HERMAN HEIJERMANS
toneelschrijver in zijn en onze tijd

Home | De uitgave | Opzet van het project | Toneelwerken | Achtergronden | Secundair | Interactief

Heijermans' toneelteksten online

Zoek op de site

Brief in schemer
Oogstmaandschets in één bedrijf

Nieuw! PDF downloaden
Toneellijst
Versiegeschiedenis
Permalink UBA
Zoeken KB

 

 

Personen

De blinde
De ziende

Zomeravond. De blinde zit bij de tafel. De ziende schrijft1).

 

Blinde   Heb je het?

Ziende   Niet zo haastig! Schrijven is niks, maar het zo te doen dat ze niet hoeven te raaien wat er staat - dat is de kunst. Ik heb van m'n leven brieven gekregen dat ik m'n fok binnen en buiten most keren om er wijs uit te worden en ze nog zesmaal over most lezen om er achter te kommen.

Blinde   Ben je er?

Ziendeschrijvend  ...allemaal gezond zijn. Punt.

Blinde   Hoor ik daar niks?

Ziende   Nee.

Blinde   Ik heb iets gehoord.

Ziende   Ik ook. Mijn pen is in tweeën gesprongen. Gebeurt me meer als ik an de punt toe ben. Nee, moeder, er is niemand. Jouw oren willen meer zien dan een ander z'n ogen.

Blinde   Ik zie ook meer, al is het niet met m'n eigen ogen... Ben je zover? Lees dan eens op.

Ziende   Alweer?

Blinde   Nog een keer als je wil.

Ziende   Vooruit dan... Mijn beste zoon. Uitroepteken.2)

Blinde   Dat hoef je er niet bij te zeggen.

Ziende   Goed. Dan geen uitroepteken. Mijn beste zoon, ik heb de hele nacht en vandaag de hele dag aan je gedacht.

Blinde   Dat heb ik.

Ziende   Blinde mensen zijn op anderen aangewezen.

Blinde   Dat zijn ze.

Ziende verder lezend  En daarom, terwijl ik honderd brieven in mijn hoofd had, heb ik moeten wachten tot vanavond... Honderd brieven in je hoofd: zou je dat wel zeggen? Met één hebben we al zo'n moeite, wat?

Blinde   Ik had er wel duizend. Ik heb de hele dag in m'n gedachten zitten schrijven en schrijven, omdat ik geen woord met hem heb kunnen spreken, zoals anders. Zo'n lege stoel is een angstig ding.

Ziende   Ja, ja, 's avonds en 's nachts.

Blinde   Is er voor mij onderscheid? Waar ben je gebleven? "Mijn beste zoon! ik heb de hele nacht en vandaag de hele dag aan je gedacht. Blinde mensen zijn op anderen aangewezen en daarom, terwijl ik honderd brieven in mijn hoofd had, heb ik moeten wachten tot vanavond." En verder?

Ziende   Nou is buurman net in het dorp teruggekeerd, en is zo vriendelijk me te helpen. Daarvoor dank ik God, de Almachtige, omdat ik je anders niets van me zou kunnen laten horen.

Blinde   Dat is zo. Dank je wel.

Ziende   Ho, ho! Voorzichtig! Het is nog allemaal nat! Kijk nou es an! Jouw vingers vol inkt, en mijn mooiste hoofdletters naar de weerlicht!

Blinde   Wat doet het er toe? Of er hoofdletters zijn of geen hoofdletters, als hij het maar lezen kan.

Ziende   Dat gebeurt me geen tweede keer. Eerst drogen. Een brief zonder hoofdletters is een koe zonder kop en zonder staart. Dan weet je niet of je voor of achteraan moet beginnen...

Blinde   Pas op. Ik ruik het papier.3)

Ziende   Nee, nee, da's de inkt, die overkookt - inkt en melk is hetzelfde. Al drink ik liever het laatste.

Blinde   Je was gebleven bij: "omdat ik anders niets van me had kunnen laten horen."

