HERMAN HEIJERMANS
toneelschrijver in zijn en onze tijd

Tekstversie
Home | De uitgave | Opzet van het project | Toneelwerken | Achtergronden | Secundair | Interactief

Navigatie

Herman Heijermans: Korte biografische schets

Zoek op de site
De website
Teksten online
Achtergronden
Secundair
Toelichting
Oeuvrelijst toneel
Versiegeschiedenis
Voornaamste bronnen
Biografische notitie
© 2015 M.G. Vonder,
contact

 

 

Hieronder eerst een korte biografische schets van Heijermans, met ernaast een kalender van belangrijkste gebeurtenissen. Overgenomen uit: E. de Jong, Met waarachtige zorg. De toneelschrijver Herman Heijermans. Leiden: Sijthoff, 1971 (serie Literaire verkenningen).
Daarna een artikel over Heijermans als toneelschrijver in zijn eigen tijd èn in de onze.

 

Herman Heijermans als toneelschrijver

Heijermans in maart 1911 vanuit Berlijn, opdracht aan zijn vriend Frans Mijnssen Bron: Wikimedia Commons (fotograaf onbekend)

 

1. De aanvangsjaren

Als toneelschrijver is Heijermans (jr., zoals hij zichzelf meestal noemt, en geboren in 1864) een laatbloeier te noemen. Zijn ouders zagen hem, de oudste zoon van het talrijke gezin (hij had nog drie zusters boven zich), liever in de handel. Daarbij was zijn vader, een invloedrijk journalist verbonden aan het Zondagsblad, er sterk tegen gekant dat Herman zich eveneens in de journalistiek zou begeven. Na zijn HBS werd Herman dan ook employé bij de Wissel- en Effectenbank. Van het een kwam het ander, zo lijkt het, en eind jaren tachtig begon hij een eigen zaak, in lompen en oude metalen, ietwat eerbiedwaardiger dan je in het begin van de 21ste eeuw zou denken. Erg lang hield hij dat niet vol; eind 1890 kon een faillissement - in die tijd schoot een gefailleerde koopman zich het liefst maar dood - ternauwernood worden voorkomen met hulp van de hele familie, en ten koste van een schuld die hij zijn hele leven lang zou moeten aflossen. Er restte hem weinig anders dan scribent te worden bij het blad van zijn vader, Herman senior.
Een stap dichter bij zijn latere roeping kwam hij, toen hij vanaf 1 januari 1893 toneelrecensent werd van het juist opgerichte dagblad De Telegraaf. Goedkoop vermeldt in zijn biografie Geluk dat hij dat ook al had gedaan in het blad van zijn vader, dus vanaf even vóór zijn 27ste. Dat hij zich als recensent niet als een groentje gedroeg, bleek bij het florerende nieuwe dagblad al snel. Collega's betitelden hem als "een indringerig Joodje", en na een goed jaar meldde hij zijn lezerskring dat hij niet langer schrijven zou voor "het" publiek en dat hij het toneelbedrijf beschouwde als een grafceremonieel, een knekelhuis.

