Herman Heijermans, toneelschrijver in zijn en onze tijd
Project teksteditie

Home | De uitgave | Opzet van het project | Toneelwerken | Achtergronden | Secundair | Interactief

Navigatie

De website
Hoofdpagina
Doelstelling
Opzet website
Over de uitgave
Bestellen
Aangepast lezen
Teksten online
Overzicht
Uitgangspunten
Schetsen
Eenakters
Avondvullend
Project teksteditie
"In de Jonge Jan"
Inleiding OHVZ
Authentieke versie Op Hoop van Zegen
Achtergronden
Secundair
© 2015 M.G. Vonder,
contact

 

150 JAAR
Herman Heijermans

Nieuwsbrief ontvangen

Doneren aan het project

Heijermans' toneelteksten online
De authentieke speelversie van Op Hoop van Zegen

Inleiding bij de uitgave | De authentieke speelversie | Eerste bedrijf | Tweede bedrijf | Derde bedrijf | Vierde bedrijf

Toneellijst
Versiegeschiedenis
Permalink UBA
Zoeken KB

O P  H O O P  V A N  Z E G E N

SPEL - VAN - DE - ZEE
in 4 Bedrijven
door
Herman Heijermans

 

Claus

Authentieke speelversie

  

Tekstcommentaar

naar uitgave Van Looy 1901 (VL) en Van den Bergh 1995 (VdB); RB=regieboek, sb=souffleursboek

 

Voor de eerste maal opgevoerd door de "Nederlandse Toneelvereniging" te Amsterdam op maandag 24 december 1900.



Dramatis Personae

Kniertje, een vissersweduwe
Geert, }
Barend } haar zoons
Jo, haar nicht
Cobus, haar broer
Daantje, diakenhuismannetje
Clemens Bos, reder
Mathilde, zijn vrouw
Clémentine, zijn dochter
Simon, scheepmakersknecht
Marietje, zijn dochter
Mees, Marietjes aanstaande
Kaps, boekhouder
Saart, vissersweduwe
Truus, vissersvrouw
Jelle, bedelaar
1ste Veldwachter
2de Veldwachter

Het Spel geschiedt in een Noordzee-vissersplaats.

  




Transcriptie van het souffleursboek
  

EERSTE BEDRIJF
De armoedige woonkamer van Kniertje. Links twee bedsteden en deur. Rechts ladenkast met heiligenbeeldjes en een schouw. Achter, klinkdeur naar het kookhok èn raam met bloempotten. Middag.

EERSTE TONEEL.
Cobus. Clémentine. Daantje.

   Rechts ladenkast met heiligenbeeldjes, pullen en portretjes. Een schouw. Achter, klinkdeur naar het kookhok, glazenkast, kooi met duif, raam met bloempotten. (VL)
In RB staat hier boven: "2 lichtbakken in venster". Dit soort aanwijzingen uit de zet-fase zijn verder niet overgenomen.
c 1

Clémentine 'n schetsboek op de knie Nou dan! - Cobùs!

   Voor accenten en apostrofs wordt het souffleursboek gevolgd, dubbele streepjes worden vereenvoudigd tot enkele, puntjes tot 3.
c 2

Cobus poserend, schrikt wakker, glimlacht Hè-hè-hè! Ikke heb niet geslapè... Nee, neè...

   Bij het gebruik van de slot-n in werkwoord of meervoud wordt altijd het souffleursboek gevolgd; de y wordt uitgeschreven als ij.
c 3

Clémentine  Hoofd meer zò. Nog meer. Wat zanik je nou! Strakjes zat je zo leùk. En - je hand op je kniè....

    
c 4

Cobus  Tja - as je zo lang stil zit - krijg je 't te pakkè....

    
c 5

Clémentine ongeduldig Zou je nou asjeblief, às-je-blièf niè willen pruimen?

    
c 6

Cobus  Ik - ik pruim niet. Kijk maar.

    
c 7

Clémentine  Hou dan je mond dicht.

    
c 8

Daantje binnentredend door kookhok Dag saam.

    
c 9

Clémentine  Dàg. Ga nog maar 'n hoekie om.

    
c 10

Daantje  Nee, Juffrouw - 't wordt tijd.Nou - ik zou 'm nog niet herkennen.

   Spreekpauzes in sb worden in deze versie niet weergegeven. (zie de transcriptie)
c 11

Clémentine  O.

   glimlachend (VL)
c 12

Daantje z'n bril verzettend. Ziet u - as 'k zo vrij mag zijn - z'n kin staat ànders - en - en z'n ogen bevallen me niet - maar z'n neus nou die is 'm - en - en z'n dassie da's màchtig - daar zou je op zweren.

    
c 13

Clémentine Hahaha! Zo.

    
c 14

Daantje ...En de bedstee met de gordijnen....'t Is me 'n bik.1 neemt 'n pruim Kan u mijn niet gebruiken?

   niet is (VL)
c 15

Clémentine  Misschien. Hand hoger. Je mònd stil!

  
c 16

Cobus  Da's makkelijk ezeid - as ù gewoon is te pruime en je niet pruime màg - dan kan je je lippe niet vàsthoue. Wat zeg jij, Daantjè?

  
c 17

Daantje  Ik zeg dat 't tijd wordt. We eten om vier en de moeder is làstig.

  
c 18

Clémentine  Dat zal met jullie ouwetjes wel nódig zijn.

  
c 19

Daantje een stoel bijschuivend Pèh! We hebbe nog al wat in te brengen! Niet dàt! 'n Diakenie is me 'n bik. Vreten met snauwen - of je 'n bedelaar ben. Vanmorrege koffie as - as 't onderste uit de regenton - en errete zo hard as je eksteroog.

  
c 20

Clémentine  In jouw plaats - hou je mond stil! - zou 'k God danken dat me ouwe dag bezorgd is.

   tot Cobus: hou je mond stil (RB)
c 21

Cobus  Tja-tja je mag je niet bezondige....

  
c 22

Daantje  God dànke? Née hoor. Me hele leven gevaren - hoeveel reizen wel! - niet te telle - schipbreuk gehad - gebrek gehad - gevaren van me tiende - èn - twéé zoons op zee verloren. Nee hoor. Nee hoor. De moeder is 'n krèng. Je zou d'r op d'r smoel slaan...

   snoet > smoel (sb)
c 23

Clémentine  Nou! Je ben hier niet in de kroeg.

  
c 24

Daantje  Dat ben 'k net niet. Maar 't gaat je tot hièr zitte. Verlejen week mocht 'k niet uit, omdat 'k met permissie, náást 't bakkie gespoegd had. Zeg u nou zèllef - zou ù met opzet náást 't bakkie spoege? 'n Diakenie is 'n gevangenis. Hebben ze je opgeborgen dan zijn ze je kwijt. 'k Wou da'k met fatsoen door de haaien gevreten was, toen 'k nog voer....

   met permissie > met je permissie (VL)
c 25

Cobus giechelend Hè-hè-hè! De haaien lustten jou niet. Je bent te taai, man.

   lustten jou > luste jou (VL)
c 26

Clémentine  Hou je lippen stil!

  
c 27 CobusTja, tja.   
c 28

Daantje  Pèh! De haaien lústen niet....'n Karkas slikken ze nog. De ouwe Willem heb 'k voor me ogen in tweeën zien bijten dat 't bloed 'r uit spoot. En die wàs mager.

   Pèh vooraan zin (sb)
c 29

Clémentine  Is de ouwe Willem door 'n háai opgegeten?

  
c 30

Daantje  Pèh! Door één? Door zès. Zó as-die overboord sloeg hadden ze 'm te pakken. 't Water zag rood.

  
c 31

Clémentine  Hè, da's vreselijk. En toch zou 'k 't wel is willen meemaken - zo iets.

   wat vreselijk (VL)
c 32

Daantje  Pèh! Wille meemake.... Wij mòtte....

  
c 33

Clémentine  Heeft-ie nog geschreeuwd?

   "nog" ontbr. (VL/VdB)
c 34

Daantje  En hoe!

  
c 35

Cobus  Tja, je zal niet schreeuwen als je de tande in je bille voelt - hèhèhè! Buiten klinkt 'n viool. Op de maat der muziek schokt Cobus in z'n stoel Tadedade - dadada -

   schokkert (VL)
c 36

Clémentine driftig het schetsboek sluitend Daar dan! opstaand Morgen ben je wat rustiger hoor!