Ziende   De kleine meid heeft vanaf dat ze is opgestaan gezongen en gespeeld, of er geen zorgen in de wereld zijn, en je vrouw houdt nog wel het bed, maar is weer zover beter, dat ze je morgen of overmorgen zelf zal schrijven. Nou, nou, dat zit nog, hè?

Blinde   Ja, ja, dat zit nog. Maar je hoeft toch niet alles te zeggen, en ik schrijf toch niet, om hem z'n hart zwaarder te maken. Nou komt er haast niet veel meer, wel?

Ziende   Nee, we zijn er haast. De hoofdzaak is, dat we allemaal gezond zijn. Punt. En in die punt is me pen in tweeën gebroken. Zijn er nog pennen?

Blinde   Dat weet ik niet.

Ziende   Een pot zonder bodem, een schoen zonder zool, een pijp zonder tabak, een geweer zonder kogel, een pen zonder punten...

Blinde   En ogen zonder licht... dat is allemaal onbruikbaar.

Ziende   Ik kan uit m'n duim zuigen, maar niet met m'n duim schrijven.4)

Blinde   Dat is jammer. Erg jammer. Ik had hem zo'n boel te zeggen. Heb je onder het flesje gekeken?

Ziende   Niemendal.

Blinde   In mijn tijd, toen er nog geen treinen liepen, snee vader zelf ganzepennen. Dat is jammer. Vraag aan m'n dochter of er nog zijn, maar zachies de trap op voor de kleine meid.

Ziende   Zachies, het is hier stikdonker.

Blinde   Zes trejen recht voor je uit. De leuning zit links. Dan krijg je een bocht van enkel twee stappen, dan vijf trejen weer recht voor je uit. Dan komt de mat. Dan de deurknop. Zal ik liever gaan? Zes stappen, twee stappen, vijf stappen.

Ziende   Da's dertien. Dat vind ik.

Blinde   Wat een stilte, wat een stilte. 't Is of er geen bomen en struiken meer zijn. Zo helemaal onbewegelijk hebben de blaren nog nooit gestaan. Vroeger, in deze tijd, als het schemerde, hoorde je de vogels nog en gingen er mensen over de weg. Niemand. Niemand. Lieve God, ik heb nooit geklaagd, ook niet toen ik hulpeloos werd, toen ik moest leren tellen van de stoel hier tot de deur daar, en aan de arm van m'n zoon voor de tweede maal in m'n leven leerde lopen... Ik heb van geen opstand geweten, toen je wou dat ik afscheid nam van de dingen, die ik vanaf m'n jeugd heb gekend, van het land met de beesten, van het groen en de wolken, van de zon en de maan en de sterren... In m'n eentje heb ik 's nachts wel liggen huilen, en telkens droomde ik, dat ik weer wakker zou worden met een ander teken van de dag dan het gekraai van de haan. Maar als ik dan m'n handen om m'n bijbel lei, zoals ik het nou doe, en me de woorden herinnerde, die ik als kind had gelezen, dacht ik - je heb het zo dikwijls van me in het donker gehoord: het is alles goed, het moet alles zo zijn - we hebben niet te vragen en niet te doorgronden, niet nutteloos te snikken en te verwensen. Hier was ik, hier was m'n zoon. Er kwam een vrouw bij en een kind, en ik heb me, enkel door het geluid van de stemmen weer zo gelukkig gevoeld of het nooit anders geweest was. En nou, nou...

Ziende   Zes en twee en vijf, het klopte als een bus.

Blinde   Was er nog een?

Ziende   Boven, nee.

Blinde   Ach, ach.

Ziende   Maar hier in de la van de tafel is er misschien - waar is de la?

Blinde   Nee daar niet, hier.

Ziende zoekend  Een klos garen, een schaar, nog een klos, een pijp...

Blinde   Heeft-ie z'n pijp vergeten?

Ziende   Een brief, spelden en - haha! een nieuwe pen!

Blinde   Goddank. Wat doe je?

Ziende   Ik lik. Een pen wordt eerst pen, als je hem likt, zoals een poes haar jongen in het nest. Anders krijg je er geen letter uit. Ziezo. De hoofdzaak is, dat we allemaal gezond zijn. Punt.

