegrift: vanaf augustus 1896, toen hij óók enige jaren aan zee gewoond had, en wel in Wijk aan Zee tot maart 1898.2) Daar had hij geleerd "wat een reepschieter deed en hoe een schornet werkte" en hoorde hij "na een noodweer van een man die was gevonden bij het aangespoelde hout, de mond vol wier, de tong gezwollen en kapot". Daar zag hij de armoede en "gruwelijke ellende eener visschersbevolking, zóo groot als nauwlijks in steden bestaat"3) en begon hij knipselboeken bij te houden over de visserij.

3. De epische toneelvorm

Het is van belang om vast te stellen dat de indrukken die Heijermans gebruikte voor Op Hoop van Zegen in Wijk aan Zee werden opgedaan, drie jaar voor het eigenlijke schrijven. Door de ijzeren productiedwang waarmee hij ieder jaar op Kerstavond een stuk uitbracht, kreeg hij voor latere werken nooit meer zoveel tijd om zijn indrukken te laten bezinken. Die tijd, de tijd nodig voor bezinking, kon weleens de sleutel zijn tot het enorme succes van zijn "Spel-van-de-zee", en van het tijdloze karakter van het drama. Een chronologische reconstructie maakt bijvoorbeeld duidelijk, dat Heijermans al was begonnen met de materiaalverzameling voordat hij zijn twee eerdere stukken Ghetto en Het Zevende Gebod had geschreven.4)
Dat Heijermans zich meer rust gaf voor Op Hoop van Zegen dan voor andere werken, wordt ook gesignaleerd in de kritiek die Johan de Meester schreef na de première, en die het werk "episch" noemt: "Met Op Hoop van Zegen is Heijermans er, omdat hij hier met al de epische rust van den kunstenaar boven zijn onderwerp heeft gestaan".5) "De toeschouwer krijgt geen kans zich met de personages te identificeren, omdat ze slechts onderdeel zijn van het totaalbeeld dat de auteur toont". Een totaalbeeld overigens dat direct herkenbaar was voor wie ervaring had met het visserijbedrijf; de socialist Louis de Visser zag "de gevaren aan het vissersbedrijf verbonden, honderdmaal scherper en juister dan toen ze me zelf bedreigden".6)
In flagrante tegenstelling tot de romantische melodrama's die nog opgeld deden toen Heijermans zelf als toneelcriticus werkte, waarin een heftige intrige moest leiden tot een onontkoombaar einde, gebeurt in Op Hoop van Zegen feitelijk niets, ook al is het einde even onontkoombaar. Het verhaal van Geert uit de gevangenis wordt gedaan achter het neergelaten gordijn. De vissersvrouwen in het derde bedrijf breien hun verhalen als een eindeloze weeklacht, een koor uit een Griekse tragedie. Het epische karakter - elders "statisch" genoemd -, geeft het stuk de tijdloosheid die H.A. Gomperts later deed verzuchten: "Het werk is dramatisch zo sterk dat de tijd er geen vat op heeft".7) Het is hier overigens niet de plaats om een vergelijking te maken met het epische theater van Bertolt Brecht. "Episch" duidt hier op de afstand die Heijermans zich permitteerde tegenover zijn onderwerp; die eindeloze uren op de sofa, waarin hij greep kreeg op alle figuren die zijn stuk bevolken, zelfs degenen die geen opkomst hebben, zoals buurman Arie. Op die sofa, in de "ziening" van de auteur, ontrolde zich het leven aan de kust; dat leven, waarin de mensen aan de kust van Senegal zich nu nog herkennen.8

4. De transcriptie

Een enkele toelichting bij de transcriptie. Zoals u kunt zien wanneer u op de miniaturen klikt, is het typoscript een typisch gebruikersboek. De souffleur had alleen belang bij de dialogen en schrapte voor alle zekerheid de (tussen haakjes getypte) toneelaanwijzingen, terwijl de personages steeds werden onderstreept. Die schrappingen zeggen dus weinig over de regie of de spelopvatting, daarom heb ik de aanwijzingen in het geheel niet overgenomen. Men krijgt dus de kale dialoog te zien. Geschrapte woorden zijn doorgestreept, toevoegingen en wijzigingen zijn in Courier weergegeven, door de regie ingelaste pauzes krijgen een F-teken. Spelling en interpunctie zijn overgenomen zoals in het souffleursboek, evenals de beklemtoning. Als gevolg daarvan zijn er afwijkingen ten opzichte van de Van den Bergh-uitgave, zoals bij de meervouds- en werkwoords-n. Daar het een transcriptie betreft, bevat deze weergave geen noten of woordverklaringen.

Lees verder: III. De authentieke speelversie

Oktober 2015, Maarten Vonder.

 

Noten

1. Geluk, Amsterdam 1996, p. 206
2. Geluk p. 127 en 162.
3. Verslag van een congres van reders, aangehaald door Lakmaker in Esther de Boer-van Rijk, Amsterdam 2014, p. 111, eerder bij A. van der Horst "30 jaar Op Hoop van Zegen".
4. Geluk, p. 152-175 en passim. Heijermans schreef eerst Puntje in april 1898, aan Ghetto voor de N.T.V. begon hij pas in het najaar (p. 170-71).
5. Geluk, p. 213 en nt. 50 p. 480.
6. Geluk p. 210-11.
7. Van den Bergh, Inleiding Op hoop van zegen, Amsterdam: AUP 1995, p. 10.
8. One World; Hivos (retr. 30-10-2015)


HH site
Web

150 JAAR
Herman Heijermans

Nieuwsbrief ontvangen

Doneren aan het project

 
colofon
Deze website is gestart op 3 december 2014,
bij gelegenheid van de 150ste geboorte­dag van Herman Heijermans Jr.
De pagina's zijn handmatig gezet in Verdana.
copyright en disclaimer
Voor de content op deze website geldt de licentie CC-BY-SA 4.0 (Naamsvermelding-Gelijk Delen). Mocht een rechthebbende aan onze aandacht zijn ontsnapt, dan verzoeken we deze vriendelijk zich te wenden tot de redactie.
Deze website is met de grootst mogelijke zorgvuldigheid samengesteld. Voor eventuele schade, ontstaan door fouten in de inhoud, aanvaarden wij echter geen aansprakelijkheid.
contact
email: M.G. Vonder
post: W. Passtoorsstraat 12-1
1073 HX Amsterdam