   - wat (VL/VdB)
c 37

Cobus zich uitrekkend Helemaal stijf. danst knip-vingerend met waggelende beentjes Tadedada - dadada.

  
c 38

Daantje bij het raam Psst. Niemand thuis.

   blijft (sb)
  

TWEEDE TONEEL.
De vorigen. Jelle. Barend.

  
c 1

Jelle voortspelend Asjeblief!

  
c 2

Daantje  Niemand thuis!

  
c 3

Jelle.  Ik kom vàst eens in de week.

  
c 4

Daantje  Ze zijn naar de haven.

   naar > na (VL)
c 5

Clémentine  Daar! smijt iets het raam uit.

  
c 6

Jelle ophoudend Dank u wel zoekt.

  
c 7

Cobus  Achter die steen, stommerd.

  
c 8

Daantje  Néé - meer daar.

  
c 9

Clémentine  Nee, 'k heb 't diè kant uitgesmeten. Hè, wat 'n ezel. Is-die zo kippig?

   Nee: ontbr. (VL)
c 10

Cobus  Hij heit maar 'n half oog - en met 'n hallef oog zie je niet veel. Achter je!

  
c 11

Jelle.  Ik zie niks.

  
c 12

Daantje  Psst! Hé! Barend help is 'n handje!

  
c 13

Clémentine  'r Moet 'n dubbeltje leggen.

   leggen > liggen (VL)
c 14

Barend een mand met wrakhout op z'n rug. Geef 't 'm dan in z'n poten bonst de mand neer. Hier! draagt de mand door het kookhok

   kookhout (typefout sb)
c 15

Jelle.  Duizendmaal bedankt juffrouw loopt spelend door.

  
c 16

Cobus  Hè-je die kwajongen gehoord?

  
c 17

Clémentine tot Barend. Zeg 'ns, grote aap, had je 't tegen mij?

  
c 18

Barend schuw-verlegen. Nee juffrouw. 'k Wist niet dat ù hier was. Ik dacht...

  
c 19

Cobus  Je mot niet denke - je mot denke om weer zo gauw mogelijk naar zee te gaan - om brood voor je moeder te verdienen.

   naar zee > na zee; om > en (VL)
c 20

Barend  Bemoei je 'r niet mee...

  
c 21

Cobus  Hoor - tegen mij het-ie praats - en anders staat-ie met z'n bek vol tande - ik ben niet bang - hèhèhè - ik doe niet in me broek as 'k varen mot - hèhèhè.

   praats: praas (VL)
c 22

Daantje  Kom nou. 't Heit vier geslage.

  
c 23

Clémentine  Morgen tièn uur, Cobus...

  
c 24

Daantje  Kan niet juffrouw. We motten steentjes krabbe.

  
c 25

Cobus  Ja, we motte steentjes krabbe.

  
c 26

Clémentine  Wat is dat?

   Weer wat nieuws! - geschr. RB
c 27

Daantje  Nou - 't onkruid weghalen op de binnenplaats.

   weghalen: krabbe; binnenplaats > plaas (VL)
c 28

Clémentine  Morgenmiddag dan?

  
c 29

Cobus  Tja - dan zal 't 's weze. Dag juffrouw. Dag lutjebroek. Hè-hè-hè...

   't 's > 'k 'r (VL)neemt 'n pruim uit Daantjes doos geschrapt RB.
  

DERDE TONEEL
Barend. Clémentine.

  
c 1

Clémentine haar hoed vaststekend. Die plaagt je nogal is, hè?

  
c 2

Barend schuw-lachend. Ja juffrouw.

  
c 3

Clémentine  Ben je an 't zoeken geweest aan 't strand? hij knikt verlegen. Veel gevonden?

   aan > op (VL)
c 4

Barend  Nee - 't was vannàcht eb - en dan - en dan stokt.

  
c 5

Clémentine  Ben je nou héús bang, domme jongen, om te varen hij knikt lacherig. En ze doen 't allemaal...

  
c 6

Barend  Ja, ze doen 't allemaal.

  
c 7

Clémentine  'n Man mot niet bang zijn...

  
c 8

Barend  Nee, dat mot 'n man niet...

  
c 9

Clémentine  Nou dan?

  
c 10

Barend  Ik blijf liever an wal...

  
c 11

Clémentine  Ik zal je niet dwingen... Hoe oud ben je?

  
c 12

Barend  Vorige maand afgekeurd voor de dienst.

  
c 13

Clémentine  Afgekeurd? Waarvoor?

   Waarvoor: ontbr. VL
c 14

Barend  Ja, voor me - voor me - ja dat weet 'k niet - maar afgekeurd.

   Ja: ontbr. VL
c 15

Clémentine lachend. Nou da's 'n gelukkie - 'n bànge soldaat...

   Nou: ontbr. VL
c 16

Barend kort opvlammend. An wal ben 'k niet bang - laat ze maar opkomme - dan haal 'k ze 'n mes door d'r ribbe!...

  
c 17

Clémentine  Mooi!

  
c 18

Barend weer zakkend in verlegenheid ...Neem me niet kwalijk, juffrouw. Zwak getoeter van een stoomboot ...Da's de Anna - d'r is 'n dooie an boord.

  
c 19

Clémentine  Wéér 'n dooie...

  
c 20

Barend  De vlag hing - halfstok.

  
c 21

Clémentine  Dat is de tweede van de week. Eerst de Agatha Maria...

   Tù-tù-tù-tù...Nummer twee van de week (VL)
c 22

Barend  Nee, 't was de Charlotte...

  
c 23

Clémentine  O ja! De Agatha was de vórige week. En is 't al bekend wiè... hij knikt ontkennend. Ben je dan niet nieuwsgierig?

  
c 24

Barend  Och - je went 'r an - en van ons is 'r niemand op - verlegen-triestig vader kàn niet - Jozef kàn niet - Hendrik kàn niet - die - dat weet u wel - en - en - Geert - nou die zit nog altijd in de kast...

  
c 25

Clémentine  Ja - diè heeft wat 'n schánde over jullie gebracht.

  
c 26

Barend  Schande... schande...

  
c 27

Clémentine  Wanneer komt-ie vrij?

  
c 28

Barend  Weten we niet...

  
c 29

Clémentine  Weet je dat niet?

   dat ontbr. (VL/VdB)
c 30

Barend  Nee. Zes maanden hebben z'm gegeven - zès maanden - maar de voorarrest ging d'r af - en hoe lang die duurde weten we niet.

   Nee ontbr. (VL/VdB)
  

VIERDE TONEEL
De vorigen. Kniertje.

  
c 1

Kniertje door het raam Dag juffrouw.

  
c 2

Clémentine  Daàààg!

  
c 3

Kniertje  Hoe kommen de kippen nou los? Kijk de haan nou toch is! Ga je weg sallemander! Kischt! Vort! Jo! Jo!...

  
c 4

Barend  Laat ze maar lopen. Ze gaan al vanzelf.

  
c 5

Kniertje  Da's 'n geduvel zonder end, juffrouw! Toe steek je pote nou is uit! Motte we weer mot met Arie krijgen?

  
c 6

Barend  Dan zàlle we mot krijgen onverschillig af, jaagt buiten de kippen op.

   + spel-aanw. lijzerig (VL)
c 7

Kniertje  Dan zàlle we... Zo'n lam stuk jongen mot nog geboren worde... - Gaat u al weg?

   na worde: Doodvreter! (VL, nadrukkelijk geschr. in RB)
c 8

Clémentine  Ja. 'k Ben nieuwsgierig wat 'r met de Anna gebeurd is.

   Ja: ontbr. VL
c 9

Kniertje  Ja - ik was ook al op weg - maar 't kon nog zo lang duren - en 'k heb me buik vol van dat wachten op de pier - och och as de pier is vertellen kon... Is u al klaar met 't portretteren van me broer?

   och och: oorspr. och jezis (gewijz. RB); bij VL ontbr. as de pier is vertelle kon (wel in VdB); Is u klaar (VL)
c 10

Clémentine  Morgen. Ik wil Barend ook wel is tekenen zoals-ie daarnet binnenkwam met 'n mand hout op z'n schouders.

   daarnet: strakkies (VL)
c 11

Kniertje  Bàrend? Nou, mijn goed.

  
c 12

Clémentine  Die schijnt hier niet erg vertroeteld te worden.

  
c 13

Kniertje verveeld. Nee maar, dàt moet 'r nog bijkommen! Vertroeteld! Hoe eer 'k 'm kwijt ben hoe liever! door het raam Jaag ze dan op! Kischt!