Blinde   Gisteravond bracht de bode ons je eerste briefkaart na je vertrek. Nou weten we tenminste waar je ligt en dat je goed ben angekommen.

Ziende   Hoho!

Blinde angstig  Is-ie alweer stuk?

Ziende   Nee, maar je jaagt zo! Een nieuwe pen moet er an wennen. Nog eens indopen. En dat je goed ben angekommen. Ik ben er. Nou? Nou?

Blinde   Ik vraag waarvoor het dient, en waarom God z'n stem niet laat horen?

Ziende   Mot dat er in?

Blinde   Nee. Dat zeg ik voor mezelf. Mensen die mensen doodschieten, mensen die Gods evenbeeld zijn, mensen zoals jij en ik, meester, nee, als jij - ik tel niet meer mee - hoe kan het, hoe mag het? Je dacht dat het uit de wereld was, dat je kinderen nog voor de dienst worden opgeroepen uit gewoonte... ja, dat dacht je. Dat dacht ik, ik... En nou zo ineens een onweer, dat alles in lichte laaie zet. Ik zou m'n ogen willen openscheuren, ik zou er m'n nagels in willen slaan, ik zou nog even, al was het het uur van m'n dood - al bekocht ik het met m'n laatste adem, de dingen om me heen willen zien, om te weten, een ogenblik te weten, wat er gebeurd en veranderd is! Ben ik dan al zo lang blind? Ik heb de dagen, de weken, de maanden, de jaren niet geteld. De mensen zijn toch niet anders geworden. Ze spreken met dezelfde stemmen, lachen zoals altijd, lopen zoals ze het gister en eergister deden. Wat is er dan? Jij heb je ogen - wat is er dan? Ben je er niet meer?

Ziende   Wie kan er een antwoord op geven? Jij niet en ik niet. Er zijn altijd stormen en branden en aardbevingen en oorlogen geweest. En zolang er bij ons nog geen dooien vallen, zou ik er niet te zwaar over tobben. Nou, ik wacht en de nieuwe pen wacht. "Nou weten we tenminste waar je ligt en dat je goed ben angekommen".

Blinde   "Over ons hoef je je niet ongerust te maken. Broodgebrek is er niet zolang je broer ons steunt en die is goddank vrij door z'n manke been". Heb je dat?

Ziende   "Vrij door z'n manke been". Punt. Even wachten. Het velletje is vol.

Blinde   Je zou er als moeder naar snakken mismaakte zoons te krijgen.

Ziende   Schaam je, moeder.

Blinde   Een mismaakte hou je, een gezonde raak je kwijt.

Ziende   Schaam je, schaam je. Je zit met de bijbel in je handen, en zegt dingen die je niet kan verantwoorden.

Blinde   Dat kan wel, meester. Ik zeg dingen, die niet goed zijn, en ik denk dingen, die ik niet eens durf te zeggen. Had me de krant met al de gruwelen dan ook niet voorgelezen. Ik wist er niks van, en wou er niks van weten.

Ziende   En je soebatte en smeekte!

Blinde   Ja, ja, ik heb ongelijk, maar ik drijf op m'n zenuwen. Soms tril ik of er iets langs me heen gaat.

Ziende   Zolang de ellende in het buitenland blijft...

Blinde   Zijn daar de mensen anders dan wij? Ik heb niet zoveel geleerd als jij, meester - jij heb het halve dorp leren lezen, schrijven en rekenen - en ik zit achter tralies, die ik niet te pakken kan krijgen hoe ik m'n handen ook uitstrek, jij ben geleerder dan ik, maar in het donker, waarin je geen vijanden en geen vrienden ziet, het donker zonder einde en begin, voel je je zo één met God, dat je haast naast dominee zou durven gaan staan, om de mensen te vertellen wat mag en wat niet mag, wat een zonde aan de eeuwigheid is en wat zo slecht, zo vreselijk slecht is, dat je hart er zeer bij doet, als je er aan denkt.