Meer dan dat, tegen die tijd had hij zijn toneeldebuut als schrijver al achter de rug. Op 25 april 1893 was zijn avondvullende drama Dora Kremer in première gegaan, bij de Vereenigde Rotterdamsche Tooneelisten van de destijds vooraanstaande directeuren Haspels en Le Gras. Het werd een afgang, "een val" zoals dat destijds heette, maar of dat louter aan de kwaliteit van het drama lag, blijft schimmig. Tijdens de première had na het derde bedrijf een schel gefluit door de zaal geklonken, waarvan sommigen meenden dat het van een collega-criticus afkomstig was. Het effect was in elk geval dodelijk.
Maar spoedig daarop gebeurde er iets, dat typerend zou blijken voor de carrière van deze eigenzinnige figuur. Heijermans kreeg de kans om revanche te nemen, en zelfs bijzonder snel. Al op 18 mei ging in Amsterdam een kort stuk in première bij het progressieve gezelschap van Kreukniet en Poolman, geschreven door de Rus Ivan Jelakowitch en naar het Nederlands bewerkt door een zekere W.v.D. Ahasverus, een stuk met als onderwerp de in die jaren actuele pogroms tegen Russische joden, werd een doorslaand succes. En toen weer enige weken later, uitlekte dat Heijermans achter de mystificatie zat, liet die niet na om zijn vijanden in het krantenwezen zijn glorie onder de neus te wrijven.
Na deze Pyrrhus-overwinning (er werd van Ahasverus zelfs een Franse uitvoering gegeven door het Théâtre Libre van André Antoine, maar dat alles maakte Heijermans er niet populairder op) bleef het van de kant van de toneelschrijver Heijermans bijzonder stil. Misschien omdat hij zich midden jaren negentig tot het symbolisme had gewend waarbij verhalend werk beter paste, want enkele prozawerken verschenen er wel (Fleo, Trinette en Diamantstad). In die periode zocht hij ook het gezelschap van kunstenaars als Jan Toorop, Derkinderen, Alphons Diepenbrock en Berlage, die zich als groep de mannen van Negentig gingen noemen.
Ook dat bleek echter een bevlieging, al zijn er in sommige latere werken wel sporen van terug te vinden. Een nieuwe wending in zijn geestelijke ontwikkeling bleek van langere duur: zijn bekering tot het socialisme. Inderdaad, van een "bekering" mag wel worden gesproken, want vooral de talloze bijdragen in het door hemzelf opgerichte blad De Jonge Gids vertonen een geestdrift en overtuigingskracht voor het nieuwe ideaal, die tot in de partijcongressen van de SDAP doordrongen. Dat hij daarbij ook in het vaarwater kwam van kopstukken als Herman Gorter en Henriëtte Roland Holst, die even daarvoor het blad De Nieuwe Tijd hadden opgericht, deerde de eerzuchtige Heijermans minder.

 

2. De jaren van het succes

Want het "indringerig Joodje", overigens als journalist inmiddels overgestapt naar het Algemeen Handelsblad, werd ineens een factor van belang in de toneelwereld. Nadat hij in april 1898 een gelegenheidsstuk had geschreven voor het partijcongres, werd hij gecontracteerd om een avondvullend drama te schrijven voor de Nederlandsche Tooneelvereeniging, op te voeren voor het eind van december en handelend in een joods milieu.
Het werd Ghetto. En 24 december, Kerstavond, werd voor heel veel Amsterdammers een dag om jaarlijks naar uit te zien.
Ghetto werd Het Zevende Gebod in 1899; in 1900 Op Hoop van Zegen, spel-van-de-zee. In 1901 het "romantisch soldatenspel" Het Pantser, in 1902 gevolgd door het "spel-van-het-land" Ora et Labora. Werd daags tevoren nog een eerder stuk opgevoerd (vooral De Hoop blééf repertoire houden), op 24 december was het de Nieuwe Heijermans. Waarom juist die dag? Er werd gezegd, maar helemaal opgehelderd is dat niet, dat Heijermans bijgelovig genoeg was om waarde aan te hechten aan die vaste datum, en ook wel, dat de mond-op-mond-reclamee haar werk had kunnen doen voor het stuk door de vereende criticasters kon worden neergesabeld. Hoe dat zij, in 1903 waren er twéé grote Heijermans-premières, Schakels dat naar het gezelschap van Louis Bouwmeester ging, en Bloeimaand voor de Nederlandsche Tooneelvereeniging in de vertrouwde Hollandsche Schouwburg. 1903 was al een heel rijk jaar, want het leverde nog drie eenakters op, Het Kind, Het Kamerschut en In de Jonge Jan (eind 2014 opnieuw verschenen als bundel, zie de pagina Contact). In 1904, weer op Kerstavond, en weer een langlopend succes, Allerzielen, geschreven als een soort tegenhanger van Ghetto dat in dat jaar in Berlijn ging, bij het Deutsches Theater van Otto Brahm. Herman Heijermans was een meneer geworden, in één adem te noemen met Gerhart Hauptmann, George Bernard Shaw, Anton Tsjechov, Henrik Ibsen...
En eindelijk had ook huiselijk, vredig geluk zijn intrede gedaan. Heijermans was (hoewel tegen zijn principes) in 1898 getrouwd met zijn geliefde, het revuezangeresje Marie Peers, en in 1902 was er een dochtertje geboren. Hij had een huis gekocht ver buiten de stad, Villa de Heraut in Scheveningen, en zijn vlammend vuur voor de linkse beweging was wel niet verdwenen, maar toch in rustiger vaarwater geraakt. Hij was de veertig gepasseerd, op de barricaden hoefde hij niet zo nodig meer... tenzij het er werkelijk om ging.