   Dat most 'r bijkomme (VL); eer > eerder (VL)
c 14

Barend  De haan wordt bang van al dat schreeuwen.

  
c 15

Kniertje  Dan slacht-ie jou wat!2 Kischt!

  
c 16

Clémentine  Hahaha! Hahaha! Nou die zit lekker op Ari z'n dak.

   Ari: verder Arie.
  

VIJFDE TONEEL
De vorigen. Jo.

  
c 1

Jo door linkse deur - bruin voorschoot - rooi-ijzers aan de zwarte handen. Dàg juffrouw.

  
c 2

Kniertje nijdig. De kippen zijn los! De haan zit op Ari z'n dak.

  
c 3

Jo  Hahaha! Dáar zal-ie toch geen eieren leggen.

  
c 4

Kniertje  Hoor nou! En nou wéet ze dat 't laatst op vechten af is geweest omdat ze in z'n aardappelveld liepen!

   Hoor nou: hoor haar (2 var.)
c 5

Jo  'k Heb ze zèlf losgelaten, ouwe brombeer - Truus het gister gerooid.

  
c 6

Kniertje  Nou zeg 't dan dadelijk.

   Nou: ontbr. VL
c 7

Jo   Nee maar, wat doe 'k nou ànders? O, Juffrouw - die wordt alleen mèns as ze brommen kan. 's Nachts in d'r slaap bromt ze nòg hardop. Vannacht het ze in d'r droom gevlóékt! Hahaha! Ga je gang maar hoor, je màg! Snauw jij maar! Je ben toch 'n goeie ouwe. tot Barend die binnenkomt Ach stumper! Zit de haan op 't dàk? En wil-ie 'r nou niet afkomme?

   brommen, bromt: grommen, knort (VL) Ga je gang maar hoor: Nou maar (VL); nou niet: niet (VL)
c 8

Barend  Nou - schei uit!

   Schei uit! (VL); nou - schei uit (VdB)
c 9

Jo  Wedden dat as jij met de kippies vrijt - de haan jaloers wordt en vanzelf naar benee tippelt? Kijk 's! Hij ziet 'r wit van!

   jij: je; Kijk 's: Hahaha! (VL)
c 10

Clémentine  Nou, nou!

  
c 11

Jo  Hij mot bakker worde, wat tante? En dan met zijn blóte voetjes in 't roggemeel!

   Met je blóte voeten (VL); lachen Jo in sb doorgaans geschrapt
c 12

Barend  Jullie kunnen allemaal!... driftig af, links.

  
c 13

Jo nasarrend. Stakker!...

  
c 14

Clémentine  Nou - plaag zo niet... Ben je an 't rooien?

  
c 15

Jo  Tja van vanmorge vier uur af. Niks gedaan tante - allemaal rot en kriel.

  
c 16

Kniertje  'n Arm mens wordt wèl bezocht - regen en regen - de boel moet rotten - en zo ga je de winter in - de harde winter - ach, ach, ach.

   bekorting sb: regen en regen (weer ingevoegd) - d'r was geen houe an (wel in VL)
c 17

Jo  Hè, wat zanik je nou weer. Toe làch nou is. Ben ik zo hangerig? Geert kan elk ogenblik terug kommen en dan...

   nou weer: weer; werom komme en... (VL)
c 18

Kniertje  Geert - nou en dan?

   en wat dan? (VL)
c 19

Jo  En dan? Dan - dan - Dan niks! Kom wees vrolijk. Met grommen en kniezen win je geen aardappel meer. Ja, zo mot 'k nou de héle dag prate!... 'k Heb 'n konijn gevangen, o zo!

   En dan: wat dan?; Kom wees vrolijk: Vrolijk zijn (VL); grommen en kniezen: kniezen en grommen (omgewisseld in sb)
c 20

Clémentine  Gesprenkeld?

  
c 21

Jo  En netjes. Die schooier wou van ons armoedje meevrete. Maar we láte ons begappe! Net dat ik an 't rooien ben, zegt de sprenkel: knàp en 'n vette hoor - veertig cente minstens!

   Maar we late: Jawel. We late; Net dat: net terwijl (VL); en: ontbr. VL
c 22

Clémentine  Da's leuk. Nou - ik ga.

  
  

ZESDE TONEEL
Kniertje. Jo. Clémentine. Bos.

  
c 1

Bos  Hallo! Blijf je hier helemaal logeren. Mag 'k 'r in komme?

  
c 2

Kniertje vriendelijk. Natuurlijk, meneer. Asjeblief, meneer.

  
c 3

Bos  'k Heb vuile voetjes, kinderen.

   voetjes: pootjes (VL)
c 4

Kniertje lief. Hindert niks, meneer. Droog zand is geen ongeluk - gaat u zitten.

   gaat u: ga u (VL)
c 5

Bos  Daar zal 'k nièt nee op zeggen. Ja, Knier, we worden 'n daggie ouwer, meid. Dag nichie.

  
c 6

Jo  Dag meneer. U ziet... wijst lachend haar handen.

  
c 7

Bos  Mot je naar bal?

   + met je handschoentjes (VL).
c 8

Jo knikt uitdagend. De schotse drij en de horrelepiep, nou!

   horrelepiep en schotse drij verwisseld (sb); nou: - Hè! (VL)
c 9

Bos  Jij bent 'n brutaal zwartogie. tot Clémentine Nou? Laat 's kijken.

  
c 10

Clémentine kribbig. Née. Daar heb-u toch geen verstand van.

  
c 11

Bos  O. Dank u. Breng 'n dochter groot, leer d'r tekenen, maar je neus 'r buiten. Kom! Doe nou niet kinderachtig!

  
c 12

Clémentine verwend-kribbig. Néé. As 't af is.

  
c 13

Bos  Eén ogenblikkie.

  
c 14

Clémentine  Hé, pa, zanik nou niet zo. Dat gezeur!...

   zanik zo niet (VL)
c 15

Bos  Alweer een standje te pakken!

   hahaha geschr. (sb)
  

ZEVENDE TONEEL
De vorigen. Barend.

  
c 1

Barend verlegen.  Dag, meneer.

  
c 2

Bos  Ah. Barendje - je komt alsof je geròepen was.

   alsof: asof (VL)
c 3

Barend lacherig-verwonderd. Ikke?

  
c 4

Bos  We hebben je nodig, ventje.

   De souffleur heeft hier getekend: L Janse. Veel bijschrijvingen zijn van hem, niet van C. Ritman.
c 5

Barend  Goed meneer.

  
c 6

Bos  Drommels, 't begint hier al wat te groeien.

  
c 7

Barend   Ja meneer.

  
c 8

Bos  Je wordt 'n héle kerel. - Hoe lang loop je nou al zonder werk?

  
c 9

Barend schuw. Drie verreljaar...3

  
c 10

Kniertje  Dat liegt-ie - meer dan 'n jaar...

  
c 11

Barend  Niewaar.

  
c 12

Jo  Wel waar! Reken maar op... November... december...

  
c 13

Bos  Goed, goed, kinderen. Geen kwestietjes. 't Leven is zo kort... Nou, Barendje - heb je lust in de 47?... Wat?...

  
c 14

Barend angstig. De 47...

  
c 15

Bos  De OP HOOP VAN ZEGEN...

  
c 16

Clémentine  Wil u de OP HOOP VAN ZEGEN tòch...

   tòch: ontbr. VL/VdB
c 17

Bos scherp. Hou je 'r buiten! Hou je 'r buiten, zeg ik!

  
c 18

Clémentine  En vanmorgen nog...

  
c 19

Bos driftig. Clémentine!

  
c 20

Clémentine  Maar pa...

  
c 21

Bos heftig met de voet stampend. Wil je asjeblief vooruit gaan?

  
c 22

Clémentine schouderophalend. Hè, wat flauw om kwaad te worden - hè, wat klein - Bonjour!

  
c 23

Kniertje  Dag juffrouw...