Ziende   Nou wil ik je niet jachten, moeder, maar ik moet nog drie en veertig schriften van de jongens en meisjes door m'n handen laten gaan.

Blinde mat  Heb je dat van m'n andere zoon?

Ziende lezend  "Broodgebrek is er niet zolang je broer ons steunt en die is goddank vrij door z'n manke been".

Blinde   Ik heb altijd meer gehouen van m'n grote sterke zoon. En de ander... Schrijf hem dat we z'n pijp hebben gevonden in de la van de tafel.

Ziende   Dat is geen overgang. Je kan moeilijk van het manke been op de pijp springen. Een brief moet niet alleen duidelijk en zichtbaar geschreven zijn, met hoofdletters en leestekens, je hoort hem zo te stellen, dat degeen die hem leest er met z'n gedachten bij kan blijven. Van de pijp maken we een postscriptum.

Blinde   Een wat?

Ziende   Een Pee Es.

Blinde   Goed, een Pee Es. Zal ik hem verder over het kind schrijven?

Ziende   Als je het maar dicteert.

Blinde dicteert  Je dochter is het zonnetje in huis en in het dorp...

Ziende   En in het dorp.

Blinde   Ook voor mij.

Ziende   Komma, ook voor mij.

Blinde   Ze heeft vanmiddag iets gezeid, dat ik je moet overbrieven.

Ziende   Niet zo gauw... "dat ik je moet overbrieven." Dat is geen pen, dat is een priem. Ik snij er het papier mee stuk... "overbrieven", ik ben er.

Blinde   Ze had van de kinderen van het dorp...

Ziende   Van het dorp...

Blinde   Zoveel over de oorlog gehoord...

Ziende   Gehoord...

Blinde   Dat ze huilend thuis kwam en zei...

Ziende   En zei...

Blinde   Als iemand vader wil doodschieten...

Ziende   Ja!

Blinde   Dan moet-ie zeggen: als je het nog eens doet, dan word ik heus boos.

Ziende   Dan word ik boos. Punt. Nee, uitroepteken. Verder. Of ben je klaar?

Blinde   Ik zit te verzinnen. Meester...

Ziende   Ja?

Blinde   Je heb me straks voorgelezen, dat ze mekaar niet eens zien als ze schieten.

Ziende   Nee, dat doen ze niet. Het zijn afstanden van hier tot an het naaste dorp. Eer ze mekanders gezicht weten, leggen ze al dood.

Blinde   Dus al is mijn zoon nog zo sterk?

Ziende   Je zoon komt er niet an te pas. Ze vechten in het buitenland. En wij staan an de grenzen.

Blinde   Dus de kogels doen het en de kanonnen.

Ziende   Die doen het, ja.

Blinde   Vreselijk. Een spin ziet een mug en een kat ziet een muis en de mensen zien niks.

Ziende   Niks.

Blinde   Zien niks. Zien niks. Net als ik. Vreemd, hè? Vreemd...

Ziende   Slaap je?

Blinde   Nee, ik hield m'n ogen even toe. Ik ben moe.

Ziende   Zal ik dan nog zetten: je liefhebbende?

Blinde   Nee, zeg: "Nou eindig ik, lieve zoon. God zegen je en zegen je nog eens."

Ziende   En zegen je nog eens...

Blinde   God zegen je.

Ziende   Driemaal of tweemaal?

Blinde   Duizendmaal.

Ziende   "Duizendmaal". Nou nog het post-scriptum: je heb je pijp vergeten. Die ligt hier in de la, en vele groeten van degeen, die deze brief heeft geschreven.

Blinde   God zegen je, God zegen je. God zegen ons... Dat hebben ze daar en daar en daar en overal gewenst, toen ze met het vechten begonnen. Is het niet?

Ziende   Natuurlijk. Er waren bidstonden over de hele wereld.

Blinde   Hoe durven ze.

Ziende   Wat zeg je?

Blinde   Hoe durven ze! Ik durf m'n handen haast niet vouwen voor mijn zoon alleen. Bidden om te gaan vechten - meester, ik kan er niet bij. Als je aan een oorlog denkt, hollen je gedachten weg van God en als je aan God denkt heb je enkel vrede in je.