Albert Hahn tekent de dood na vier jaar oorlog: Vlug werk ik niet, maar mijn vrede zal een zeer volkomene zijn!
Het Militarisme: "Blijf op mij vertrouwen. Vlug werk ik niet,
maar mijn vrede zal een zeer volkomene zijn!"
Bron: Wikimedia Commons
 

 

3. De Berlijnse tijd, en daarna

Maar op Kerstavond 1905 was er geen Heijermans in de Hollandsche Schouwburg. Wel waren er fragmenten van een nieuw stuk verschenen, als schets in het Algemeen Handelsblad, onder de schuilnaam Falkland die hij van zijn vader had gepikt. En ook de verzamelbundels Schetsen bleven wel verschijnen, deel na deel, in totaal 18 of ruim 800 afleveringen. Maar in 1906, alleen de Falklandschets Feest, in delen op 15 en 22 december, en dan nog zonder slot... De Nederlandsche Tooneelvereeniging en hij waren in conflict geraakt. Waarover? Zakelijke belangen, misschien. Gesubsidieerd theater bestond niet - met uitzondering van de door de Koning persoonlijk gefinancierde Koninklijke Vereeniging Het Nederlandsch Tooneel dat de Stadsschouwburg bespeelde -, alle kosten en inkomsten moesten komen van de recettes. En Heijermans had geëist, dat zijn stukken werden doorgespeeld ook wanneer de directie dat niet meer verantwoord vond.
Hoe dat zij (de biografie van Goedkoop besteedt er ruime aandacht aan), van lieverlee bleek dat Heijermans en de N.T.V., met inbegrip van steracteurs Esther de Boer-van Rijk (Kniertje), Mari Ternooy Apèl, Mien van der Horst, Willem van der Veer en anderen, niet buiten elkaar konden. De N.T.V. was doorkneed in het realistische spel waarin de stukken van Heijermans het best tot hun recht kwamen; andere gezelschappen waren eenvoudig voor diens dramatische stijl ongeschikt. Willem Royaards hield er bijvoorbeeld een veel meer romantische, flamboyante stijl op na. Kennelijk waren dramaturg en groep op elkaar aangewezen; en zo kwam er in 1907 weer een Heijermans op het affiche. Maar niet op Kerstavond, en ook niet in regie van de schrijver, zoals de laatste jaren gebruikelijk was geworden. Heijermans zat in Berlijn, en Uitkomst ging in première op 2 november... en werd een "val". Het "Spel van droom en leven" in twee afdelingen bleek te veel gevraagd van een publiek, dat van zijn tot heldenstatus verheven auteur alleen leven verwachtte en geen droom.
Ondertussen had de emigratie van Heijermans en zijn gezin veel weg van een vlucht. Geld voor de overtocht moest worden geleend, en tegelijk had Heijermans niet ten onrechte het gevoel dat hij van alle kanten werd geplunderd. Nederland had, in tegenstelling tot de buurlanden, het verdrag dat de rechten van auteurs in het buitenland regelde (de Berner Conventie) niet ondertekend, en allerongelukkigst trof dat juist het beroemdste literaire exportprodukt, HH, diep in de beurs. Met name in Duitsland, waar zijn stukken het beter deden dan in Engeland of Frankrijk, verscheen de ene roofdruk na de andere; zo zelfs dat wanneer een goedwillende uitgever een werk van hem in geautoriseerde vertaling op de markt bracht voor 2 mark, het in de etalage kwam te liggen naast een gehackte versie voor 20 pfennig. Wanneer hij nu maar domicilie zocht in het buurland, was dat lek tenminste gedicht.