  
  

ACHTSTE TONEEL
Kniertje. Jo. Barend. Bos.

  
c 1

Bos glimlachend. Precies d'r mama. Wat 'n katje, hè? Ja - bij tijden moet je 'n duivel zijn, hahaha! anders zouen m'n vrouw en m'n dochter de rederij waarnemen - en ik in de keuken de aardappels schillen, hahaha! Ofschoon ik dat ook wel gedaan heb in me jonge jaren.

  
c 2

Kniertje  Of 'k me dat herinner...

  
c 3

Bos  Aardappels met 'n verse haring smakt met de lippen. Maar dat is voorbij. Met 'n vloot van acht loggers staat je kop naar andere - glimlachend al zie 'k nog graag zo'n paar zwarte ogies, brutaaltje! Mag 'k toch wel zeggen? Ongevaarlijk - tijd gehad!

   Maar voorbij, voorbij (VL). Acht loggers: oorspr. over de twintig (gecorr. RB)
c 4

Kniertje  Gaat uw gang maar...

  
c 5

Bos  En ons vrindje?

  
c 6

Kniertje  Doe dan je bek open!

  
c 7

Barend  Ik wou liever...

  
c 8

Kniertje nijdig. Liever... lièver!

  
c 9

Jo  Hè - wat 'n mispunt!...

  
c 10

Bos  Kinderen! Geen ruzietjes!... Jong, je mot 't zelf weten. De OP HOOP VAN ZEGEN heeft 't vorige jaar op de haringvangst in een teelt van vier reizen4 'n besomming van veertien duizend gulden gemaakt - de equipage is compleet - Hengst is schipper - de matrozen zijn 'r op één na... de jongste, de reepschieter, de afhouer - alles voorzien - nou dacht de schipper an jou als oudste - driekwart5, jong.

  
c 11

Barend zenuwachtig-aarzelend. Nee - nee, meneer...

  
c 12

Kniertje  O. Zo'n koppig kreng! 'k Kan 'm niet naar boord rànselen...

  
c 13

Jo  Als ik 'n man was...

  
c 14

Bos  Ja maar dat ben jij nou niet - jij bent 'n knappe meid - Zulke matroosjes kenne wij niet gebruiken. - En waarom wil jij niet, vadertje? Bang voor zeeziekte? Je hebt toch al 'n teelt meegemaakt als afhouer en als middeljongen...

  
c 15

Kniertje  En als speeljongen meneer!...

  
c 16

Jo  Hij slentert en schooiert liever - Uh, wat 'n pietermannetje!...

  
c 17

Bos  Je doet èrg dom, jong. Met je grootvader heb 'k zelf gevaren - ja, toen had 'k ook liever bij moeders pappot gezeten, dan prikken levend houden met handen als klompies ijs - en liever in 'n verse boterham gehapt dan prikkenkoppen afgebeten6... En je vader...

   gehapt dan > as (VL)
c 18

Barend hees. Me vader is verzopen - en me broer Jozef - en me broer Hendrik - Nee - ik vertrap 't!...

  
c 19

Bos opstaand, vrindelijk Ja - as die er zo over denkt, is 't beter 'm niet te dwingen, moeder Kniertje. Dat kan 'k meevoelen. Mijn vader is ook niet op z'n bed gestorven - maar as je zo doorredeneert, dan leit de hele visserij op 'r gat - of we mosten met een simmetje7 uitgaan op baars en bliek en palinkies...

   dan leit: dan ontbr.; mosten: motten (VL)
c 20

Kniertje  't Is om te...

   inv. driftig (VL)
c 21

Bos  Lauw! Lauw! Met geweld vang je nog geen katterige haring...

  
c 22

Jo lachend. Hè! Die zou ik wel is willen zien, hahaha!

   Hè: ontbr. (VL)
c 23

Bos  Dat gelooft ze niet! Wij weten béter, wat Knier?

   Knier naar achteren (sb)
c 24

Kniertje  Ach - ik vin 't niet om te gekken, meneer! Die beroerde kwajongen praat 'r van alsof ik me man - en die goede Jozef - en - en - vergeten ben - maar dat ben ik niet - dat eindigt in zacht snikken.

   alsof: asof (VL)
c 25

Jo  Mal mens! Toe! Tantetje-lief! - Lammeling! Draak! Stuk chagrijn!

  
c 26

Bos  Niet huilen, Knier!... Met huilen maak je de dooien niet levend...

  
c 27

Kniertje  Nee, meneer - dat weet 'k ook wel, meneer. Maar de volgende maand wordt 't al twaalf jaar dat de Clémentine op de Doggersbank is gebleven...

   ook wel, maar, wordt 't al: inv. sb
c 28

Bos  Ja, 't was de Clémentine - in '88.

  
c 29

Kniertje  November acht-en-tachtig... Toen was hij zeven. Wou zo'n aap daar nu méer van weten dan ik?

   nu, dan: nou, as (VL)
c 30

Barend nerveus Dat heb 'k niet gezegd. 'k Ken me vader helemaal niet - en me broers niet... Maar - maar -

  
c 31

Kniertje  Nou dan?

   Bos gewijz. Knier (sb)
c 32

Barend  'k Wil 'n ander vak. Niet op zee - néé...

  
c 33

Kniertje  'n Ander vak? Kan je wat anders? Nog niet lezen en schrijven...

  
c 34

Barend  Is dat mijn schuld?

  
c 35

Kniertje  Nee, de mijne. Drie jaar heb 'k ondersteuning gehad - 't eerste jaar f 3,- - 't tweede f 2,25 - 't derde 'n daalder - maar de andere negen kon 'k rondscharrelen...

   bedragen geschrapt t/m maar (VL)
c 36

Bos  Vergeet je mij nou helemaal?

   helemaal: oorspr. totaliter (ook gewijz. in RB)
c 37

Kniertje  Ach nee meneer en daar blijf ik u dankbaar voor, meneer. Want as 'k bij u en bij de pastoor niet had kunne werke of nou en dan is 'n warm kliekje halen - dan - En dat verwijt die snotneus me nog!...

   Ach nee meneer, want, nou en dan: inv. sb; dan: 2x (VL)
c 38

Barend  Ik verwijt niks... Ik... ik...

  
c 39

Jo  Kom uit je wóorden! Meneer zoekt 'n plaatsie om van z'n duiten te leven.

   duiten: cente (VL)
c 40

Barend  Jij kan!... Ik wil alles - zandgraven - helmenplanten - inzouten - ik wil metselaar worde of timmerman - of loopjongen.

  
c 41

Jo  ...Of burgemeester of veldwachter! En 's nachts in 't dònker lope - om de dieffies te pakken... O! o! Wat 'n stùk van 'n man!...

  
c 42

Bos  Brutaaltje!

  
c 43

Barend  An jou heb ik maling!... Heb 'k 'n woord geklaagd toen laatst de pekel 't vlees van me handen vrat, toen ik niet slapen kon van de pijn?

   de pekel: 't zout (VL)
c 44

Kniertje  Metselaar wòrde... Die jongen is gek!... Timmerman worde... Hoe dikwels krijgt 'n metselaar 'n ongeluk? Elk vak heeft wat anders...

   Hoe dikwels: hoeveel keer (VL)
c 45

Bos  Ja, Barendje - 't is wel onnozel. Risico van de arbeid, jongetje. Denk is an de mijnwerkers, de machinisten, de stokers - Hoeveel keer klim ik niet langs 'n valreep? Hoeveel keer roei ik niet naar 'n logger? Kuren, ventje. Daar moet je niet an toegeven.

   Risico van de arbeid: ontbr. VL, wel bij VdB; de stokers - de - de (VL)
c 46

Kniertje  En we hébben geèn keus meneer. God weet hoe de winter zal zijn - al de aardappels zijn op 't land verrot...

   meneer: einde zin; God: God alleen; aardappels: aarpels; op 't land: in 't late najaar (VL)
c 47

Bos  Ja - da's in de hele streek - Nou, joggie?

  
c 48

Barend  Nee, nee meneer.

   Nee, meneer (VL)
c 49

Kniertje  As je dan maar 't huis uitrukt - opvreter!