Ziende   Nou nog je handtekening, moeder. Hier is de pen. Nee, niet zo laag, anders schrijf je over de pijp heen. Zo, ja zo. Langzaam an. Keurig. Nou nog de enveloppe en het adres... tweede compagnie, derde bataljon. En de postzegel. En het adres van de afzender. In orde. En nou laat ik je alleen.

Blinde   Ik dank je wel. Wel thuis. Hou hem niet in je zak.

Ziende   Hij komt m'n hand niet uit. Dag moeder.

Blinde   Dag meester. Meester!

Ziende   Ja.

Blinde   Doe de lamp uit.

Ziende   Uit? Blijf je liever in het donker?

Blinde glimlachend  Ja. Liever.

Ziende   Daar dan. Slaap lekker.

Blinde   Dank je. Nou slaat-ie het hek achter zich dicht. Nou stapt-ie voorbij de koestal. Nou voorbij de lantaarn. Nou gaat-ie de hoek om. Wat een stilte! Nog nooit heb ik de stilte zo gehoord. Ik word bang van m'n eigen adem. Here God, nou is het tussen ons twee. Jij ziet mij, en ik zie jou. Zo als ik hier zit, zitten er nou duizend en nog eens duizend moeders. Waarom? Voor wat? Waarom, voor wat, lieve Heer?

 

Tekstverantwoording

Geschreven in augustus 1914 te Amsterdam, kort na het uitbreken van de Eerst Wereldoorlog. Voor het eerst gespeeld door de N.V. Tooneelvereeniging in het kader van een programma "Het Tooneel van den Dag" in het Grand Théâtre te Amsterdam op 16 augustus 1914. Gepubliceerd in: "Drie eenakters door Herman Heijermans" bij de Mij. voor Goede en Goedkoope Lectuur te Amsterdam, 1921, samen met "Brief in schemer" en "Een heerenhuis te koop". Herdrukt in "Toneelwerken III", Amsterdam: Van Oorschot 1965, p. 1783-1794.
Tekst herzien naar hedendaagse dramaturgische inzichten en met verklarende noten door drs. M.G. Vonder.

 

Noten

1. Blinde personages komen ook voor in Kwelling en Het antwoord. Heijermans' fascinatie voor hulpbehoevenden is vergelijkbaar met die voor kinderen.
2. Nederland mobiliseerde op 31 juli zijn grens- en kustbewaking, uit vrees voor een Duitse oorlogsverklaring. Duitsland viel op 4 augustus wel België binnen in zijn beweging tegen Frankrijk, maar Nederland bleef neutraal. De mobilisatie bleef gelden tot na de wapenstilstand op 11 november 1918.
3. In het oorspronkelijk droogt de meester de brief boven de gaslamp.
4. Weggelaten is hier: "De pijp aan de lamp opstekend. Die brandt tenminste weer..."


HH site
Web

150 JAAR
Herman Heijermans

Jubileumactie

Doneren aan het project

 
colofon
Deze website is gestart op 3 december 2014, de 150ste geboorte­dag van Herman Heijermans Jr. en officieel gelanceerd op 24 september 2015.
De pagina's zijn handmatig gezet in Verdana 14 px. Alle wijzigingen voorbehouden. Deze website gebruikt geen cookies.
copyright en disclaimer
Voor de op deze website gepubliceerde teksten van Herman Heijermans geldt de licentie CC-BY-SA 4.0 (Naamsvermelding-Gelijk Delen). Alle andere materiaal, inclusief ontwerp, opzet en achtergronden, valt onder normaal auteursrecht. Mocht een rechthebbende aan onze aandacht zijn ontsnapt, dan verzoeken we deze zich te wenden tot de redactie. Voor eventuele schade, ontstaan door fouten in de inhoud, aanvaarden wij geen aansprakelijkheid.
contact
email: M.G. Vonder
post: W. Passtoorsstraat 12-1
1073 HX Amsterdam