Helaas bleek het tij voor zijn werk heel langzaam aan het keren; een nieuwe Heijermans was geen geheid kassucces meer, noch in Nederland, noch in Duitsland. Vreemde Jacht (wel op Kerstavond), De Grote Vlucht waren nog net geen totale flops, De Opgaande Zon werd in de Duitse versie een deceptie. Toen Heijermans het over een andere boeg gooide met het "verbeeldingsspel in rythmisch proza" De Schoone Slaapster moest er de dogmatische uitleg aan te pas komen, dat het volk door de socialistische Uilenspiegel en door het geweld van de machthebber wordt gewekt. Hunningher schrijft in zijn studie herhaaldelijk dat het tij voor realistisch toneel aan het verlopen was, maar Heijermans' pogingen om het over een andere boeg te gooien bleken ook in de ogen van latere critici, mislukt (zie b.v. E. de Jong 1971, Flaxman 1954). Een stuk dat naar het oordeel van de schrijver zelf mislukt was, moest redding brengen: De Meid met Esther de Boer-van Rijk andermaal in een ijzersterke rol, haalde weer de 500 voorstellingen als in de beste jaren. De Kerstvoorstelling van 1910 was Beschuit met Muisjes, Glück Auf! het "Spel van de mijnen" dat een socialistische kraker had moeten worden liep vast op een constructiefout - en luttele maanden later ging de Nederlandsche Tooneelvereeniging failliet.
Hoe de klap van het verlies van zijn huisgezelschap aankwam is weer het terrein van de biograaf; feit is, dat Heijermans en gezin in allerijl naar Nederland terugkeerden. De problemen hadden in huiselijke kring hun uitwerking niet gemist; korte tijd later scheidden Herman en Marie, en weer kort daarna, terwijl de grote gezelschappen nog vochten om de "vrijgekomen" acteurs van de N.T.V., rees Heijermans als Phoenix uit de as als artistiek leider van zijn eigen gezelschap, de N.V. Tooneelvereeniging.
Tien jaar zou zijn periode als werkgever duren; tien hectische jaren waarin voor schrijven nauwelijks tijd en ruimte was. Op twee uitzonderingen na: in augustus 1914 kwam hij met een programma dat een felle aanklacht was tegen het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog, en in 1917-1918 kwam hij met twee van zijn allerbeste stukken: Eva Bonheur (glansrol voor wie anders dan Esther!) en De Wijze Kater; beide stukken zijn ook na de Tweede Wereldoorlog nog gespeeld. Het lijkt erop, dat zijn tweede huwelijk met de actrice Annie Jurgens mede tot het ontstaan van deze rijpe werken heeft bijgedragen; er werden uit dit huwelijk twee kinderen geboren.
Ook nu was echter het noodlot niet veraf; in 1922 ging ook zijn toneelgezelschap failliet (mede door de opkomst van de gesproken film), zijn laatste stuk Van Ouds "De Morgenster" werd een faliekante mislukking, en in het voorjaar van 1924 werd bij hem kanker ontdekt, waaraan hij een half jaar later stierf. Van zijn op stapel staande stuk De Gouden Brug kwamen maar twee scènes gereed; de laatste zin luidt:
     "... Toen stond ik op,
  Dronken door 't lachend leven om mij heen".

 

29 januari 2015,
Maarten Vonder.


HH site
Web

150 JAAR
Herman Heijermans

Jubileumactie

Nieuwsbrief ontvangen

Doneren aan het project

 
colofon
Deze website is gestart op 3 december 2014, de 150ste geboorte­dag van Herman Heijermans Jr. en officieel gelanceerd op 24 september 2015.
De pagina's zijn handmatig gezet in Verdana 14 px. Alle wijzigingen voorbehouden. Deze website gebruikt geen cookies.
copyright en disclaimer
Voor de op deze website gepubliceerde teksten van Herman Heijermans geldt de licentie CC-BY-SA 4.0 (Naamsvermelding-Gelijk Delen). Alle andere materiaal, inclusief ontwerp, opzet en achtergronden, valt onder normaal auteursrecht. Mocht een rechthebbende aan onze aandacht zijn ontsnapt, dan verzoeken we deze zich te wenden tot de redactie. Voor eventuele schade, ontstaan door fouten in de inhoud, aanvaarden wij geen aansprakelijkheid.
contact
email: M.G. Vonder
post: W. Passtoorsstraat 12-1
1073 HX Amsterdam