   Kniertje: driftig (VL); lafbek (geschr. RB)
c 50

Barend  Goed, moeder.

  
c 51

Kniertje  Mars! 'k Zou 'm... dreigt

  
c 52

Bos  Kom, kom. 'n stilte. Barend loopt schuw heen.

  
  

NEGENDE TONEEL
Kniertje. Jo. Bos.

  
c 1

Jo  Als ik zo'n zoon had...

  
c 2

Bos  Maak jij nou maar eerst dat je 'n vrijer krijgt...

   Maak eerst (VL)
c 3

Jo glunderend. Nou maar die hèb 'k hoor!... Als ik zo'n zoon had, sloeg 'k 'm links en rechts! Bah! 'n Bànge man! 'n Zeeman weet niet beter of vroeg of laat... Daar denkt-ie niet over... Als Geert zo was weet ik wel dat...

   Nou maar die: die; weet 'k wel: nou dan weet 'k wel (VL); na Bange man: luchtig (VL)
c 4

Bos  Geert...

  
c 5

Jo  Die staat de duvel - Verbeeld je tante - Géért... Nou, ik ga afrooien. Dag meneer.

   Verbeeld je tante: overgezet van vorige claus (sb; de plaats is onduidelijk)
c 6

Bos  Zeg, zwartogie - lach jij nou altijd?

  
c 7

Jo schaterend. Nee, 'k zal huilen! Daààààg. terug in de deuropening Tante - praat 's over Geert.

   geschr. As 'k mien snij, grien ik; spreek: praat (sb)
  

TIENDE TONEEL
Kniertje. Bos.

  
c 1

Bos  Geert - is dat je zoon, die...

  
c 2

Kniertje  Ja, meneer.

  
c 3

Bos  Zès maanden?

  
c 4

Bos  Ja meneer -

  
c 5

Bos  Insubordinatie?

   claus tussengev. sb/RB
c 6

Kniertje  Z'n handen niet thuis gehouen...

  
c 7

Bos  Stomme bliksem!

  
c 8

Kniertje  Ik denk dat ze 'm gesard hebbe...

  
c 9

Bos  Dà's larie! Sarren doen ze niet bij de marine. 'n Mooie boel! 't Gezag zou voor de haaien zijn, as 'n matroos maar opstoppers had te verkopen as 'm iets niet beviel.

   te verkopen: uit te delen (VL)
c 10

Kniertje  Da's wel waar meneer, maar...

  
c 11

Bos  En is zij op die... op die deugniet verkikkerd?

  
c 12

Kniertje  Z'is dol met 'm. Nou en dat mag. 't Is 'n knappe jongen - net z'n vader - en sterk - Daar hangt z'n portret - toen droeg-ie nog z'n uniform - eerste klasse - nou is-ie...

   staat > hangt (sb)
c 13

Bos  Gedegradeerd?

  
c 14

Kniertje  Nee - weggejaagd - as-ie vrij komt... De braniekraag stond 'm zo lief - tweemaal in Indië geweest - 't is toch wel hard - en as-ie nou de volgende week - of over veertien dagen - of misschien wel morgen - terug komt, heb 'k 'm ook op mijn dak - ofschoon - nee - dat mot 'k van hem zeggen - hij zal 'r geen gras over laten groeien - want zo'n reus vindt natuurlijk overal 'n schipper...

   't is toch wel hard: 't is hard; as-ie nou: as-ie; of misschien wel morgen: of morgen (VL); 'k weet niet wanneer: geschr. sb; terug: werom; nee: ofschoon; van hem zeggen: van 'm getuigen (VL); want, natuurlijk: inv. sb
c 15

Bos  Lauw! 'n lekker dier...

   Lauw: ontbr. VL
c 16

Kniertje  Nou meneer, as jongen is-ie al op de geepreis geweest.

   Nou meneer: inv. sb; geepreis: oorspr. zoutreis
c 17

Bos  'k Zal je één ding zeggen, Knier - liever neem ik 'm niet - ontevreden rakkers zijn 'r tegenwoordig genoeg - en wat van de marine komt - verdomd 't is wáar - dat is róod op de graat - en rooien mot ik niet hebben. Heb ik gelijk?

   ontevreden: ontevrejen; en wat van de marine komt: Wat van de Marine komt - dat is (VL); en rooien mot ik niet hebben. Heb ik gelijk?: rooien blief ik niet. Gelijk? (RB, VL)
c 18

Kniertje  Zeker meneer. Maar mijn jongen...

  
c 19

Bos  Jawel... Lauw! Jacob - de kromme Jacob die heit de schipper ook aan de dijk motten zetten. Die was, gotbetert as matroos met 12 lijnen ontevrejen - die dacht dat 'k met de besomming knoeide - Ja - ja. Krankzinnig. Bezopen. Nou probeert-ie 't in Maassluis. Bij ons geen fratsen.

   Jacob die heit: Jacob heeft; as matroos met 12 lijnen: ontbr. VL; bezopen: ontbr. VL
c 20

Kniertje  Mag 'k 'm dan na de schipper sturen - of direk na 't kantoor van de waterschout?

   sturen: zenden (VL)
c 21

Bos  Maar je zègt 'm, Knier.

   Knier; ontbr. VL
c 22

Kniertje  Ja meneer.

  
c 23

Bos  Komt-ie bijtijds dan kan-ie nog op de HOOP VAN ZEGEN. Net van de helling af. De proviand en de vaten worden 'r in gebracht - en terug met 'n vòlle lading - dat weet je.

   nog: ontbr. VL; en de vaten: ingev. sb
c 24

Kniertje blij Ja meneer.

  
c 25

Bos  Nou - ajuus buiten stemgemompel. Wat is dat?

  
c 26

Kniertje  Mensen die van de haven terugkeren - de Anna het 'n dooie.

  
c 27

Bos  De stoomtrawler van Pieterse? Sjongen. Wie is 't?

  
c 28

Kniertje  'k Weet 't niet. 'k Ga effen horen.

  
  

ELFDE TONEEL
Geert. Barend.

  

Het toneel blijft ledig. Buiten gemompel. Verschillende pratende vissers gaan het raam voorbij. Een kerkklokje luidt. Geert sluipt de linkse deur binnen, smijt 'n pakje in 'n rode zakdoek neer, kijkt schuw in de bedsteden, in het kookhok, loert door het raam. Dan, grommend, plompt hij bij de tafel, de hand onder het hoofd, staat wrokkend op, neemt uit een achterkast het brood, snijdt zich een homp, loopt kauwend naar de stoel terug, laat de homp grimmig vallen, staart voor zich uit. Het kerkklokgelui houdt op.

   gemompel: vaag gemompel; verschillende ontbr.; de achterkast (VL)
c 1

Barend uit kookhok. Wie?... Geért!...

  
c 2

Geert  Ja - ik ben 't... Nou, je mag me wel 'n poot geven.

   me: ontbr. VL
c 3

Barend druk zijn hand schuddend. Heb je - heb je moeder al...

  
c 4

Geert  Nee. Waar is ze...

   ingev. VL: nors
c 5

Barend  Moeder die... die...

  
c 6

Geert  Wat sta je me nou bezopen an te kijken!

   nou: ontbr. VL
c 7

Barend  Je - je... Ben je - ziek geweest?

  
c 8

Geert  Ziek? Ik wor niet ziek.

  
c 9

Barend  Je ziet zo - zo wit...

  
c 10

Geert  Zeg maar bedonderd. Geef 't spiegeltje is an - Nou? Verdomme! Wat 'n smóél! smijt 't spiegeltje woest neer.

   Nou?: ontbr. VL; sb nog: de scherven springen eruit
c 11

Barend  Heb je 't beroerd gehad in de - kast?

   VL: angstig; kast: oorspr. gevangenis (sb)
c 12

Geert  Nee, lèkker! - Wat 'n vraag! - Je krijgt 'r biefstuk te vrete. Is d'r klare in huis?

  
c 13

Barend  Nee.

  
c 14

Geert  Haal dan wat - as 'k geen druppie krijg - sla 'k zo tegen de vlakte.

  
c 15

Barend  Ik heb geen cente...

   ingev. VL: verlegen; 'k Heb
c 16

Geert  Ik wel peurt in z'n zak, smijt 'n handvol op tafel. Verdiend - in de kast. Daar!...

   Verdiend - in de kast: omgewisseld, sb.
c 17

Barend  Bij de rooie om 't hoekie?

  
c 18

Geert  Kan me niet - as je maar opschiet hem naroepend - Is moeder gezond? - En Jo??

   Na Kan me niet: verdomme, schelen beide geschr. (sb/RB); Is moeder: Is - is een stilte (VL)
c 19

Barend  Die is an 't rooien...

  
c 20

Geert   Hebben ze de pest an me?

  
c 21

Barend  Waarom?

   oorspr.: De pest?... Waarom? (sb)
c 22

Geert  Omdat 'k... Kijk toch niet zo bezopen jongen...

   VL hier: kwaadaardig; jongen: ingev. sb
c 23

Barend  'k Mot nog an je - hoe zal 'k 't zeggen - an je ráar gezicht wennen...

   VL hier: verlegen
c 24

Geert  Raàr gezicht... Nùl ik hou 'n bokkie8... Hadden ze de duvel in?... Nou?...

   VL hier: nors Nou?
c 25

Barend  Dat weet ik niet...

   ik: 'k (VL)
c 26

Geert  Verrek - jij weet niks. Een zwijgen - Barend slipt weg.

  
  

TWAALFDE TONEEL
Jo. Geert.

  
c 1

Jo met het gesprenkelde konijn in de hand ... Jezis!... laat het dier vallen... Géért!... vliegt op hem toe, slaat de armen om z'n hals, barst in zenuwsnikken los.

   sb: de konijn
c 2

Geert dof Schei nou uit! Dat verdomde geblèr - schei uit!

  
c 3

Jo voortsnikkend. 

   Ik ben zo blij - ik ben zo blij, lieve Geert... (VL). Deze claus en de twee volgende geschr. in sb, in RB alleen geschr.: lieve Geert
c 4

Geert  

   Geert grimmig: Nou! - Nou! (VL)
c 5

Jo  

   Jo: Ik kan 't niet helpen snikt heftiger. (VL)
c 6

Geert haar armen loswringend. ... Nou dan! 'k Kan zo veel leven niet an me kop hebbe...

   zo veel: oorspr. zo'n boel (half doorgestr.)
c 7

Jo  ... Zo veel leven?...

   idem; Jo: verschrikt (VL)
c 8

Geert grommend. Dat snap je natuurlijk niet... Zes maanden alleen - alleen met je eigen vuil - in 'n cel... Laat 't gordijn wat zakke - 't is hier 'n zon om dol te worden.

  
c 9

Jo  God... Geert...

  
c 10

Geert  Toe dan!... Da's beter.

  
c 11

Jo  Is je baard weg?

   weg: ontbr. VL
c 12

Geert  Me baard beviel ze niet... Die wou 't Rijk hebbe... Lelijk geworden, he? 'k Zie 'r belazerd uit, wat?

   he: wat (VL)
c 13

Jo aarzelend lachend. Nee Geert. Je zou helemaal niet zegge... snikt opnieuw zachtjes.

   Nee Geert: Jij? Nee. Hoe kom je 'r op? (VL)
c 14

Geert  Wel verdomd! Heb je niks ànders te vertelle? zij lacht nerveus. Hij wijst op z'n slapen. Grijs geworden, hè?

  
c 15

Jo  Nee, Geert.

  
c 16

Geert  Je liegt. op de spiegel doelend. 'k Heb 't zelf gezien - De schooiers om 'n zéeman op te sluiten in 'n hok waar je niet lopen kan, waar je niet spreken kan, waar je slaat woest met de vuist op de tafel. Verdomd!...

   op de spiegel doelend: de spiegel wegtrappend; Verdomd!: ontbr. (VL)
  

DERTIENDE TONEEL
De vorigen. Barend.

  
c 1

Barend  Hier is de jenever.

  
c 2

Jo  ... De jenever...

  
c 3

Barend  Voor Geert...

  
c 4

Geert  Bemoei je 'r niet mee... Is 'r geen glas? - La-maar! slikt driftig. ...Zo. Hoe laat is 't?

   Zo: Dat knapt op (VL)
c 5

Barend  Half vijf...

  
c 6

Jo  Heb je brood genomen? Had je honger?

   Had: oorspr. heb (ook gewijz. RB)
c 7

Geert  Ja. Nee. 'k Weet 't zelf niet zet de fles weer aan z'n mond.

   Ja. Nee.: Ja. Nee. Nee. Ja. (VL)
c 8

Jo  Toe Geert - niemeer... Je kan 'r niet tegen.

  
c 9

Geert  Niemeer? Torn! slikt Da's de beste manier om je maag te looien! Nog geen vaam! Kijk maar niet zo benauwd, meid - 'k zal me niet bezuipe! Bah! 't Stinkt. Is 'r proviand an boord?

   geschr.: Hahaha!; benauwd: beroerd (VL); niet bezuipe: oorspr. geen stuk in de kraag zuipe (ook gewijz. in RB); na 't Stinkt: Ongewoonte. (RB, VL)
c 10

Jo  Kijk's - 'n vette, hé? Zèlf gesprenkeld raapt 't konijn op. Nog geen 10 minuten dood.

   oorspr.: maar - nog geen uur dood
c 11

Geert  Goed voor mòrgen. - Hier ga jij is wat inslaan - wat ham en wat vlees...

  
c 12

Barend  Vleès, Geert?

  
c 13

Jo  Nee - da's overdaad. - As je dan vlees wil kope, bewaar dan de centen tot zondag.

  
c 14

Geert  Zondag. - Heb jij zès maande niks anders gevrete dan rats, gort en paàrdebonen? 'k Ben te slap om 'n poot te verzette - Leg niet te dondere - Schiet op jij! En - en 'n brok kaas. 'k Heb lust om me een koliek te eten! Zou 'k nog 'n druppie? Barend af.

   Zondag (2x); roggemik, rats, paardebone (VL); bij RB is alleen rotte gort geschrapt; schiet op jij: schiet op; te eten: te vrete. Hahaha! (VL)
c 15

Jo  Hè néé Geert.

   VL: Néé.
c 16

Geert  Goed géen druppie. Is 'r tabak?

  
c 17

Jo  Hè, 'k zal 'ns kijken. - Ja, d'r is nog sjek - in de pot.

   geschrapt: O God wat vin ik 't prettig dat je weer vrolijk wordt (ook geschr. in RB, wel in VL)
c 18

Geert  Mooi zo. Pràchtig. Is dat me ouwe pijp?

  
c 19

Jo  Hè-'k voor je bewaard.

  
c 20

Geert  Geef me 'n vlammetje. - Met wie heb je gescharreld - terwijl ik zàt...

   ingev. geef me 'n vlammetje (sb)
c 21

Jo vrolijk. Met oom Cobus!

  
c 22

Geert  Jullie zijn allemaal tuig stopt, rookt. In geen zes maanden de smaak in me bek gehad. Dat is geen tabak dampt lijkt wel hooi! Bah! De klare stinkt en de pijp stinkt.

   zes maanden: half jaar (VL)
c 23

Jo  Eet dan eerst...

  
c 24

Geert de pijp neerleggend. Slaap jij nog altijd naast tante?

   jij: je (VL)
c 25

Jo  En naast de varkens. We hebben biggen.

  
c 26

Geert  En mot ìk weer naar 't zolder?

   Geert: lachend; naar 't: op (VL)
c 27

Jo  Daar leg-ie warm, vent.

  
  

VEERTIENDE TONEEL
De vorigen. Kniertje.

  
c 1

Kniertje buiten. Waarom is 't gordijn neer?

  
c 2

Jo haar vinger op de mond. Sst! gaat voor Geert staan.

  
c 3

Kniertje binnen. Wat voer je uit? - Wat is 'r met de spiegel gebeurd? - Wie zit...

   de spiegel: 't spiegeltje (VL)
c 4

Geert opstaand. Dag ouwetje...

  
c 5

Kniertje schrikkend. God-allemachtig!

  
c 6

Geert  Nee - ik - Geert...

   ik: ìk (VL)
c 7

Kniertje neerzittend. O, o, daar krijg 'k 'n hartklopping van...

  
c 8

Geert  Hahaha!... Die 's verdomd goed!... wil haar pakken.

  
c 9

Kniertje  Nee - nee - strakkies...

   strakkies: stràkkies (VL)
c 10

Geert driftig. Strakkies? Waarom stràkkies?

  
c 11

Kniertje angstig-verwijtend. Je hebt me zo'n boel plezier gedaan...

  
c 12

Jo  Stil nou maar...

   stil nou maar: sussend Wees nou stil (VL)
c 13

Geert  Ben je van plan te gaan verwijten? 'k Heb genoeg an me kop gehad. En anders...

   te gaan verwijten: te verwijte (VL)
c 14

Kniertje  Anders...

  
c 15

Geert  ... Pak 'k me boeltje!...

  
c 16

Kniertje  Da's z'n thuiskomst.

  
c 17

Geert  Wou je da'k op 't zondaarsbankie ging zitten? Dànk jou.

  
c 18

Kniertje angstig - op schreien af. Al die tijd het 't dorp 'r schande van gesproke... Je kon geen boodschap doen of...

  
c 19

Geert nors. Wie wat van me te zegge heeft - mot 't doen, waar ik bij ben. 'k Ben geen dief en geen inbreker.

   heeft: het (VL)
c 20

Kniertje  Née - maar je hebt je hand opgeheven tegen je meerdere.

  
c 21

Geert woest. 'k Had 'm z'n strot motten dichtknijpen.

  
c 22

Kniertje  Jongen, jongen - je maakt ons allemaal ongelukkig begint te snikken.

  
c 23

Geert plomp stappend. Nummer twee... As 'n beest behandeld en hier gebliksem op de koop toe grijpt z'n pakje. 'k Ben in geen bui om - om jou bij de deur - aarzelt - smijt 't pakje neer. Nou zachter. Huil niet moeder. 'k Zou zelf wel... Verdomd!

   Nummer: Nommer; 'n beest: 'n béést; 'k Zou zelf wel: 'k Zou zelf (VL)
c 24

Jo  Toe - tantetjelief...

  
c 25

Kniertje  Je vader leit ergens in de zee - nooit zou-ie je meer angekeken hebben - nooit... En die het ook wat te verduren gehad.

   boven angekeken staat: oog (sb); ergens: erges (VdB)
c 26

Geert  'k Ben blij da'k anders ben - niet zo onderworpen. 'n Hele eer om je te láten trappen. Ik heb geen vissenbloed... Nou dan? Hoùen we regen?

  
c 27

Kniertje hem omhelzend. As je maar tot inkeer komt... 

  
c 28

Geert  Tot inkeer - Morgen zou 'k 'n weer de tanden uit z'n bek slaan.

   Geert opstuivend (VL); tot inkeer: ingev. sb
c 29

Kniertje  Wat is 'r dan voorgevallen?

  
c 30

Jo  Hè ja - vertel ons is alles - ga nou is rustig zitten.

  
c 31

Geert  'k Heb lang genoeg gezéten... La-me maar lopen de pijp weer opstekend. Bah!

   sb ingev. als ik loop, geschr. dan hou ik er de gang in (wel in VL).
c 32

Jo  Rook dan niet, ezel!

  
c 33

Geert  Nou wil 'k! - Zonder jóu zou 't niet gebeurd zijn...

  
c 34

Jo  Nee - diè is goed.

   Jo lachend (VL)
c 35

Geert  Goed... 'k Had je toch voor 'm gewaarschouwd...

   Goed... goed... 'k Had je voor 'm (VL)
c 36

Jo  Voor wie? Wat klets je nou?

   Klets: kles (VL)
c 37

Geert  Voor die ploert... Weet je nog dat je met 'm gedanst heb in de herberg van de rooie?

   dat je: da-je (VL)
c 38

Jo  Gedanst?... Ik?...

  
c 39

Geert  ...De avond vóor we uitzeilden.

  
c 40

Jo  Met die schele kwartiermeester? - As 'k 'r 'n woord van begrijp... En je wou 't zelf...

   sb geschr.: Heb je met diè... (wel in VL)
c 41

Geert  Kan je nee zeggen, as 'n supérieur - An boord had-ie smoesjes, hoorde 'k 'm de schipper vertelle dat-ie...

   supérieur: "supérieur", smoesjes: smoesies (VL)
c 42

Jo  Nou wat!

   Jo driftig Wat! (VL)
c 43

Geert  Dat-ie. - Dondert niet... Hij sprak van je asof je de eerste de beste matrozenhoer was.

   was: ontbr. VL
c 44

Jo  Ik! Zo'n gemene vent.

   vent: ontbr. VL
c 45

Geert  Toen die in de kuil kwam na de hondenwacht heb 'k 'm met 'n korvijnagel op z'n smoel getimmerd - vijf minuten later zat 'k in de boeien - zes dagen d'r in gebleven - de provoost9 was vòl - toen veertien dagen provoost - zes maanden cel - met verbod om in de eerste tien jaar bij de kòninklijke Marine te dienen. Dat verbod is goddome nog 't ergste... je zou je twee handen laten kappen om 'r weer bij te komen, wéer genegerd te worden, weer uitgevloekt als 'n schooier, wéer geregeerd als 'n slaaf...

   geschr. sb: dat z'n schele oogen in d'r kassen hingen te schommelen; "krom in de boeien" gewijz. op verzoek HH, zie souffleursboek; de provoost was vol: ingev. spottend; goddomme nog 't ergst: nog ontbr. VL; met verbod: en verbod; bij de: bij jè kòninklijke Marine (VL)
c 46

Kniertje  Geert, Geert... Zeg niet zulke dingen. 'r Staat geschreven...

   Zeg niet zulke dingen: zeg toch niet zulke woorde (VL)
c 47

Geert grimmig. Geschreven? Stònd 'r maar wat geschreven voor òns.

  
c 48

Kniertje  Schaam je...

  
c 49

Jo  Heeft-ie dan geen gelijk?

   Heeft-ie: Het-ie (VL)
c 50

Kniertje  As-ie fatsoenlijk was gegaan naar de commandant...

   fatsoenlijk: fasoenlijk; naar de: na de (VL)
c 51

Geert  Je had matroos motte worden moeder! Fatsoenlijk? Ze waren blij dat ze me knippen en sjezen konden! Toen 'k in de provoost zat, vonden ze krànten in me bullen, die ik niet lezen mocht - en boekies, die 'k niet lezen mocht - dat dee de deur dicht... Anders hadden ze me derde klasse gemaakt...

   Lachen geschr. sb (2x); boekies: brochures (VL)
c 52

Kniertje  Kranten, die je niet lezen mocht?... En waarom las je ze dan?...

   lezen, waarom: accenten geschr. sb
c 53

Geert  Waarom? Goeie sul!... als 'k jouw onderworpen gezicht zie - kan ik waarachtig niet zeggen wáarom. Waarom deserteren ze - waarom heeft nog geen twee weken vóor dat met mijn gebeurde, Piet de stoker twee van z'n vingers afgekapt? Enkel om de lol! Moedwil! 'k Kan 't jullie niet kwalijk nemen - jullie wist niet beter en ik von 't pakkie mooi - maar nou 'k hersens in me kop heb, zou 'k elkeen wel willen waarschuwen - 'n kind, 'n kwajongen, die zich voor veertien jaar verbindt om te moorden...

   Goeie sul: goeie ouwe sul! ach - (RB); kan ik waarachtig niet zeggen: zie ik geen kans om (RB), snap 'k geen kans (VL, VdB); afgekapt: afgesnejen (VL)
c 54

Kniertje  Om te moorden? Jongen, zeg toch niet zulke vreselijke dingen - je ben nog wat opgewonden...

   Om te moorden: geschr. RB, wel in VL
c 55

Geert  Opgewonden? Nee... helemaal niet - eerder kapot. In Atjeh heb 'k meegevochten - 'n arme verdommeling met m'n bajonet in z'n donder gestoken dat z'n bloed in me ogen spoot. Daarvoor kreeg 'k de Atjeh-medaille. Die kan je nog vinden in me pakkie. Geef is op! Jo raapt het pakje op. Barend komt binnen, kijkt toe. Waar zit dat ding? smijt het uit het raam Vort! 't Heeft lang genoeg op me borst geklungeld!

   m'n bajonet: 'n bajonet; rukt de medaille van z'n matrozenjekker, smijt haar uit het raam; 't heeft: 't heit (VL)
c 56

Kniertje  Geert! Geert! Wie heeft je zo gemaakt! 'k Herken je niet meer...

   heeft: het; niet meer: niemeer (VL)
c 57

Geert  Wie? Wie hebben 'n stomme kwajongen, die geen tien kon tellen voor véértien jaar geronseld? Wie hebben 'm gedrild en gefokt voor 'n hòndenleven? Wie hebben 'm in de boeien geslagen toen-ie voor z'n mèid optrad? De boeien - je had eens motten kommen kijken - hoe 'k 'r in zat te kreunen as 'n béést - met 'n ander beest in me buurt die ook met ijzers an z'n poten liep, omdat-ie 'n brutaal woord had gezegd tegen de officier-van-de-wacht. Zes dagen met die verdomde kettingen an je klauwen - en geen kracht om ze te breken - zes dagen minder dan 'n dier - enkel vrij om gelucht te worden en te lopen naar 't galjoen!10...

   je had eens motten kommen kijken: bijschr. sb onleesbaar; zat te kreunen: liep te kreune; gezegd tegen: gezeid an; klauwen: pote (VL)
c 58

Jo  Praat 'r nou niet verder over... Je ben nog zo moe...

  
c 59

Geert  ...Toen de provoost!... Dat stinkende, donkere hok waar je varkenskot 'n paleis bij is - 'n hok zonder raam, zonder licht, 'n hok, waar je niet staan kan, niet leggen kan - 'h hok waar ze je water en brood toesmijten. Hier hond - vréét! D'r was storm in die dagen - twee sloepen werden stukgeslagen - je dacht dat je naar de kelder ging - dat je geen kip meer zou terugzien - jou niet en jou niet en jou niet - naar de kelder in zo'n stinkend donker hol - zonder anspraak - zonder de poot van 'n kameraad... Nee laat me uitpraten. 't Lucht me. 't Zit me tot hier. Uit de provoost kwam 'k voor de krijgsraad. Daar heb je wat in te brengen! Smoel houen. Opzitten. Antwoord geven. Je bek weer houen. Gouwe epauletten die oordelen motten over 't tuig, dat God op de wereld geschòpt heeft om te dienen, te salueren, te...

   D'r was storm: 'n storm; naar de kelder: na de verdommenis (2x, VL); na 't Lucht me: Eén druppie nog drinkt vlug (RB, VL); 't Zit me tot hier: niet in VL
c 60

Kniertje  ...Jongen - jongen...

  
c 61

Geert  Zes maanden.....zes maanden om me te beteren, te beteren bij vreten dat je niet slikken kon - roggemik, gortsoep, rats... drie maanden zakkies geplakt en as 'k kans zag van honger de zure, rotte stijfsel gevreten - drie maanden erwten gezocht - èn - nou zal je me niet geloven - 'k zal nooit geen zee meer zien as 'k 'n woord lieg - 's avonds, boven 't gaslicht, kookte 'k in me vuilwateremmer de erwten die 'k gappen kon. Dan werd 't hengsel heet, kon je 't niet meer vasthouen, vrat je ze - half-gaar - had je 'n vòlle maag... Dat om je te beteren, bij ons, om je te beteren as je 'n schoft geranseld heb die je meid - 'n hoer noemde en as je kranten leest, die je niet lezen màg..

   gortsoep: gort, erretesoep; nooit geen zee: geen zee (VL); as je 'n schoft: as je in drift 'n schoft (RB, VL)
c 62

Kniertje  Dat vind ik nou wèl onrechtvaardig...

   in sb div. varianten, VL: angstig Da's wèl onrechtvaardig...
c 63

Geert  Onrechtvaardig? Hoe dùrf je 't zeggen! Vers van de zee - in 'n cel - geen wind en geen water en geen lucht - 'n raampje met tralies in de hóogte zo groot as 'n patrijspoort - en de stank van je eigen vuil in de emmer - dan die nachten - de verdomde nachten as je niet slapen kon - de nachten dat je opsprong en stapte as 'n krankzinnige heen en weer - heen en weer - afgepast drie stappen - de nachten dat je maar zat te bidden om niet, niet - dol te worden - en alles vervloekte, alles, àlles!... laat het hoofd in de handen zakken.

   raampje, dat je: raampie, da-je; div. extra accenten (VL); drie stappen: oorspr. vier (ook gewijz. in RB); zat: lag? (sb)
c 64

Jo na een lange stilte op hem toegaand, slaat de handen om hem heen. Kniertje huilt, Barend staat suf. ...Geert!... 

  
c 65

Geert  Nou! laten we niet... uh... uh... Geef is een vlammetje rookt. Nou, moeder gaat op 't raam toe, haalt het raamgordijn op... De haan zit waarachtig op 't dak!... Wil je gelove dat 'k zo dadelijk wel zou kunne uitzeile... Twee dage zee, zée, zée, en 'k ben weer de ouwe, wat?... waarom loopt Truus zo te huilen?... Truus!

   uh...uh...Geef is een vlammetje: gromt, z'n tranen bedwingend. Vlammetje! (VL); gaat op 't raam toe: scharrelt op 't raam toe - tot Barend: Leg je lekkers maar neer (VL); waarachtig: goddome, kunne: kenne; wel geschr. (VL); zo te huilen: zo ingev. sb
c 66

Kniertje  Ssst!... Niet anroepe! De Anna is net binnengelopen zònder d'r man... enige zachtpratende bedrukte vrouwen gaan het raam voorbij... Stakker... Zes kinderen...

  
c 67

Geert  ...Is Ari?... zij knikt ...Da's verdomd... laat somber-denkend 't raamgordijn zakken.

   somber-denkend: geschr. VL
  
EINDE VAN HET EERSTE BEDRIJF.
  
 

Verklarende noten

1. da's me ook een bik: daar is niets aan.
2. slachten: gelijken op, aarden naar.
3.verreljaar: kwartaal.
4. teelt van vier reizen: behalve de haring- of kabeljauwvangst (met loggers meestal "te zoute" of zoutreis waarbij de vis aan boord werd geconserveerd i.t.t. vangst "te verse") werd er gevaren om op aas te vissen (geepreis). De kabeljauwvaart begon in december als de haringvangst was afgelopen.
5. jongste (ook: speeljongen), reepschieter, afhouer, oudste: van onder af de rangen onder matroos. Driekwart: de bemanning kreeg gezamenlijk 25% van de besomming (de bruto opbrengst), wat volgens een vaste sleutel werd verdeeld. De matrozen kregen elk één deel, de oudste driekwart daarvan. Gezien zijn ervaring kreeg Barend naar verhouding goed betaald.
6. Prikkenbijter: de jongste opvarende moest de koppen van de levende aasvis afbijten en kreeg voor de smaak een paar vijgen van de schipper.
7. simmetje: hengel; i.t.t. de grote visserij.
8.Nul ik houd 'n bokkie: uitdr. om geringschatting of waardeloosheid uit te drukken.
9.provoost: soldatengevangenis.
10.galjoen: uitbouwing aan de boeg, met het matrozen-toilet eronder. Over de behandeling van m.n. politieke gevangenen had Heijermans in zijn tijdschrift De Jonge Gids een enquête gehouden, waarin o.m. Domela Nieuwenhuis werd geïnterviewd.

Naar boven
 
colofon
Deze website is gestart op 3 december 2014, de 150ste geboorte­dag van Herman Heijermans Jr. en officieel gelanceerd op 24 september 2015.
De pagina's zijn handmatig gezet in Verdana 14 px. Alle wijzigingen voorbehouden. Deze website gebruikt geen cookies.
copyright en disclaimer
Voor de op deze website gepubliceerde teksten van Herman Heijermans geldt de licentie CC-BY-SA 4.0 (Naamsvermelding-Gelijk Delen). Alle andere materiaal, inclusief ontwerp, opzet en achtergronden, valt onder normaal auteursrecht. Mocht een rechthebbende aan onze aandacht zijn ontsnapt, dan verzoeken we deze zich te wenden tot de redactie. Voor eventuele schade, ontstaan door fouten in de inhoud, aanvaarden wij geen aansprakelijkheid.
contact
email: M.G. Vonder
post: W. Passtoorsstraat 12-1
1073 HX Amsterdam